Amerika wil geen democratie opleggen

Er is een oud meningsverschil tussen de zogeheten `realistische' school op het gebied van buitenlandse zaken en de `idealistische' school. Simpel gesteld bagatelliseren de realisten het belang van waarden en beklemtonen ze het machtsevenwicht als de sleutel tot stabiliteit en vrede. De idealisten leggen de nadruk op het primaat van waarden en op de beslissende rol van de aard van samenlevingen voor het gedrag van staten tegenover andere landen.

Wellicht is dit stof voor een boeiend academisch debat, maar in het werkelijke leven zijn macht en waarden onverbrekelijk verbonden. Grote mogendheden kunnen miljoenen levens beïnvloeden en de geschiedenis veranderen. En de waarden van grote mogendheden zijn van belang. Als de Sovjet-Unie de Koude Oorlog had gewonnen, zouden we nu een heel andere wereld hebben.

Wij delen als Verenigde Staten tal van gezamenlijke waarden met onze bondgenoten overal ter wereld – een breedgedragen keuze voor de democratie, de rechtsstaat, de markteconomie en de vrije handel.

Daarnaast sluiten 's werelds grote mogendheden zich sinds 11 september 2001 steeds meer aaneen tegen de krachten van terreur en chaos. Bovendien zijn wij van mening dat deze waarden de tijd aan hun zijde hebben.

Veiligheid moet ook op militaire kracht berusten, maar daarop niet alleen. Om voort te bouwen aan een machtsevenwicht ten bate van de vrijheid, om met president Bush te spreken, moeten de voordelen van vrijheid en welvaart die wij in de ontwikkelde wereld genieten, zo breed mogelijk verspreid worden. Wij hebben een verantwoordelijkheid om te bouwen aan een wereld die niet alleen veiliger, maar ook beter is.

Als Verenigde Staten zullen wij samen met onze internationale bondgenoten strijden tegen armoede, ziekte en onderdrukking omdat dit de juiste – en de slimste – weg is. We hebben gezien dat arme landen kunnen verzwakken of zelfs ten onder gaan, en kwetsbaar zijn voor kaping door terreurnetwerken – met mogelijk rampzalige gevolgen.

De kern van onze gezamenlijke inspanningen moet de vaste wil zijn om het op te nemen voor de mannen en vrouwen die in elk land pal staan voor de `ononderhandelbare eisen van menswaardigheid', zoals president Bush het uitdrukt: vrije meningsuiting, rechtsgelijkheid, eerbied voor vrouwen, godsdienstige verdraagzaamheid en grenzen aan de macht van de staat.

Onze ontwikkelingshulp, onze diplomatie, onze internationale berichtgeving en onze onderwijshulp moeten gericht zijn op de bevordering van gematigdheid, verdraagzaamheid en mensenrechten in de vrijheidslievende landen van de wereld.

We moeten afstand nemen van de neerbuigende opvatting dat in het Midden-Oosten geen voedingsbodem is voor vrijheid, of dat moslims nu eenmaal niet het verlangen naar vrijheid met ons delen. De feestelijkheden die we vorig jaar zagen in de straten van Kabul hebben wel anders bewezen.

En onlangs erkende in een VN-rapport een panel van dertig Arabische intellectuelen dat hun landen niet ten volle zullen kunnen deelhebben aan de hedendaagse vooruitgang zonder een grotere politieke en economische vrijheid, vrouwenemancipatie en beter, moderner, onderwijs.

We zijn er niet op uit anderen democratie op te leggen, we willen alleen omstandigheden helpen scheppen waarin mensen voor zichzelf een vrijere toekomst kunnen opeisen. Ook erkennen wij dat er geen standaardantwoord is. Duitsland, Indonesië, Japan, de Filippijnen, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Polen, Taiwan en Turkije laten zien dat de vrijheid overal ter wereld anders tot uiting komt – en dat nieuwe vrijheden een waardige plaats te midden van aloude tradities kunnen vinden.

In landen als Bahrein, Jordanië, Marokko en Qatar hebben hervormingen plaats, langs lijnen die van de plaatselijke omstandigheden afhangen. En in Afghanistan is dit jaar door middel van een traditionele Loya Jirga-vergadering de breedst samengestelde regering uit de Afghaanse geschiedenis gevormd.

Dankzij onze eigen geschiedenis weten wij als Verenigde Staten dat we geduldig – en bescheiden – moeten zijn. Verandering – ook verandering ten goede – is vaak moeilijk. En vooruitgang gaat soms langzaam. Wij hebben als Amerika niet altijd aan onze eigen hoge normen voldaan. Ook 226 jaar nadat we onze eigen vrijheid hebben bemachtigd, moeten we er nog elke dag op oefenen.

Samen hebben de vrijheidslievende landen het vermogen om een 21ste eeuw te scheppen die aan onze hoop en niet aan onze vrees beantwoordt – maar alleen als wij vasthoudend en geduldig onze invloed in dienst stellen van onze idealen, en niet alleen van onszelf.

Condoleezza Rice is adviseur van de Amerikaanse president voor nationale veiligheidszaken.

    • Condoleezza Rice