Financiën worstelt met belastingparadijzen

Een dreigende miljardentegenvaller in de belastingen dreigt afgewenteld te worden op het Nederlandse bedrijfsleven. Een alternatief is er wel, maar de risico's daarvan zijn enorm.

De vertwijfeling stond op het gezicht van staatssecretaris Steven van Eijck. Afgelopen vrijdag sprak hij een groep ondernemers toe over enkele fiscale onderwerpen en de vraag werd gesteld hoe de staatssecretaris een oplossing dacht te verzinnen voor een dreigende inkomstenderving voor de staat van eenmalig 2,2 miljard euro en 1 miljard euro structureel. Vlotjes pareerde Van Eijck de vraag met wat algemeenheden, maar voor de goede verstaander was duidelijk dat Financiën het ook even niet meer wist. ,,Vanzelfsprekend'', zei de staatssecretaris, ,,zou ik het liefst de kosten laten neerslaan bij de bedrijven die van het vervallen van 13.1 profiteren.''

`13.1' is belastingjargon voor een wetsartikel dat bepaalt dat de rentekosten voor buitenlandse deelnemingen (een belang in een ander bedrijf) niet aftrekbaar zijn bij de Nederlandse fiscus. Onder druk van een door uitlatenfabrikant Bosal aangespannen zaak dreigt dat verbod nu te vervallen, met grote budgettaire consequenties voor de Staat. Immers: de kosten voor buitenlandse deelnemingen worden van de winst afgetrokken, zodat de Staat – via de lagere opbrengst van de winstbelasting – met tekorten geconfronteerd wordt.

Financiën heeft, om deze budgettaire ramp te voorkomen, naar verluidt een noodwet in de pen die niet alleen de aftrekbaarheid van rentekosten voor buitenlandse deelnemingen schrapt, maar ook die van binnenlandse deelnemingen. Dat is het Nederlandse bedrijfsleven in het verkeerde keelgat geschoten, omdat het Nederlandse bedrijfsleven part nog deel heeft aan de te verwachten belastingderving. Eerder al zei MKB-fiscalist Warmerdam: ,,Het kan niet zo zijn dat het binnenlandse bedrijfsleven opdraait voor een extraatje voor het buitenlandse bedrijfsleven.'' En fiscalist Dijckmeester van VNO-NCW laat weten: ,,Als banken en verzekeraars hun binnenlandse deelnemingen niet meer mogen aftrekken, heeft het hele bedrijfsleven daar nadeel van.''

Een voorbeeldje: Stel dat drie broers met elk een eigen bv-tje samen een garagebedrijf willen kopen. Daarvoor lenen ze elk 500.000 euro tegen 5 procent bij de bank. Voor het bedrag van 1,5 miljoen euro kopen ze de garage, waar ze dus allemaal een deelneming in hebben. De rentekosten die de broers voor de lening betalen (75.000 euro, of 25.000 euro per bv-tje) zijn nu nog aftrekbaar van de winst, maar in het voorstel van het kabinet vervalt die mogelijkheid. Dat scheelt elk van de broers 7.500 euro aan winst per jaar. Gemeten over het totale bedrijfsleven, bedraagt de `schade' grofweg 1,3 miljard euro, waarvan 500 miljoen neerslaat bij het MKB en de rest bij de banken en verzekeraars.

Onacceptabel, meent het bedrijfsleven. Nederlandse bedrijven financieren hun buitenlandse deelnemingen nu al veelal met eigen vermogen, juist omdat de rentekosten niet aftrekbaar zijn. Het zijn vooral de zogenoemde ruling-vennootschappen (met een aparte afspraak met de fiscus) die zullen profiteren van het wegvallen van 13.1. Zij zouden bij het wegvallen van dat artikel zelfs dubbel profiteren, omdat zij nu al geen belasting betalen over hun leningen. Zij financieren hun buitenlandse deelnemingen nu vaak met geld dat zij lenen van in tax-havens gevestigde moederbedrijven. Omdat daar geen winstbelasting wordt betaald, hebben de bedrijven ook geen baat bij een aftrek. Althans, voor hen is het saldo van de kosten van een deelnemingen nihil, zodat het al dan niet aftrekbaar zijn van rentekosten van buitenlandse deelnemingen geen invloed heeft op de vestigingskeuze.

Juist daarom zijn deze bedrijven ongevoelig voor een hernieuwd verbod op het verbod op aftrek van rentekosten, zo laten fiscalisten uit het bedrijfsleven weten.

Het enige wat Financiën hoeft te doen, is in een wet op te nemen dat bedrijven die geld lenen van moeders in tax-havens geen recht hebben op aftrek. Een tax-haven zou gedefinieerd kunnen worden aan de hand van het percentage winstbelasting dat er geheven wordt: bij minder dan, zeg, 10 procent winstbelasting is een land een tax-haven.

Daarmee is het structurele tekort op de begroting grotendeels opgelost, zo blijkt uit berekeningen. Het incidentele gat van 2,2 miljard ligt gevoeliger, maar het behoud van de aftrekmogelijkheid voor rentekosten is het bedrijfsleven naar verluidt zoveel waard, dat het bereid is mee te betalen aan het afdekken van dat gat op de begroting. Of dat in de vorm van een tijdelijke verhoging van de vennootschapsbelasting, het afzien van de beloofde lastenverlichting (van 500 miljoen euro) of anderszins opgelost wordt, is nog onduidelijk.

Een gesprek tussen het bedrijfsleven en de beide bewindslieden van Financiën staat voor begin volgende week gepland.

Het alternatief waar Van Eijck zo naarstig naar op zoek is, ligt dus al op de burelen van het departement. Het ministerie wilde niet bevestigen dat er meerdere varianten in overweging zijn genomen.

Formeel houdt Financiën overeind dat er nog steeds een mogelijkheid is dat het Europese Hof Nederland alsnog gelijk geeft, maar iedereen erkent dat die kans marginaal is. De advocaat-generaal heeft negatief geoordeeld over de argumenten van het ministerie om de oorspronkelijke regeling in stand te houden, en de ervaring leert dat het Europese Hof in 80 procent van de gevallen de argumentatie (en derhalve het oordeel) van de advocaat generaal overneemt.

De vraag is of Van Eijck het risico durft te nemen en het voorstel van het bedrijfsleven wil omzetten in wetgeving.