De strijd van de terreurbestrijders

Het Indonesische kabinet is wakker geschud door de aanslag op Bali. Maar de terreurbestrijders bestrijden elkaar om de hoofdrol in het onderzoek.

Dat het terrorisme wereldwijd geen eenheidsworst is en dat de internationale oorlog ertegen in verschillende landen uiteenlopende, `nationale' trekjes vertoont, blijkt opnieuw in de zaak-Bali. Over internationale vertakkingen van deze aanslag staat nog niets vast, maar menigeen ziet de vingerafdrukken van Al-Qaeda.

De Amerikaanse president Bush en de Australische regering zeiden na de explosies op Bali al meteen te weten waar ze aan toe waren. In Indonesië vindt de Al-Qaeda-hypothese vooral aanhangers bij de Staatsveiligheidsdienst (BIN), die wordt geleid door een gepensioneerde generaal, Abdullah M. Hendropriyono. Die roept al een jaar dat Al-Qaeda wroet in Insulinde. Het Indonesische kabinet is politiek veelkleurig en wenst de gevoelens van de grote moslimgemeenschap te sparen. Alleen een buitenbeentje in het kabinet, minister van Defensie Abdul Djalil Matori, zegt openlijk wat de Amerikanen graag horen, namelijk dat `Bali' het werk is van Al-Qaeda. Maar hij komt niet met bewijzen.

Vandaag kwamen de Australische minister van Buitenlandse Zaken, Alexander Downer, en de Indonesische regering tot een tactisch vergelijk. De Australiërs mogen meedoen aan het onderzoek, als ze geen namen noemen voordat er resultaten zijn geboekt. Die terughoudendheid helpt Jakarta bij het bezweren van binnenlands verzet tegen deze pottenkijkers.

Het Indonesische kabinet, verdeeld als het is, lijkt door `Bali' wakker geschud en belooft terreur harder aan te pakken. Vandaag kondigde de kabinetschef van de president, Bambang Kesowo, aan dat de regering niet kan wachten tot het parlement het voorliggende ontwerp anti-terreurwet, dat omstreden is bij ijveraars voor de rechten van de mens, goedkeurt. Ze komt binnenkort met een decreet van dezelfde strekking.

Intussen lijken de `veiligheidsorganen' (lees: politie en BIN) te wedijveren om de hoofdrol in de terreurbestrijding. Die rivaliteit blijkt dezer dagen uit lekkages. De landelijke politie heeft een centrale dienst woordvoering, maar die wordt regelmatig gepasseerd door indiscrete lagere goden. Tot de val van potentaat Soeharto maakte de politie deel uit van de strijdkrachten, en moest zij dansen naar het pijpen van het leger. De politie werd in 1998 hoofdverantwoordelijke voor de binnenlandse veiligheid, maar was daartoe slecht toegerust. Ze kreeg bovendien te maken met subversieve activiteiten in de regio, waarin (oud-)militairen de hand bleken te hebben. In zulke brandhaarden als Atjeh en de Molukken faalde de politie jammerlijk. De militairen riepen: `zie je wel, ze kunnen het niet'.

Maandag besloot het kabinet het leger een voorname rol te geven bij de terreurbestrijding en dat zit de politie niet lekker. Via lekkage van onderzoeksresultaten naar de pers laat zij weten dat ze dit varkentje best kan wassen. De BIN bleef niet achter en speelde de media dezer dagen eigen bevindingen toe. `Inlichtingenbronnen' vertelden aan de krant Koran Tempo dat het in Bali om acht bommenleggers ging geleid door een ,,man uit het Midden-Oosten''. De verslaggever ging daarmee terug naar zijn politiebron en die zei: ,,niets van waar''.

Vandaag putte de Washington Post eveneens uit een Indonesische `bron'. Die meldde dat een gewezen luchtmachtofficier is opgepakt die had bekend de `Balibom' in elkaar te hebben gezet. Hij zou echter geschrokken zijn van het bloedbad en daarom zijn daad hebben opgebiecht.

Zo hebben alle terreurbestrijders wel een motief om het verhaal een eigen draai te geven. Het staat wel vast dat de strijdkrachten garen spinnen bij nauwere banden met de VS. Mocht het onderzoek uitwijzen dat de bommenleggers van Bali internationale, bijvoorbeeld Midden-Oosterse connecties hebben, is dat behulpzaam bij herstel van de militaire samenwerking met de Amerikanen. Die werd werd in 1999 opgezegd naar aanleiding van de door het leger geregisseerde militiefurie in 1999 in Oost-Timor, toen de bevolking daar koos voor onafhankelijkheid. De regering-Bush heeft dit embargo na de aanslag van 11 september gedeeltelijk opgeheven, in de hoop Jakarta te winnen voor haar `internationale oorlog tegen het terrorisme'. Die oorlog neemt in Indonesië nationale trekjes aan en daarbij draait het vooral om de binnenlandse macht.

    • Dirk Vlasblom