Geen krach zonder volgende zeepbel

Zeepbellen op de internationale financiële markten zijn meer regel dan uitzondering. Waar ontstaat de volgende?

Het wilde koersherstel op het Damrak van de afgelopen dagen zou bijna voedsel kunnen geven aan de gedachte dat het herstel van de technologie-, media- en telecomsector (TMT) misschien wel aanstaande is. Maar als de geschiedenis een leidraad is, dan zal de volgende zeepbel op de financiële markten overal kunnen plaatsvinden, behalve uitgerekend bij dergelijke aandelen.

De volgende zeepbel? Zeker. Onderzoek van de Amerikaanse zakenbank Salomon Smith Barney wijst uit dat zeepbellen meer een regel zijn dan uitzondering. Elke drie tot vier jaar ontstaat er ergens wel één.

De afgelopen twintig jaar tonen een parade van bellen. Eerst de aandelenkoersen, tot aan de krach van 1987, nu 15 jaar geleden. Toen de internationale vastgoedhausse, die eindigde met het spectaculaire faillissement van de Canadese projectontwikkelingsreus Olympia & York in 1992. Vervolgens de obligatiemarkt, die in 1994 een inmiddels al half vergeten krach doormaakte. Daarna de Aziatische bel, die knapte vanaf 1997 toen de val van de Thaise munt de aftrap bleek van een grootscheepse crisis die zich via Rusland in de herfst van 1998 uitstrekte tot de beurzen in het Westen. En als meest recente de aandelenhausse op de Westerse beurzen, die sinds het hoogtepunt in 2000 heeft geleid tot de slechtste periode op de aandelenmarkt sinds de olierecessie van 1973-74.

Een constante factor bij het ontstaan van bellen is volgens Salomon Smith Barney het monetaire beleid: een dalende rente zorgt er voor dat liquide middelen ruim voor handen zijn, en liquiditeiten zijn de grondstof voor een bel. Terwijl de bel uitdijt, loopt de rente op, totdat hij knapt. De nadelige gevolgen van de resulterende krach worden door de autoriteiten verzacht met een snelle verlaging van de rente. En die lage rente zorgt er vervolgens voor dat elders weer een zeepbel kan ontstaan. De Bank voor Internationale Betalingen concludeerde vorige maand in een onderzoek dat de `inflatie' van financiële activa voor een belangrijk deel synchroon loopt met een overmatige groei van de hoeveelheid geld in omloop. President Wellink van de Nederlandsche Bank zei onlangs dat de internationale druk op Japan eind jaren tachtig om de hoge yen met een lage rente minder sterk te maken, in dat land destijds bijdroeg aan wat de moeder aller zeepbellen genoemd mag worden: de Japanse economie is er tien jaar later nog steeds niet bovenop.

Neem het beeld van de halflege ballon. Wie er in knijpt, ziet aan het uiteinde een bel ontstaan. Wie die bel vervolgens met zijn andere hand leegknijpt, ziet net daarnaast wéér een bel ontstaan. Enzovoort. De financier George Soros werd steenrijk door het door hem verzonnen pricipe van de `reflexiviteit' van financiële markten. De markten zijn, zo luidt zijn stelling, niet alleen vaak uit evenwicht, ze zijn ook in staat die toestand lang vol te houden. Een slimme belegger surft zo lang mogelijk op de hype mee.

Vaak, stelt Salomon Smith Barney, begint een nieuwe zeepbel als een goed idee: het herstel van de jaren zeventig werd aangevoerd door het eerherstel van het bedrijfsleven, de toekomst ligt in Azië, de technologische ontwikkeling zal zorgen voor een duurzaam hogere productiviteit. Alleen wordt de waarde van de bijbehorende financiële activa vervolgens te lang omhooggedreven. Zo hoog dat het directe rendement – de rente, het dividend, de huuropbrengst van gebouwen – veel te laag wordt ten opzichte van de prijzen die worden betaald.

Een zeepbel draagt zo het zaad van zijn eigen vernietiging. Als het inderdaad zo is dat er elke drie, vier jaar ergens een nieuwe bel onstaat, dan ligt de vraag voor de hand waar op dit moment de volgende zich ontwikkelt. Vast staat dat er meer dan voldoende liquiditeiten zijn. De geldmarktrente is met name in de VS extreem laag. Salomon suggereert dat de obligatiemarkt op dit moment trekken vertoont van een zich ontwikkelende bel. Het achterliggende idee is er: lage en dalende inflatie of volgens sommige waarnemers zelfs een kans op deflatie in de VS en bijvoorbeeld Duitsland. Dat geeft zicht op fors lagere obligatierendementen, waardoor de koers van obligaties verder zal moeten dalen. Een andere kandidaat is de Amerikaanse (en Britse) huizenmarkt, die wordt opgejaagd door de zeer lage rente in de VS. Waar de volgende bel ook mag komen, voor speculanten wordt het zaak er vroeg genoeg bij te zijn. En vooral op tijd weer uit te stappen.

Dit is het derde deel in een serie over de sluipkrach. De eerder delen zijn te lezen op www.nrc.nl/sluipkrach.

Reageren? sluipkrach@nrc.nl

    • Maarten Schinkel