Argeloze premier zag crash niet aankomen

Minister-president Jan Peter Balkenende focuste op de inhoud, maar vergat de `daadkracht' die nodig was om de LPF-problemen uit het kabinet te houden.

Hij wilde zich als premier onderscheiden met `zijn' strategisch akkoord en met een nieuwe, open stijl van leidinggeven. Jan Peter Balkenende was sinds juli de premier van normen en waarden, van duidelijkheid en daadkracht, van verantwoordelijkheid en van ,,fatsoen moet je doen''. Die toverspreuk herhaalde hij bij bijna elk optreden, maar het wonder is uitgebleven.

Gisteren werd Balkenende ten slotte de premier die heeft toegestaan dat zijn kabinet in een naoorlogse recordtijd aan ordinair geruzie ten onder is gegaan. De 87 dagen van zijn kabinet werden het laatst overtroffen door het vijfde kabinet-Colijn, dat in 1939 een officiële zittingsduur van zestien dagen bereikte.

Daarmee werden de somberste scenario's die Balkenende waren voorspeld bij de verkiezingsoverwinning van het CDA op 15 mei werkelijkheid.

Partijgenoten raadden hun kersverse stemmentrekker, nog maar een paar maanden in functie als partijleider, toen aan zijn kruit droog te houden als politiek leider in de Tweede Kamer. Dat kon hij beter gebruiken als de onvermijdelijke regering met de LPF eenmaal was gevormd.

Balkenende wilde er niet van weten. Evenmin wilde hij horen van speculaties dat bijvoorbeeld de VVD het kabinet binnen enkele maanden zou willen opblazen. De onervaren `jeune premier' (aldus zijn voorganger Lubbers) wilde zijn verantwoordelijkheid nemen, vuile handen maken.

De uitkomst was dat hij gisteren geheel alleen in het regeringsvak K in de Tweede Kamer zat om opnieuw verantwoording af te leggen. Niet electorale overwegingen van de VVD, niet een inhoudelijk politiek conflict, maar een zonder terughoudendheid uitgevochten vete tussen de LPF-bewindslieden Heinsbroek en Bomhoff, en de aanhoudende instabiliteit in de LPF-fractie waren de directe aanleiding voor de ondergang van het kabinet. CDA en VVD leggen de schuld daarvoor geheel bij de LPF, de LPF spreekt bij monde van Mat Herben van een ,,enscenering'' door CDA en VVD, de oppositie wijst behalve op de LPF ook op de zwakke leiding van Balkenende.

Hoe dan ook, voor Balkenende is de mislukking van de regering van CDA, LPF en VVD alleen al door het feit dat hij er zitting in nam zíjn avontuur geworden. En hij heeft er zijn stempel op gedrukt. Hij zal de premier blijven die, terwijl de deconfiture van zijn kabinet in volle gang was, een ansichtkaart stuurde naar de Tweede Kamer met ,,groeten'' ,,in gezamenlijkheid en eenheid vanuit de ministerraad''.

Gisteren hield Balkenende vol dat de zorgeloosheid van dat kaartje in overeenstemming was met het beeld dat hij toen van de situatie had. Het kaartje was gestuurd nadat de LPF-bewindslieden, partij en fractieleiding een avondje ruziën hadden besloten met een demonstratie van schijnbare verzoening voor de camera`s. Pas toen LPF'ers dat weer een dag later een `toneelstukje' noemden, herleefde bij Balkenende de twijfel aan zijn kabinet.

Daarmee bevestigde de man die ooit opkwam als ideoloog van zijn partij het beeld van naïviteit en lichtzinnigheid dat hem als premier is gaan aankleven. Tijdens de formatie noemde hij de LPF nog een ,,black box'', maar van die kwalificatie is vanaf de beëdiging van het kabinet tot aan de uiteindelijke crash van gisteren niet meer vernomen.

Bijna drie maanden lang verbaasde hij door de laconieke houding waarmee hij van de LPF incidenten, ministeriële `proefballonnetjes' en geruzie accepteerde. [Vervolg BALKENENDE: pagina 3]

BALKENENDE

Kabinet werd in Kamer 'circus' genoemd

[Vervolg van pagina 1] Zijn gezag leed eronder, de oppositie in de Tweede Kamer sprak smalend van `circus Balkenende'. Er kon al getwijfeld worden aan het serieuze gehalte van Balkenende als premier tijdens de formatie, toen hij er niet in slaagde aankomende LPF-minister Bomhoff te overtuigen dat deze een hoge, hem onwelgevallige ambtenaar niet zomaar kon ontslaan.

VVD-vice-premier en minister Van Binnenlandse Zaken Remkes moest er later aan te pas komen om Bomhoff tot de orde te roepen.

Balkenende toonde in reactie op ongebruikelijk optreden van de LPF-bewindslieden - zoals het publiekelijk bepleiten van onwettig gedrag zoals te hard rijden - vooral begrip voor het bestaan van enige onberekenbaarheid bij de nieuwe politieke beweging.

Dat was wel op zijn plaats voor een partij die zonder lange geschiedenis en hechte structuur meteen het kabinet was ingestormd, legde de minister-president bij herhaling uit.

Gisteren in de Tweede Kamer zei hij, in algemene zin, hetzelfde. Maar nu moest hij erbij uitleggen dat er ondertussen een ,,vertrouwensbreuk'' was ontstaan bij de LPF-bewindslieden en dat er ,,geen basis'' meer was voor ,,een verdere vruchtbare en duurzame samenwerking binnen de coalitie''.

Het meest pijnlijke voor het politieke aanzien van Balkenende was wel dat hij weinig anders kon dan bij deze constatering de indruk wekken dat hij het verloop van de zaken niet in de hand had gehad.

De hard geformuleerde kritiek van de oppositie dat hij het ,,nooit had mogen laten gebeuren'' dat op de avond van het de bijzetting van Claus het kabinet eigenlijk al viel, kon hij slechts weerleggen door te zeggen dat het niet zo had gepland. De ministerraad had over de uitbreiding van de Europese Unie moeten gaan.

Balkenende ging voorbij aan zijn eigen opmerkingen kort vóór die bewuste ministerraad: dat het die avond zou gaan om de ,,geloofwaardigheid van de politiek'' en dat hij díe avond uitsluitsel wilde van de LPF-ministers over het einde aan hun conflict.

Maar vooral illustreert die `spontane agendering' van de crisis dat Balkenende er niet in slaagde om de chaos in de LPF - die op zichzelf niet aan hem kan worden toegeschreven – buiten het kabinet te houden.

Hij wilde het liefst afzijdig zijn van het LPF-geruzie, hij wilde beleid maken. ,,Ik accepteer niet de kritiek dat het dit kabinet aan inhoud zou hebben ontbroken'', voegde hij gisteren de Kamer vinnig toe. Maar het ontbrak vooral aan leiding.

    • René Moerland