Werkdruk op de sociale werkplaats

De sociale werkvoorziening voor mensen met een handicap lijkt steeds meer op een gewoon bedrijf. Orders moeten op tijd af, de kosten gaan omhoog en de subsidies lopen terug. En de Algemene Rekenkamer vindt dat er meer werknemers zouden moeten doorstromen naar een gewone baan. Voor de werknemers is het evenwicht broos: `Eén akkefietje en ze gooien het bijltje erbij neer.'

Nog niet zo lang geleden zaten mensen met een verstandelijke of lichamelijke handicap tientallen jaren zinvol, maar eentonig werk te doen in sociale werkplaatsen. Die tijd is voorbij: de sociale werkvoorziening, zoals die nu heet, wordt steeds meer een gewoon bedrijf en moet er voor zorgen dat de medewerkers doorstromen naar de reguliere arbeidsmarkt. De verhoudingen worden zakelijker, productiviteit en werkdruk nemen toe. ,,Orders moeten binnen een bepaalde tijd zijn uitgevoerd. Maakten mensen met het Down-syndroom vroeger tien lampen per dag, nu maken ze er twintig'', zegt een leidinggevende in een SW-bedrijf te Diemen.

De Algemene Rekenkamer gaat het nog niet snel genoeg: eind vorig jaar kapittelde die de sociale werkvoorziening. Ze zou de `betere' werknemers vasthouden en verhinderen dat zij een gewone baan aanvaarden.

Werknemers met een handicap tussen twee vuren.

De Rekenkamer onderzocht de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening en kwam tot de conclusie dat minder dan 1 procent van de 92.000 werknemers de beschermde werkomgeving inruilt voor een gewone baan. Terwijl de doelstelling vijf procent is. Van de beoogde 25 procent begeleid werken (in dienst bij een gewoon bedrijf met begeleiding door een job coach), wordt slechts zeven procent gehaald.

,,Onzin'', kaatst directeur Piet Dek van de Amsterdamse WRA Groep de bal terug. ,,De overheid heeft in 1998 de criteria voor toelating tot de sociale werkvoorziening aanzienlijk verscherpt. Mensen die nu binnenkomen hebben een ernstige arbeidshandicap. Dan kun je niet verwachten dat de uitstroom naar gewoon werk groter wordt. De wetgever is in 1998 halfslachtig geweest. De zittende mensen hoefden niet opnieuw te worden beoordeeld, alleen nieuwe mensen. Wanneer mensen, ook zij die hier al lang zitten, een andere baan willen, stimuleren wij hen. Maar de kans dat een 52-jarige met een SW-verleden een gewone baan krijgt, is natuurlijk niet zo groot.''

Volgens Janke Smit, CAO-onderhandelaar voor SW'ers van de AbvaKabo, houden sommige SW-bedrijven wel degelijk mensen vast – maar ze kunnen ook niet veel anders. ,,De bedrijven zijn gemangeld tussen hun commerciële doelstelling en de uitvoering van de wet'', zegt zij. ,,Door de verscherpte toelatingseisen voor sociale werkplaatsen komen nieuwe mensen van de onderkant van de arbeidsmarkt. Maar het werk moet gewoon gedaan worden. Vanuit de bedrijfsvoering is het logisch dat SW-bedrijven de mensen die ze intern hebben opgeleid en waar ze in hebben geïnvesteerd, niet graag zien vertrekken. Als werknemers niet zelf aangeven weg te willen, zal het bedrijf hen daartoe niet aanzetten. Door vergrijzing van de oude populatie en het lage niveau van nieuwe mensen zal het in de toekomst moeilijk zijn de continuïteit van het bedrijf te garanderen.''

Bij de WRA Groep in Amsterdam een van de grootste SW-bedrijven in Nederland werken tegenwoordig behalve SW'ers, ook WAO'ers en werklozen. Hier snijdt het mes aan twee kanten. Hun komst levert inkomsten op, en er is aanwas van nieuwe groepen mensen met eerder een sociale dan een lichamelijke of verstandelijke handicap. Hun al dan niet tijdelijke intrede in de sociale werkvoorziening voorkomt dat de spoeling van het arbeidsaanbod te dun wordt. De bedrijven hopen op die manier te voorkomen dat de strop van het gebrek aan voldoende en gekwalificeerd personeel, zich in de toekomst aantrekt.

