Jansons geliefd bij musici en publiek

De nieuwe chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest heeft een indrukwekkende internationale carrière achter de rug en stond al tientallen malen voor het Amsterdamse orkest.

Mariss Jansons, de Letse dirigent die is benoemd tot de zesde chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest, was onder de orkestleden de grote favoriet voor de opvolging van Riccardo Chailly. Jansons (59) leidde het Concertgebouworkest voor het eerst als gastdirigent in 1988, het jaar waarin het orkest honderd jaar bestond en Chailly aantrad als opvolger van Haitink. Zolang Chailly in Amsterdam werkte, stond ook Jansons tientallen malen voor het orkest. Uiteindelijk vroegen de musici hem om Chailly op te volgen.

De energieke Jansons was bij musici én publiek vrijwel meteen bijzonder geliefd. Zijn concerten vielen op door de buitengewone intensiteit van zijn originele en persoonlijke interpretaties. Zo maakte hij in 1997 in Amsterdam enorme indruk met een werkelijk `als nieuw' klinkende Negende symfonie (`Uit de nieuwe wereld') van Dvorák. In 2000 leidde Jansons in Amsterdam een Mahlersymfonie (de Zevende), hoogst bijzonder voor een gastdirigent.

Met Jansons, die in januari zestig wordt, krijgt het Koninklijk Concertgebouworkest een voor Amsterdam a-typische chef-dirigent. Alle chef-dirigenten die hem voorgingen waren jong, en ook Jansons' repertoire is deels niet traditioneel `Amsterdams'. Mariss Jansons staat niet bekend als een fervente Bruckner- of Mahlerdirigent, zijn discografie, voorzover te achterhalen, vermeldt geen Bruckner of Strauss en slechts enkele Mahleropnamen. Met Bach en de Amsterdamse Matthäus-traditie die Chailly wilde terugbrengen bij de chef-dirigent, heeft Jansons totnutoe geen binding. Ook voor eigentijdse muziek heeft hij, verschillend van Chailly, geen bijzondere interesse. Met opera heeft Jansons weinig ervaring, al dirigeerde hij La bohème toen hij enkele jaren geleden in Oslo werd getroffen door een hartaanval.

Anders dan zijn voorgangers heeft Jansons wel al een lange, indrukwekkende carrière achter de rug. Hij is een algemeen erkende topdirigent, had vaste posities op belangrijke posten, vervulde gastdirigentschappen bij wereldberoemde orkesten en ontving vele onderscheidingen voor plaatopnamen.

Mariss Jansons werd op 14 januari 1943 geboren in Riga als zoon van operadirigent Arvid Jansons. In 1957 verhuisde hij naar Leningrad, waar zijn vader was benoemd tot tweede dirigent van het Leningrad Philharmonisch Orkest. Die functie kreeg Jansons zelf in 1985, na enkele jaren assisteren bij de beroemde Jevgeni Mravinsky. Zijn dirigentenopleiding kreeg Jansons ook in in Leningrad, het huidige Sint Petersburg. Hij studeerde bij de legendarische Ilja Moesin, die ook de Rotterdamse chef-dirigent Valery Gergjev en Yakov Kreizberg, chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest, opleidde. Verder studeerde hij bij Hans Swarowsky in Wenen en bij Herbert von Karajan in Salzburg.

Van 1979 tot 2000 was Jansons chef-dirigent van het Oslo Philharmonisch Orkest, dat hij internationale faam bezorgde. Sinds 1997 is hij chef-dirigent van het Pittsburgh Symphony Orchestra, waar hij in juni bekend maakte in 2003 te vertrekken. Zo maakte Jansons de weg vrij voor zijn benoeming in Amsterdam. ,,Volgend jaar word ik zestig en ik denk dat ik wat veranderingen moet aanbrengen in mijn leven'', schreef hij aan zijn Amerikaanse orkest. Jansons is vanaf september 2003 benoemd tot chef-dirigent van het symfonieorkest van de Bayerische Rundfunk in München.

Jansons' repertoire omvat vooral muziek uit de periode 1850-1950. Daarbij zijn Russische componisten als Moessorgski, Tsjaikovksi, Prokofjev, Stravinsky, Rachmaninov en Sjostakovitsj, Oost- en Noord-Europese componisten als Dvorák, Bartók, Grieg en Sibelius en Franse componisten als Berlioz, Bizet, Saint-Saëns, Debussy, Ravel en Honegger. Ook dirigeerde hij Mendelssohn, Wagner en Schönberg. Het Weens klassieke repertoire (Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert) dirigeerde Jansons tot nu toe slechts sporadisch. In een interview met deze krant in 1991 zei hij daarover: ,,De echte klassieke muziek is heel teer. Om reliëf te brengen in Beethoven of in langzame delen van een symfonie van Haydn of Mozart, is misschien wel de zwaarste taak van een dirigent.''

    • Kasper Jansen