`Het is met grote spijt dat ik hier verschijn'

Letterlijke tekst minister-president Balkenende in de Tweede Kamer over de ontslagaanvrage van het kabinet.

Het is met grote spijt dat ik hier vandaag in uw Kamer verschijn. Spijt vanwege de aard van mijn boodschap. Maar spijt zeker ook vanwege het moment waarop. Ik kan mij goed voorstellen dat verschillende van uw afgevaardigden, maar ook heel veel mensen thuis vooral hun teleurstelling over dat laatste hebben uitgesproken.

Gisteren was op de eerste plaats de dag van de uitvaart van prins Claus en had dat vooral ook moeten blijven. Voor de koninklijke familie en voor ons gehele volk.

Dat er gisteravond een ministerraad was uitgeschreven had te maken met het debat over de uitbreiding van de Europese Unie en de wens om de Kamer zo snel mogelijk te kunnen informeren over het standpunt van het kabinet.

Aan die discussie zijn wij gisteravond niet toegekomen omdat de vergadering in het teken kwam te staan van ontwikkelingen binnen één van de coalitiepartijen. Op 15 mei heeft de kiezer zich onomwonden uitgesproken. De verkiezingsuitslag wees helder en duidelijk in de richting van een kabinet bestaande uit CDA, LPF en VVD. Door de vorming van dit kabinet werd recht gedaan aan de duidelijke wens die de kiezers op 15 mei kenbaar hadden gemaakt. Een andere coalitie was ook niet denkbaar. Het kabinet heeft op de verkiezingsuitslag ook het regeerprogramma gebaseerd: duidelijkheid en daadkracht; voor waarden en normen, voor openheid en transparantie.

[...]Tot mijn spijt heb ik de afgelopen dagen moeten constateren dat er binnen het kabinet tussen enkele ministers van de LPF een vertrouwensbreuk is ontstaan. Daarbij ging het nadrukkelijk niet om een conflict over de inhoud van het beleid. Het ging uitsluitend om de vraag hoe mensen met elkaar omgaan, binnen de LPF-geleding.

Ik heb de afgelopen dagen achter en voor de schermen alles gedaan wat naar mijn mening nodig en mogelijk was om het tussen de ministers ontstane probleem op te lossen. Ik heb dat gedaan vanwege het belang van een goed bestuur, en in een uiterste poging recht te doen aan de verkiezingsuitslag. Dat is mij helaas niet mogelijk gemaakt.

In de vergadering van de ministerraad van gisteravond heb ik moeten constateren dat het conflict tussen beide ministers zodanige vormen had aangenomen dat ook de andere bewindspersonen van de LPF niet langer bereid waren om met hen in één kabinet samen te werken. Na deze gebleken vertrouwensbreuk tussen de bewindspersonen van de LPF heb ik de ministers van VWS en EZ gevraagd om daaraan hun consequenties te verbinden en op eigen initiatief ontslag te vragen. Dat beroep op deze beide ministers werd ondersteund door alle andere leden van het kabinet. Ik heb beide ministers de gelegenheid gegeven op dit dringend beroep hedenochtend antwoord te geven. In de loop van deze dag hebben beide ministers mij laten weten dat zij hun ontslagaanvrage zouden indienen. Dat is inmiddels gebeurd.

In de ministerraadsvergadering van gisteravond heb ik ook aangekondigd vandaag overleg te zullen voeren met de voorzitters van de fracties waarop het kabinet steunt. Dit gelet op de situatie binnen het kabinet, alsmede op de aanhoudende discussies binnen en rond de LPF-fractie en de LPF-partij. Mede op basis van deze consultaties heb ik de conclusie getrokken dat er geen basis meer is voor een verdere vruchtbare en duurzame samenwerking binnen de coalitie. Ik heb die conclusie hedenmiddag aan de vergadering van de ministerraad voorgelegd. Op grond daarvan ben ik voornemens om aan Hare Majesteit de Koningin het ontslag aan te bieden van alle na het vertrek de ministers van VWS en EZ resterende ministers en staatssecretarissen.