De laatste jaren zijn bij de WRA Groep de productiviteit en omzet licht gestegen. `Medewerkers moeten naar vermogen optimale prestaties leveren' is het motto. Iske ter Haar, directeur van een van de divisies van de WRA Groep: ,,Extra kosten of tegenvallers kun je niet verhalen op de overheid. Daar komt bij dat de kosten en baten geen gelijke tred houden. De arbeidsvoorwaarden zijn tegenwoordig per CAO geregeld, met alles erop en eraan. Maar de subsidie van de overheid stijgt niet voor de volle 100 procent mee wanneer de loonkosten omhoog gaan. Je kunt dat verschil wel doorberekenen aan de klant, maar je kunt ook intern kijken of de organisatie efficiënter kan. Hoe je het ook wendt of keert: een gezond bedrijf is voorwaarde voor continuïteit.''

Productievere medewerkers kunnen in een dergelijke situatie node gemist worden. Neem het voorbeeld van SW'ers in parkeergarages bij de Amsterdamse Arena. Commercieel is het werk interessant voor de WRA Groep, omdat de contracten veel geld opbrengen. Maar je moet er de `betere' medewerkers voor hebben, die zelfstandig kunnen werken, in ploegendienst werken en met mensen om kunnen gaan. Iske ter Haar: ,,Toch gaat het zelfs hier om een groep `zwakke' werknemers. Slechts een enkeling zal in een gewone baan kunnen gedijen.''

Mensen moeten soms een hele omweg maken om bij de sociale werkvoorziening terecht te komen. De strengere eisen maken rechtstreeks toelaten onmogelijk. Directeur Piet Dek zou die groep het liefst direct aan werk willen helpen. ,,Veel mensen zijn zo zwak, die vallen al om bij windkracht 1. Zij zijn niet ziek, maar zullen even afgezien van die ene wonderbaarlijke genezing nooit in een gewoon bedrijf aan de slag kunnen. Suggereer niet dat zij kunnen doorstromen, laat hen de kortste weg nemen naar de plek waar ze goed zitten.''

Een voorbeeld. Op Schiphol assisteert een ploeg gedetacheerde SW'ers, gestoken in werkkleding van het schoonmaakbedrijf dat door de luchthaven is ingehuurd, bij het poetswerk. Het SW-bedrijf zorgt voor de begeleiding. Schiphol stelt hoge eisen, soms is er wel vier keer op een dag controle. Sommige SW'ers zijn trots op hun functie. Reizigers vragen hen de weg, ze voelen zich gastheer of gastvrouw van Schiphol. Maar het evenwicht is broos. ,,Er hoeft maar één iemand iets lelijks te zeggen en het is hommeles'', zegt werkleider Theo Dubois. ,,Eén akkefietje en ze gooien het bijltje erbij neer. Vorige week nog hebben twee mensen `de geest gegeven', die waren helemaal op.''

Fred Saelman is één van die twee en zit ziek thuis. Hij werkt al 26 jaar bij de sociale werkvoorziening, maar de laatste jaren is onrust troef. Hij is vaak van bedrijf geswitcht, steeds raakt hij in conflicten verzeild. Werken in de metaal lag hem nog het meest. Op Schiphol zint het werk hem niet, en de collega's evenmin. Volgens hem ging het mis toen de sociale werkplaats WRA werd: ,,Alle mensen die goed ter been waren, die niks zichtbaars hadden, werden gedetacheerd. Ik wil niet door een gewoon bedrijf worden overgenomen. Ik wil zekerheid hebben als ik ergens uitvlieg.''

Theo Dubois loopt, gewapend met een mobieltje, de hele dag van de ene naar de andere pier om de twintig SW-medewerkers in goede banen te leiden. Veel brandjes blussen en veel praten. ,,Soms ben ik net thuis voor het weekend en dan belt Schiphol dat er iets misgaat. Kan ik meteen weer terug. Niet iedere SW'er kan de verantwoordelijkheid en de tijdsdruk aan. De mensen zijn zo gewend aan bescherming. Als ze zich vroeger niet lekker voelden, bleven ze thuis. Hier moeten ze presteren.''

