Iedereen blijft verliefd op Ramses Shaffy

Op de openingsavond van het Nederlands Film Festival werden veel jongedames (en -heren) verliefd op Ramses Shaffy. Dat wil zeggen: een beetje op de 69-jarige bewoner van een verzorgingshuis, die het ovationele applaus voor de aan hem gewijde documentaire dankbaar in ontvangst nam, maar vooral op de jonge god, die in archiefmateriaal uit de jaren zestig oprijst.

Toen was dat ook al het geval: heel Amsterdam hield van Ramses. Zijn toenmalige vriend Joop Admiraal vertelt in de documentaire Ramses Où est mon prince? van Pieter Fleury (toen het overbuurjongetje) hoe Ramses zich de biseksuele voordelen van het adonis-zijn liet aanleunen. ,,Maar hij kwam wel altijd weer terug'', voegt Admiraal er aarzelend aan toe.

Natuurlijk maakt Fleury's negen dagen later met het Gouden Kalf voor de beste lange documentaire bekroonde film dankbaar gebruik van de charme van de jaren zestig, net als Ja zuster nee zuster of Austin Powers. Dat waren me een toestanden, toen iedereen met iedereen op tafel danste, om het voorzichtig uit te drukken. En de beelden uit die tijd die in de documentaire terecht zijn gekomen zijn onweerstaanbaar, net als de muziek van Shaffy.

Fleury doet meer dan een potje nostalgie opdissen. Hij confronteert de levenslust en woede van toen met de berusting van nu, en laat de constante zien, die de persoonlijkheid van Ramses kenmerkt: een loepzuiver gevoel, dat geen flauwekul tolereert. In de interviews met de door lang drankgebruik op een lager pitje vlammende Shaffy blijkt nog steeds dat de minste koketterie of valsheid onmiddellijk afgestraft wordt. Maar ook de interviews met Shaffy's voormalige bentgenoten, zoals Liesbeth List en pianist Louis van Dijk, van wie sommigen hem nog wel eens opzoeken in het verzorgingshuis, blijven verschoond van wenselijke antwoorden of vleierij.

Fleury doet nog iets wat de documentaire bijzonder maakt. In de sterke montage wordt aandacht gevraagd voor wat een filmportret precies doet. Het eerste shot bestaat uit een statisch kader van Shaffy's oude huis, waar hij in rond stommelt, terwijl hij de camera en de microfoon probeert te regisseren. Met één toon op de piano brengt de hoofdpersoon de kijker onder hypnose. Ook later in de film, wanneer Fleury het moeizame betoog van Shaffy vlotter maakt door een reeks jump cuts, is deze kunstmatige ingreep een signaal aan de kijker: dit is niet de werkelijkheid, dit is een constructie, mede ontleend aan wat in de jaren zestig in de mode was.

Ramses Où est mon prince? (de ondertitel verwijst naar een tekst van Ramses' moeder, als ze uit Frankrijk opbelde naar Ramses' adoptieouders) is een emotionerend, onderhoudend en magistraal gecomponeerd document. Het verdient een even groot succes als de documentaire van John Appel over André Hazes, zoals de soundtrack een plaats in de hitparade zou moeten krijgen. De maker van de film, Pieter Fleury, zei in Utrecht dat hij overweegt om te stoppen met documentaires, omdat de financiering ervan met zo veel vernederingen gepaard gaat. Dat signaal zou alle beleidsmakers met diepe schaamte moeten vervullen.

Ramses – Où est mon prince? Regie: Pieter Fleury. Met: Ramses Shaffy, Joop Admiraal, Shireen Strooker, Liesbeth List, Louis van Dijk. In: Pathé Tuschinski en Het Ketelhuis, Amsterdam; Cinerama, Rotterdam; Babylon, Den Haag; Movies 2, Utrecht; plus op dvd in vijf theaters in het kader van Docuzone.