Na de kickboksclub

Op het ogenblik dat ik dit schrijf, heeft Nederland een kabinet; als u dit leest waarschijnlijk niet meer. Theoretisch kan er dan nog het één en ander worden geknutseld, maar het sop is de kool niet waard. Willen we het fatsoen in de Nederlandse politiek herstellen, dan moeten er nieuwe verkiezingen komen. Want dit kabinet is gebouwd op wind; het is zèlf ook wind. Het heeft zich historisch belachelijk gemaakt. Het tragische is, dat dit een paar maanden lang proefondervindelijk moest worden aangetoond, vóór iedereen het kon geloven.

Op wie en welk programma de kiezers van de LPF ook hebben gestemd, in ieder geval niet op dit gezelschap van onverdraagzame ambitieuzen, onbetrouwbare particulieren en opportunisten met een enkele gewone leugenaar ertussen. Niet op de dames en heren die dan weer in publiek handgemeen, dan weer in de verfoeide achterkamertjes al maanden, en nu met behulp van professionele krachten, hun miserabele ruzies proberen op te lossen. Gegeven de tegenstelling tussen de geweldige beloften van vernieuwing in de campagne en de praktijk van alle dag, is maar één conclusie mogelijk. Bijna een kwart van het electoraat blijkt het slachtoffer te zijn geworden van grootschalig bedrog. Dat dit geen bedrog met voorbedachten rade is, doet niet terzake. Te lang te veel beloven is óók een vorm van bedrog. Misschien is herhaalde contractbreuk een betere term.

Maar, zal men zeggen, ze zijn zich hun fouten bewust, ze doen nog altijd hun uiterste best om er iets beters van te maken. Wie weet. Het resultaat moet nog vertoond worden. Voor het bijleggen van ruzies waarbij een groot belang op het spel staat, is een termijn. Wordt die overschreden, dan weegt de schade die ruzies hebben toegebracht zwaarder dan het min of meer hoopvolle vooruitzicht op de nog hypothetische verzoening. Dat geldt voor het betrokken belang en voor de ruziemakers zelf. Die hebben namelijk hun vertrouwen verspeeld.

Zo ver is het met de kickboksvereniging van de LPF gekomen. Wie gelijk heeft, wie de brave en de boze geesten zijn, doet niet meer terzake. De partij als geheel heeft het contract met haar kiezers feitelijk, bij herhaling gebroken. Dit betekent dat de leden die door het succes van de LPF in de Tweede Kamer zijn gekomen, daar overwegend namens zichzelf zitten. En dus verder, dat de LPF-ministers geen op fatsoensnormen gebaseerde steun in het parlement meer hebben. In de ministerraad zijn ze geen gesprekspartners meer. Dat is de formele kant van de zaak.

De materiële kant is dat als nu verkiezingen zouden worden gehouden, de LPF daar gedecimeerd uit te voorschijn zou komen. Enquêtes laten een gestage afbrokkeling zien. Het meest recente onderzoek meldt de teruggang van 26 naar 3 zetels. De grote worsteling tussen professor dr. Eduard Bomhoff en grootondernemer Herman Heinsbroek is het dramatische einde van de voorstelling, de broedertwist waarin de hele familie ondergaat. Ongelofelijk. Uitslagen van onderzoeken naar de publieke opinie zijn geen staatsrechtelijk argument. Onder deze omstandigheden vormen ze het aanvullend, doorslaggevend bewijs.

Nieuwe verkiezingen dus, waarschijnlijk midden januari 2003. Die zullen dan worden gehouden op de puinhopen van de vernieuwing. Laten we voor een paar speculaties niet terugschrikken.

De pessimistische. Voor het grote aantal kiezers dat zich, op welke grond dan ook, door het bestel van paars buitengesloten voelde en zijn hoop op het wonder van Pim had gevestigd, kan dit een reden zijn om zich voorgoed niet meer met `de politiek' in te laten. Even heeft het erop geleken dat de performance van Fortuyn de gestage depolitisering had gestuit. Ik ben altijd van mening geweest dat dit een vergissing is, omdat revoluties en doorbraken in Nederland hoe dan ook op een mislukking uitlopen. Ik kan me voorstellen dat de manier waarop het deze keer is mislukt, bij degenen die de LPF en dit kabinet vertrouwd hebben, een bodemloze afkeer van `de politiek' heeft bezorgd. Dat zullen we dan in januari ervaren.

De optimistische. De gebeurtenissen van de afgelopen maanden zullen het effect hebben van een catharsis. Degenen die hoopten op wonderen in de politiek, zijn van deze naïviteit bevrijd. De kwakzalvers hebben hun overtuigingskracht verloren. De kiezers zullen weer in staat zijn, met het gebruik van hun hersens de politieke programma's te vergelijken. Ze zullen, met hun herwonnen mensenkennis, de politici beoordelen die de programma's zoveel mogelijk, binnen de grenzen van het in de democratie haalbare, moeten verwezenlijken. Binnen twee maanden zullen ook de gehavende partijen alles doen om hun schade te herstellen. De Partij van de Arbeid zal erin slagen zich te reorganiseren en een overtuigende politieke leider te vinden. Het CDA zal zich moeten beraden of deze minister-president, hoofdonderwijzer die in zijn klas geen orde kon houden, de gewenste aanvoerder is. Een maand reorganisatie en een maand campagne. Dat is heel veel binnen een zeer korte tijd. Maar het moet, willen we de toestanden van gisteren niet prolongeren.

De gebeurtenissen van 2002 lijken een breuk in de Nederlandse continuïteit, van de opkomst van Fortuyn, de moord, de woekeringen van politieke haat, de ontbinding van de LPF, tot de dag van vandaag. Weldadig zou het zijn, als hierna, door ervaringen wijzer geworden, de rationele traagheid die onze politiek in zijn beste tijden kenmerkt, weer de overhand kreeg.

Maar soms dat is strikt particulier denk ik dat dit hele land eerst naar de psychiater moet.

Vrome wens. Dat kan niet. Op grondslag van historische sensaties, de vroegere revoluties en doorbraken die ten onder zijn gegaan, wed ik voorlopig op het optimistische scenario.