Directeur Ter Haar richt haar activiteiten vooral op de medewerkers ín het bedrijf. Uitstroom van mensen staat niet centraal. ,,Iemand die elders aan de slag wil, krijgt onze steun. Maar we werken ze ook niet met man en macht de deur uit. Mensen die in aanmerking komen voor indiensttreding elders, hebben overigens zelf aarzelingen. En die zullen met de steeds strengere regels rond ziekte en arbeidsongeschiktheid niet minder worden.''

Individuele ontplooiing is een van de hoofddoelstellingen van SW-bedrijven. Ook bij de WRA Groep wordt veel geïnvesteerd in opleiding en training van de werknemers en velen maken daar graag gebruik van. Bij binnenkomst volgt een werknemer allereerst een leer-werktraject. Vervolgens kan men van eenvoudig werk intern doorschuiven naar een andere afdeling. Mensen worden gestimuleerd tot het halen van een diploma. Tenslotte kunnen ze worden gedetacheerd, individueel of als groep. Bij Heineken, Schiphol of Albert Heijn. Of in dienst treden van een opdrachtgever.

Enkele jaren geleden is de WRA Groep gestart met functionerings- en beoordelingsgesprekken om te kijken of werknemers nog meer willen en kunnen. Voor leidinggevenden is onlangs het zogenoemde `competentiemanagement' ingevoerd: vaardigheden en prestaties van de medewerkers worden nauwgezet in kaart gebracht zodat leidinggevenden hun ontwikkeling aan de hand van data kunnen sturen.

SW-bedrijven moeten uitkomen met het budget dat het rijk hen verschaft en steeds meer hun eigen broek ophouden. Met de open eindfinanciering uit het verleden is het gedaan. Omdat gemeenten niet willen opdraaien voor tekorten, moet de sociale werkvoorziening commercieel werken. Er worden reserves opgebouwd. Dat betekent een efficiënte bedrijfsvoering en stijgende opbrengsten. De opgebouwde reserves gebruikt men voor investeringen en het binnenhalen van nieuwe opdrachten. Tegelijkertijd moet natuurlijk gewoon de wet worden uitgevoerd. Alle mensen met een SW-indicatie worden in dienst genomen, ontslaan kan niet.

Commerciële en sociale doelstelling van de werkplaatsen staan geregeld op gespannen voet met elkaar. Hier en daar wordt gemord dat het bedrijf wel erg veel nadruk legt op opbrengsten en productiviteit. Sommige werkleiders, vooral zij die al lang meelopen, vinden het `op de centen letten' al gauw ten koste gaan van de sociale kant van de zaak. Werknemers moeten op hun tenen lopen. Een deel van het hoge ziekteverzuim van rond de 20 procent is te wijten aan de werkdruk, valt ook uit jaarverslagen op te maken.

Ton van der Struyf is werkleider bij een vestiging van de WRA Groep in Diemen, waar vooral wordt gemonteerd en verpakt. ,,De subsidie wordt minder en de productie moet hoger.'' Toch zou hij niet weg willen bij het bedrijf, net zomin als de vijftig mensen die hij onder zich heeft. ,,Vroeger was ik dakdekker en banketbakker, later taxichauffeur. Ik brak een rugwervel en werd voor 80 tot 100 procent afgekeurd. Maar ik kan niet zonder werk. Ik ben hier 11 jaar geleden binnengekomen met een SW-indicatie vanwege mijn lichamelijke handicap. Sinds 3 jaar ben ik werkleider, ik heb een opleiding gekregen met alles erop en eraan. Theoretisch zou ik ook in het vrije bedrijf kunnen werken, maar ja, ik ben 55 jaar. En ik werk graag met deze mensen. De medewerkers kunnen doorstromen en een opleiding krijgen, maar 99 procent wil niet weg. Ze willen niet terecht komen tussen mensen die beter kunnen nadenken dan zij.''

    • Annemiek Onstenk