`Wat moet ik met een zonsondergangetje'

De schilder Bob Bonies kreeg voor zijn verjaardag een tentoonstelling in de Haagse Artotheek. Hij schildert geometrische vlakken die onderling een spel spelen.

Spijkerbroek, gympen, overhemd met twee knoopjes los en kort grijs haar. Bob Bonies ziet er sportief uit, een beetje als een bokser in ruste. Twee weken geleden werd hij 65, maar tijd voor pensioen is het nog lang niet. ,,Het begint pas'', zegt de schilder, die zijn werk samenvat als ,,constructief en concreet met minimalistische middelen.''

Voor zijn verjaardag kreeg Bonies (de artiestennaam van Bob Nieuwenhuis) een expositie in de Haagse Artotheek. Ook in Stuttgart opende onlangs een solotentoonstelling. Binnenkort gaat hij weer op reis langs galeries en verzamelaars in de Verenigde Staten. Nu, een jaar na zijn afscheid als directeur van de Vrije Academie in Den Haag, is hij tot zijn grote vreugde eindelijk weer fulltime kunstenaar.

In zijn ruime woning en werkplaats nabij station Hollandse Spoor in Den Haag hangt zijn werk aan alle muren. Bijna altijd zijn het twee of meer doeken die aan elkaar zijn bevestigd. De kleuren zijn wit, rood, blauw en soms, heel soms, groen of geel. Bonies gebruikt ongemengde kleuren, direct uit een potje, maar wel speciaal voor hem gemaakt door een Zwitserse fabriek. Hij schildert altijd geometrische vlakken die onderling een spel spelen. Hij loopt op een doek af. ,,Bij mij gebeurt het niet in de materie, maar in het hoofd van de kijker. Ik heb het aantal middelen tot het absolute minimum teruggebracht en daarmee wil ik het optimale bereiken.''

Bij Bonies ontstaan de vormen door de begrenzing van het kleurvlak en het doek. Hij schildert vierkanten, rechthoeken en soms een cirkel of boog. Vaak zijn die vormen niet helemaal afgebeeld, maar moet je ze als kijker in je hoofd voltooien. ,,Het is interactief'', zegt Bonies. ,,Ik biedt de ingrediënten optimaal aan in hun meest elementaire vorm.'' Namen geeft hij zijn werk niet. ,,Dat zou maar afleiden.''

In een van zijn werkruimtes staat een bureau waarop hij met ruitjespapier, lineaal en passers zijn ontwerpen maakt. Op twee tafels van schragen met 6 meter lange latten liggen tientallen schetsen op een rij. Soms kleine variaties, soms totaal andere beelden. In een kast staan jaar naast jaar de multomappen met zijn verzamelde werk. Sinds 1965 is hij minimalistisch en constructivistisch aan het werk. Hij voelt zich verwant aan Doesburg en Mondriaan, al gebruikten die ook wel eens zwart of een lijn. Iets dat Bonies beslist te veel vindt. Van de kunstenaars van zijn eigen generatie heeft hij raakvlakken met mensen als Jan Schoonhoven, Ger van Elk, Peter Struyken, Ad Dekkers en in het buitenland Elsworth Kelly, Richard Lohse en Max Bill. Bij jongere generaties en op de academies ziet hij niemand meer die op zijn manier met vorm bezig is.

Sommige schetsen werkt hij uit tot kleine prototypes. Daarna worden het doeken van zo'n twee meter hoogte. Dat is volgens hem de juiste ,,menselijke maat''. Niet zo groot dat het alleen nog maar imponeert, maar zeker niet zo klein dat je er aan voorbij zou kunnen gaan. De vlakken schildert hij niet met een roller. ,,Met de hand breng ik laag voor laag aan en steeds in een andere richting. Dan zie je precies wanneer het goed is en je moet ophouden.''

Waar hij al zo'n veertig jaar naar streeft, is een soort van ,,organische harmonie''. In zijn werk mag nooit iets willekeurig zijn, altijd moet het lijntje precies op de juiste plaats staan en moet het doek precies zó schuin hangen en exact op dát punt aansluiten op een ander. Hij wil dat het doek als drager opgaat in het totale werk.

Geometrie ligt volgens hem ten grondslag aan alles in de natuur. ,,Wat wij zien is een explosie van vormen die ik tot zijn essentie terugbreng.'' Hij noemt ter verduidelijking de boom die Mondriaan in steeds abstracter vormen schilderde. Maar Bonies abstraheert niet naar de natuur: ,,Wat moet ik met een zonsondergangetje.'' Wel zoekt hij net als Mondriaan naar een evenwicht, een balans in het werk.

Heel anders dan Mondriaan is hij er al levenslang van overtuigd dat schilderkunst iets in de maatschappij moet betekenen. Bonies beschouwt wat dat betreft eerder Malevitsj als een voorbeeld. In de jaren zeventig schrok Bonies als bestuurslid van de kunstenaarsvakbond BBK niet terug voor een bezetting van het Rijksmuseum en andere acties. Hij is trots dat de kunstuitleen en het blad BK-informatie met advertenties voor bouwprojecten waarop kunstenaars kunnen intekenen mede op zijn initiatief zijn ontstaan.

Bonies wil dat kunst zichtbaar is voor een breed publiek. Vandaar dat hij werk maakte voor cruiseschepen en gebouwen als luchthaven Beek, het Amsterdams Gemeentearchief, metrostation Voorschoterlaan in Rotterdam, een metrobuis in Amsterdam en het postsorteercentrum in Groningen, onder veel meer. Ook in de trein kom je zijn werk nog wel eens tegen (rode en blauwe vierkanten links en rechts van de coupédeur): ,,Ik heb al jaren een miljoenenpubliek.''

Artotheek Den Haag, t/m 27/10. Denneweg 14a, tel. (070) 3465337.