De nagalm

Bali is in rouw. Het vakantie-eiland treurt om de slachtoffers van de bomaanslag van zaterdag. En om het verloren paradijs.

In de groene heuvels van Bali, waar ik woon in het kunstenaarsdorp Ubud, hangen de roodwitte vlaggen halfstok. Dat is om de slachtoffers te herdenken van de bomaanslag afgelopen zaterdag in Kuta, maar misschien ook om de verloren onschuld te gedenken van het Eiland der Goden, dat dezer dagen veranderde in een Eiland van Doden. Want al bestond het merendeel van de slachtoffers niet uit Balinezen, die Australische voetballers en rugbyspelers hadden het ook niet verdiend om uit elkaar te worden gereten en geroosterd.

De Indonesische televisie bespaarde ons geen detail: afgereten ledematen, een half weggeslagen hersenpan, ingewanden, etc. Ooggetuigen zagen een man wiens ene been en arm waren weggeslagen in paniek wegkruipen op wat hem resteerde. Iemand anders was op slag dood en zo verbrand dat hij een houten beeld geleek. Op straat vond een vriend van ons een stuk gebit.

Verloor Bali werkelijk zijn onschuld, of was het alleen de illusie van onschuld die teloorging? Ruim een eeuw geleden verkochten Balinese vorsten hun onderdanen nog als slaaf als ze in geldnood zaten. Veertig jaar geleden werden er nog ruim 50.000 Balinezen door hun stamgenoten om het leven gebracht, omdat ze verondersteld werden communist te zijn. Dus achter al die kleurrijke ceremonieën en hoffelijke omgangsvormen school al langer een zekere woestheid. Het kidnappen van een bruid, het vijlen van tanden, het hanengevecht, al die pittoreske gewoontes stonden altijd al op gespannen voet met de schone schijn van glimlach, ballet en zoetgevooisd stemgeluid.

Wat nooit omstreden werd, is de pastorale schoonheid van het landschap en de vriendelijke ontvangst van bezoekers, die zich in alle opzichten bekoord voelden en in de watten gelegd. Terwijl de laatste jaren bloed vloeide in Atjeh, Sulawesi en de Molukken, gebeurden er in Bali nauwelijks onverkwikkelijkheden. Bali Aman, luidde de slogan, `Bali is veilig'. Terwijl voor andere delen van Indonesië een negatief reisadvies gold, werd Bali officieel veilig verklaard. Aan die uitzonderingspositie is nu met een oorverdovende klap een einde gemaakt. Een toeristisch vakantieoord moet het hebben van zijn image en dat fragiele beeld ligt nu in scherven, want een droom is kwetsbaar als glas. Menig vakantieganger zal het zekere voor het onzekere nemen en nu liever naar Thailand gaan.

Natuurlijk is het leed van de directe slachtoffers en hun nabestaanden met geen pen te beschrijven, maar die vlaggen halfstok kunnen ook verwijzen naar de economische en sociale malaise die het gevolg zal zijn. Tony Wheeler, uitgever van reisgidsen, zegt over de aanslag: ,,Its going to stop Bali tourism stone dead.'' Hotels ontvangen annuleringen bij de vleet. Ze zullen personeel moeten ontslaan. Hoe voelen die jongelui zich die studeerden voor een positie als manager in het reiswezen? Wat te denken van al die kleine handelaars, chauffeurs en gidsen die zich de broodwinning uit handen voelen geslagen? Naar schatting is voor eenderde van de Balinese bevolking het toerisme de kurk waarop men drijft.

Hoe veilig kan een land zijn waarin geen werk meer is om je gezin te onderhouden? Niet iedereen zal zich braaf naar zijn dorp laten terugsturen om daar zijn ziel in lijdzaamheid te bezitten en in het zweet zijns aanschijns op het land te werken. Hoe moet dat met die motor die je niet meer kunt afbetalen? Je kinderen die je niet meer naar school kunt sturen. Er zal gestolen gaan worden, geroofd, de drugshandel en prostitutie zullen bloeien. Zo wordt Bali pas echt onveilig.

Daar komt nog bij dat Bali nu nog in shock verkeert en rouwt, maar straks komt daar woede voor in de plaats. Tegen wie zal zich die richten? Tegen de aanstichters van de gewelddaad (wie dat ook mogen wezen) of tegen andere stumpers, zoals werkzoekende moslims uit Lombok of Java?

Vrienden van mij hebben een huisje aan de oostkust van Bali aan een afgelegen strand. Ze hadden al geboekt voor december, maar nu slaat ze de angst om het hart.

Ik probeer het met redelijkheid. Het is een gruwelijk incident, zeg ik, maar geen uiting van een algeheel onbehagen jegens buitenlanders. Integendeel, de bevolking van Bali koestert zijn bezoekers uit weloverwogen eigenbelang. Het moeten mensen van buiten Bali zijn die dit hebben aangericht en door je door hen vrees aan te laten jagen, speel je ze in de kaart. Juist nu ze het moeilijk hebben, moet je je Balinese vrienden niet in de steek laten. Zo'n barre aanslag kan overal plaatsvinden. Stel je voor dat bij het Vredespaleis in Den Haag een bom ontploft. Is dat een reden om nooit meer naar Madurodam te gaan, de Gevangenpoort of het Panorama Mesdag?

Mijn Balinese vriend Komang heeft van ellende een dag lang niet op zijn gitaar gespeeld. Hij zat maar te kijken naar al die tv-beelden. Toen hij zich eindelijk van het scherm afwendde, ze hij mismoedig: ,,Bali is no paradise anymore.'' Waarna we zwijgend naar de orchideeënstruik in de tuin keken en naar de boom die vol overrijpe mango's hangt. Vluchten kan niet meer, maar soms is het voor volwassenen, het sprookje ontgroeid, mogelijk voort te leven. Treurend om wat ons ontviel, maar dankbaar om wat overblijft om van te genieten.

    • Duco van Weerlee