In het wildpark wennen aan de siliconen

Medisch toerisme dreigt gaten te slaan in de gezondheidszorg van Zuid-Afrika. De patiënten komen. De dokters gaan.

Lorain Melvill is dol op de uitdrukking `crème de la crème'. De artsen met wie ze werkt zijn crème de la crème. Haar klanten: crème de la crème. Het hotel van waaruit ze haar bedrijf Surgeon & Safari runt: crème de la crème. En is het uitzicht op de dierentuin van Johannesburg vanaf het terras ook niet om te snoepen? ,,Heb je de olifant daar beneden al gezien?''

Wie het geld heeft, komt niks te kort bij Surgeon & Safari. In het vijfsterrenhotel op een van de hoogste heuveltoppen van Johannesburg ontvangen artsen hun patiënten aan het zwembad. Daar worden de laatste details doorgenomen voor een borstvergroting, een facelift of een knieoperatie. En wie zin heeft kan daarna ook nog op safari. Tussen de olifanten wennen aan de siliconen.

Het zijn vooral buitenlandse patiënten die afkomen op bedrijven als Surgeon & Safari. Sinds de nationale munt het afgelopen jaar meer dan een derde van zijn waarde verloor, is Zuid-Afrika een aards paradijs geworden voor de bezitters van harde valuta. Betaal je in Europa al gauw tienduizend euro voor stevige borsten, in Zuid-Afrika ben je voor een vierde van de prijs klaar.

En je bent in goede handen. Sinds de Zuid-Afrikaanse arts Chris Barnard hier in 1967 de eerste harttransplantatie uitvoerde, is Zuid-Afrika's reputatie in de medische wereld gevestigd. ,,Eerstewereldservice voor derdewereldprijzen'', zoals Loraine Melvill zegt. Ze ontvangt twintig tot dertig patiënten per maand, in Johannesburg en in Kaapstad. Daar zitten gerenommeerde klanten bij. Bijvoorbeeld de Amerikaanse acteur uit de delegatie die vorige week met oud-president Bill Clinton naar Zuid-Afrika kwam. Hij had een kleine gezichtscorrectie nodig. Kevin Spacey? ,,Ik zeg niks.''

Dankzij de groeiende wachtlijsten in Europa en Amerika neemt het medische toerisme naar Zuid-Afrika een hoge vlucht. Surgical Adventures, Mediscapes, Health Hopper Holidays, Safricare zijn stuk voor stuk bedrijven die hun potentiële klantenkring in het buitenland via het internet naar Zuid-Afrika lokken.

Ook staatsziekenhuizen doen mee. Sinds een paar maanden opereert het Groote Schuur Ziekenhuis in Kaapstad Britse hartpatiënten die in eigen land niet meer op behandeling willen wachten. Groote Schuur verwacht vijfhonderd tot duizend patiënten per jaar. Het mes snijdt aan twee kanten. Elke Britse patiënt die in Zuid-Afrika wordt geopereerd levert zoveel geld op dat het ziekenhuis twee Zuid-Afrikanen gratis kan helpen.

Maar medisch toerisme dreigt ook gaten te slaan in de reguliere gezondheidszorg van Zuid-Afrika. Staatsziekenhuizen gaan gebukt onder grote personeelstekorten. Minder dan 35 procent van het aantal artsenposten in de Zuid-Afrikaanse ziekenhuizen is bezet. Door de uitdijende aids-epidemie dreigen de ziekenhuizen te verdrinken in patiënten. Bijna vijf miljoen Zuid-Afrikanen zijn besmet met hiv/aids en evenzoveel mensen moeten de komende jaren worden behandeld voor de ziekten die daarmee gepaard gaan.

Tot woede van het ministerie van Gezondheid in Pretoria ronselen Nederlandse wervingsbureaus sinds kort artsen in Zuid-Afrika voor de Nederlandse markt. Dat zou goed zijn voor de terugdringing van de wachtlijsten. De Zuid-Afrikaanse artsen krijgen er een goed salaris voor terug: tot 150 duizend euro per arts. Zuid-Afrika dat gebukt gaat onder de grootste gezondheidscrisis in zijn geschiedenis, ziet zo de patiënten komen en de dokters gaan.

In de Ndlovu-kliniek in het dorpje Elandsdoorn in de Mpumalanga provincie spreken ze er schande van. Hier vullen drie Nederlandse artsen de leegte die de Zuid-Afrikaanse zorg uit personeelsgebrek heeft achtergelaten. Hugo Tempelman, Peter Schrooders en Harry Maarsingh zijn samen verantwoordelijk voor meer dan 120 duizend mensen. Met zijn drieën ontfermen ze zich over meer dan zeventienduizend hiv-geïnfecteerden. Dat zijn er net zoveel als in heel Nederland.

,,Er is grote leegloop op het platteland, zegt Hugo Tempelman. Hij spreekt over twee braindrains, die elkaar versterken. Steeds minder Zuid-Afrikaanse dokters zijn bereid op het platteland te blijven, waar de voorzieningen slecht zijn en de salarissen laag. Ze trekken liever naar de grote stad waar de beter betalende privé-klinieken zijn, de carrières en het toekomstperspectief. Als ze in de grote stad zijn uitgekeken, trekken ze naar het buitenland. Met alle gevolgen van dien voor de werkdruk van de achterblijvers.

De Nederlandse wervingsbureaus verdedigen hun beleid met verve. Ze zouden alleen artsen aantrekken uit privé-klinieken en niet uit staatsziekenhuizen. Ook de Zuid-Afrikaanse bedrijven die hun geld verdienen aan het medisch toerisme, zeggen geen gevaar te vormen voor de medische zorg van `gewone Zuid-Afrikanen. ,,Wij bieden de dokters die jarenlang moeten zwoegen in de townships juist een toekomstperspectief'', zegt Lorain Melville. ,,Hun noeste arbeid kan na jaren worden beloond door een goed salaris in een privé-kliniek. Daardoor zullen ze eerder geneigd zijn te blijven in Zuid-Afrika.''

Artsen in het veld bestrijden dit. Een extra dokter in een privé-kliniek is een dokter minder in het staatsziekenhuis.

,,Je zult in Nederland maar aan je knie worden geopereerd door een Zuid-Afrikaanse dokter'', zegt Hugo Tempelman. ,,Terwijl je weet dat diezelfde man tien Zuid-Afrikanen het leven had kunnen redden.''

    • Bram Vermeulen