Boeren gaan in VS voor `vriend' Australië

Australië probeert in het gevlij te komen bij de Verenigde Staten over een vrijhandelsverdrag. Maar Washington luistert voorlopig alleen naar de eigen boeren, niet naar de Australische premier, deputy sheriff John Howard.

De Verenigde Staten hebben volgens premier John Howard ,,geen grotere vriend dan Australië''. Howard vergeleek onlangs de geschiedenis van de twee landen: ,,Ons pioniersverleden heeft een geest geproduceerd die tegenslagen kan overwinnen en grote dromen nastreeft.'' De conservatieve regering lobbiet al geruime tijd in Washington voor een vrijhandelsverdrag. Howard profileert zich als een trouw bondgenoot en sluit militaire steun aan een eventuele Amerikaanse actie tegen Irak niet uit. Commentatoren hebben de premier daarom al spottend `deputy sheriff' genoemd.

Toch zit Australië voor een handelsverdrag met de VS voorlopig vast in de wachtkamer. De machtige landbouworganisaties in Amerika zitten ze niet te wachten op een nieuwe concurrent voor hun boeren en hun stem is voor Washington van groter belang dan die van Australië.

Landen van veel minder belang krijgen van de VS wel het recht onderhandelingen over een vrijhandelsstatus te openen. De Amerikaanse minister van handel Robert Zoellick noemde vorige week zes kandidaten: Marokko, El Salvador, Nicaragua, Honduras, Guatemala en Costa Rica, die gezamenlijk bij lange na niet de economische massa van Australië hebben. De mogelijkheid om ook met Canberra onderhandelingen te beginnen werd door Zoellick opengehouden. Hij noemde echter geen datum.

Op kernpunten van het buitenlands beleid verschilden de Australiërs recentelijk alleen van mening met de Amerikanen over de rol van het Internationale Strafhof, maar over de bestrijding van de Taliban (Australië stuurde troepen naar Afghanistan), het Kyoto-klimaatverdrag en Irak trok Canberra steeds één lijn met de Amerikanen.

Volgens ramingen zou het Bruto Nationaal Product van Australië met vier miljard Australische dollar (bijna twee miljard euro) toenemen wanneer volledige vrije handel met de VS mogelijk zou zijn. Na Japan is de VS de belangrijkste handelspartner voor Australië.

Hoewel het groei-effect procentueel niet spectaculair is (het bruto nationaal product is bijna 700 miljard Australische dollar), heeft vooral de agrarische sector hoge verwachtingen van een akkoord. De National Farmers Federation dringt er bij de regering nadrukkelijk op aan toegang van Australische landbouwproducten inzet van de onderhandelingen te maken. De lucratieve Amerikaanse markt voor vlees is nu nauwelijks toegankelijk door importbeperkingen en hoge invoerrechten. Daarnaast is het de Australische agrariërs een doorn in het oog dat de Amerikaanse boeren op grote schaal worden gesubsidieerd, terwijl ze zelf nauwelijks overheidssteun ontvangen. Aan die ongelijkheid moet een eind komen, vinden de Australische boeren.

Ze zijn hun Amerikaanse collega's echter op hun weg tegengekomen. Twintig Amerikaanse boerenbelangengroeperingen hebben de regering Bush verzocht geen voortgang te maken met een vrijhandelsverdrag met de `Aussies'. De lobby van de Amerikaanse boeren maakt in Washington voorlopig meer indruik dan de hondentrouw van John Howard.

De Labor-oppositie in Australië is sceptisch over de kansen op een vrijhandelsverdrag met de VS. Woordvoerder Stephen Martin wijst op komende Amerikaanse wetgeving die de boeren nog eens 72 miljard dollar aan subsidies moet geven over tien jaar. ,,Tegelijkertijd plannen ze hogere invoerrechten op staal, een stap die Australië rechtstreeks zal raken'', aldus Martin die vindt dat zijn land meer aandacht moet besteden aan overeenkomsten met landenorganisaties als ASEAN en aan de Doha-ronde van de Wereldhandelsorganisatie WTO.

Dat politieke steun aan Washington een grote rol speelt bij handelsprivileges is buurland Nieuw Zeeland deze week opnieuw duidelijk geworden. Voor dat land lijkt een vrijhandelsakkoord met de VS nog veel verder weg. Vice-premier Michael Cullen zei dat het Nieuw-Zeelandse antikernwapenverdrag uit de jaren tachtig de reden is dat Wellington nog verder achteraan in de rij staat.

Vanwege dat verdrag kunnen Amerikaanse marineschepen nog steeds niet aanmeren in de havens van Nieuw Zeeland – de VS willen namelijk nooit bevestigen of zich aan boord van zo'n schip kernwapens bevinden. Daarom werd Nieuw Zeeland in de jaren tachtig ook geschorst als lid van het militaire ANZUS-verdrag tussen Australië, Nieuw Zeeland en de VS.

    • Hans van Kregten