Minister: hoop op meer bestrijdingsmiddelen

Boeren in Nederland klagen al jaren dat zij veel te weinig bestrijdingsmiddelen ter beschikking hebben, omdat de overheid ze in hoog tempo verbiedt en toelating van nieuwe middelen te lang duurt. Minister Veerman wil deze problemen aanpakken.

Een wagen vol glimmende, roodgroene appels staat achter op het erf van fruitteler Johan van Haarlem (54) in Buurmalsen. De enorm grote appels zijn vandaag geoogst. Ondanks het gebrek aan afdoende bestrijdingsmiddelen lijkt de oogst dit jaar geslaagd. Alleen de grootte van de appels kan roet in het eten gooien. Dat de vruchten zo groot zijn, ongeveer anderhalf keer de grote van een tennisbal, zal de verkoop niet ten goede komen. ,,De consument wil appels van een normaal formaat. Terwijl de smaak van deze vruchten absoluut normaal is'', legt Van Haarlem uit.

Van Haarlem begon achtendertig jaar geleden in het fruitteeltbedrijf dat zijn vader toen had. Hij bezit nu circa vijftig hectare grond en heeft een gemiddelde opbrengst van veertigduizend kilo peren en appels per jaar.

Behalve met het telen van fruit is hij ook actief in de werkgroep gewasbeschermingsmiddelen van LTO-Nederland en is hij voorzitter van de Nederlandse Fruittelers Organisatie.

Met het aantreden van minister Veerman van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) heeft hij het idee dat er een nieuwe wind waait op het ministerie. ,,Ik heb nog geen resultaten gezien, maar hij geeft wel signalen af die mij hoopvol stemmen.''

Die nieuwe wind is volgens hem hard nodig. ,,De sector heeft jarenlang schade geleden doordat Nederland voorop wilde lopen met het toepassen van de Europese regelgeving met betrekking tot bestrijdingsmiddelen.''

In een rapport van de Algemene Rekenkamer dat twee weken geleden verscheen, werd deze lezing bevestigd. Hierin staat dat Nederlandse boeren minder bestrijdingsmiddelen ter beschikking hebben dan hun Europese collega's. In hoog tempo worden chemische middelen verboden, die in andere Europese landen nog gebruikt mogen worden. Daarnaast stokt het toelaten van nieuwe, minder schadelijke alternatieven.

Zo is het middel carbaryl in Nederland al verboden, maar in veel andere Europese landen nog niet. Carbaryl werd gebruikt als er te veel vruchten aan een boom groeiden, waardoor ze niet groot genoeg werden.

Met behulp van carbaryl werd het aantal vruchten aan de boom dan verminderd. Als alternatief wordt nu het middel ammoniumthiosulfaat gebruikt. In plaats van in te grijpen als er te veel vruchten aan de boom zitten, zoals met carbaryl, wordt dit middel al in de bloeiperiode van de bomen gebruikt.

,,Dat is het probleem'', legt Van Haarlem uit. ,,In de bloeiperiode kun je nog niet weten of je veel vruchten aan een boom krijgt. Dus je gebruikt het en moet dan maar afwachten of het nodig was. Was het niet nodig dan heb je weer te weinig vruchten aan de boom.''

Bij zijn aantreden gaf minister Veerman al aan dat hij deze problemen wil aanpakken, ,,omdat de huidige regelgeving als een molensteen om de nek van de agrarische sector hangt''. Onlangs diende de minister hiervoor een wetswijzigingsvoorstel in. Hiermee moeten de procedures voor het toelaten van nieuwe middelen verkort worden. Ook wil Veerman voorzieningen scheppen om onmisbare middelen die verboden zijn voor een bepaalde periode weer toe te laten.

Bij de Stichting Natuur en Milieu zijn ze niet blij met de initiatieven van de minister. De verduurzaming waar ze voor pleiten, komt volgens hen nu in het gedrang doordat verboden middelen weer toegelaten kunnen worden. Zij voorzien door een ruimere toelating van bestrijdingsmiddelen grote risico's voor het milieu en de volksgezondheid. Volgens een woordvoerder van het ministerie is de insteek echt niet dat alle middelen die in Europa beschikbaar zijn ook hier weer toegelaten worden. ,,Leuker zal het echt niet worden. We willen de knelpunten oplossen, maar streven nog steeds naar een milieuvriendelijk beleid.''

Ook Johan van Haarlem wil het liefst minder afhankelijk zijn van chemische middelen. ,,Maar dan moeten er wel alternatieven zijn en dat duurt veel te lang.'' Het probleem ligt volgens hem bij het College voor Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB), dat verantwoordelijk is voor de toetsing en toelating van de middelen. ,,De werkdruk is daar te groot waardoor het lang duurt. Daarnaast strooien milieu-organisaties zand in de machine door telkens te procederen.''

Jaren geleden geloofde hij nog dat overleg met organisaties zoals de Stichting Natuur en Milieu tot goede afspraken zou leiden, maar daar gelooft hij niet meer in. ,,Ze stappen constant naar de rechter om middelen te laten verbieden. Daarna wijzen ze op alternatieven, waarvan zij zeggen dat die voldoen. Maar wie weet nou wat teelttechnisch beter is?''

Zijn hoop is nu gevestigd op het beleid van het ministerie.

    • Tom Kreling