Inventiviteit in moeilijke tijden

Tien nieuwe landen komen, als alles goed gaat, in 2004 bij de Europese Unie. Wie zijn deze nieuwkomers? Deel vijf van een serie: de Polen.

Polen betegelen badkamers in Duitsland, verzorgen bejaarden in Nederland, halen de wijnoogst binnen in Frankrijk en plukken fruit in Noord-Italië. Waar werk is in Europa (en daarbuiten), daar vind je Polen. Zelfs voor werk in Tsjechië halen de Polen hun neus niet op. Vindt de Tsjech het beneden zijn stand om te verhuizen voor werk, de Pool heeft zijn tas gepakt en is al onderweg.

Polen bewegen zich door Europa langs een onzichtbaar netwerk van contacten dat via familie en vrienden over het hele continent loopt. Ze kennen de weg en weten hoe je moet reizen.

Karolina, een jonge studente, legt zich niet neer bij het feit dat ze geen geld heeft voor een dure vakantie aan de Middellandse Zee. Ze stapt gewoon op de trein naar het zuiden en kijkt wel hoever ze komt. Ze koopt nooit een kaartje aan het loket maar altijd bij de conducteur. Daar valt meestal wel iets mee te regelen. Ze vindt haar eigen manier om groots en meeslepend te leven.

Verbeeldingskracht en inventiviteit hebben de Polen in moeilijke tijden op de been gehouden. Je hebt fantasie nodig om als volk verder te leven als je land voor anderhalve eeuw ophoudt te bestaan. Tussen het einde van de achttiende eeuw en het einde van de Eerste Wereldoorlog bestond het land Polen domweg niet: Warschau was Russisch, Kraków/Krakau Habsburgs en Wroclaw/Breslau Duits.

Ook heb je fantasie nodig om als eigenwijze elektricien van een scheepswerf plaats te nemen tegenover de communistische bazen en de oprichting van een vrije vakbond uit te onderhandelen. Maar Lech Walesa deed het niettemin.

Of om paus te worden! Tijdens zijn afscheidsbezoek aan Kraków riep Johannes Paulus II een paar weken geleden weer eens in herinnering hoe hij daar als jonge man tijdens de oorlog op houten schoenen naar de fabriek had moeten lopen. ,,Wie had toen kunnen denken dat die Poolse jongen ooit paus zou worden.''

In het Poolse hart stromen geloof, verbeeldingskracht en romantiek hartstochtelijk door elkaar. Maar niet overal. Op de boerderij van Janek staat het leven stil. Zijn bedrijf is een paar hectare groot. Op het erf ligt wat hout en schroot door elkaar. In de hoek staat een roestige tractor. Janek, even in de dertig, heeft een paar melkkoeien en varkens. Net genoeg om van te leven. Maar de koeien moeten waarschijnlijk binnenkort weg omdat hij geen koelinstallatie heeft en dat moet wel van de Europese Unie. Op iedere vraag over zijn toekomst trekt Janek zijn gezicht in een grijns en zwijgt. Hij weet het niet. Zijn grootvader was hier al boer, dus het zal zijn tijd ook nog wel duren. Met een sikkel hakt hij wat gras weg.

In de kerk preekt de priester argwaan. Tegen joden, tegen de Europese Unie, tegen mensen die hun grond en huizen komen claimen die tijdens de oorlog en het communisme werden onteigend. Onder de kerkgangers ontstaat de indruk dat joodse advocaten uit New York namens de Europese Unie hun land komen onteigenen. Het loopt allemaal hopeloos door elkaar. Janek kan er geen wijs uit. Hij voelt zich bedreigd. De priester is zijn enige houvast.

Voor het loket van het arbeidsbureau staat een lange rij. In de provinciestad is geen werk. Na 1989 zijn eerst de staatsbedrijven dichtgegaan. Nu sluiten de privé-ondernemingen de deuren. De export is te duur. Ze kunnen niet opboksen tegen de buitenlandse hypermarkten die de markt overspoelen met goedkope producten. De kleine ondernemers hebben al verloren voor ze goed en wel zijn begonnen. De Poolse economie houdt niet van de Polen. Op het arbeidsbureau laten werklozen hun vingers lusteloos door de bakken lopen. De directrice zit in een kamertje achter een leeg bureau. Net als haar secretaresse. Ze hebben geen vacatures. Ze hebben niets te doen, maar god zij dank nog net wel een baan.

Polen is na de Tweede Wereldoorlog tweehonderd kilometer naar het westen verhuisd. Steden die Pools waren liggen nu in Oekraïne of Wit-Rusland. Steden die Duits waren liggen nu in Polen. De Polen uit Lwow dat Lvov/Lviv ging heten verhuisden naar Breslau dat Wroclaw ging heten, de Duitsers uit Breslau vluchtten naar het westen. Alles en iedereen kwam van zijn plaats maar Polen bleef in de periferie van Europa. Het westen iets minder, het oosten iets meer.

Politici – althans de meesten van hen – hopen nu eindelijk aansluiting te vinden bij het kloppend hart van Europa. Janek ziet er het nut niet van in. Hij blijft liever op zijn eigen manier boeren aan de rand.

Eerdere delen op www.nrc.nl