Straatlief

Naast een amsterdammertje ligt een man te slapen. Hij heeft een onverzorgd uiterlijk. Bij zijn hoofd liggen op nachtkastjesafstand een horloge en een mobieltje. De slaper draait zich op zijn zij als was de straat een zachte matras. Hij trekt zijn rug hol en schurkt die behaaglijk tegen het paaltje. Zijn hoofd komt daarbij op de rijweg te liggen.

Ik buig mij tot binnen zijn drankwalm en roep: ,,Je ligt met je kop op de rijweg, kom hier liggen.'' Geen reactie. In het klittige haar zit kauwgom verankerd. ,,Straks rijdt er een auto over je kop.'' Ik pak een arm en sjor zijn bovenlijf verder het trottoir op. Hij biedt geen weerstand en blijft krom als een garnaal liggen. Aan een been trek ik zijn onderlijf bij. Met gesloten ogen zegt hij: ,,Dank je liefje.''