Tussen de middag rode kool en bier

Tien nieuwe leden komen, als alles goed gaat, in 2004 de EU binnen. Wie zijn de nieuwkomers? Deel drie van een serie : de Tsjechen.

Het is een gewone doordeweekse dag in een buitenwijk van Praag. In de metro kijkt iedereen strak voor zich uit of is verdiept in een boek. Station na station roept een monotone stem uit de luidsprekers: niet meer in of uitstappen, de deuren gaan dicht, het volgende station is...

Totdat het vrouwtje instapt. Een dikkige oma. Ze sleept een boodschappentas op wieltjes achter zich aan, aan haar arm bengelt een rieten mand propvol met goudbruine paddestoelen. De wagon is in één klap wakker. ,,En de boodschappentas zit ook vol'', zegt ze uitdagend als ze alle blikken op zich gericht voelt. Er gaat een bewonderend gemompel door de wagen. ,,Zelf geplukt?'', vraagt een man voorzichtig boven zijn krant. ,,Jazeker, zelf geplukt'', zegt de vrouw zelfbewust.

Het wordt doodstil in de wagen. Niemand kan zijn blik afhouden van de vlezige boleten. ,,U eh, u heeft zeker een geheime plaats he?'', probeert één van de medereizigers quasi-achteloos in de hoop dat de vrouw gaat rebbelen en haar geheim prijsgeeft. Maar ze stinkt er niet in. ,,Ja, die is geheim'', klinkt het beslist. Bij het volgende station stapt ze uit. Haar rijkdom triomfantelijk achter zich aanslepend. In Tsjechië trekken bejaarden zelden aan het langste einde.

Als mijn oude tante Miluša nu wakker zou worden uit haar eeuwige slaap zou ze verwonderd opkijken over de nieuwigheden die haar land hebben overspoeld. Bankautomaten waar geld uit rolt, reclames in schreeuwende kleuren, dure Italiaanse merkkleding achter glanzende puien. Haar `Gouden Praag' is niet meer grijs en eeuwig in de steigers, maar fris gesausd en rijk voorzien. Ze zou ook onmiddellijk beginnen te schelden. Dit keer niet op de communisten maar op het feit dat ze van haar pensioen niet veel meer dan wat brood en kwark zou kunnen kopen. Miluša was precies even oud als de vorige eeuw. Ze stierf kort voor de Fluwelen Revolutie in 1989. Daarvoor had ze alles meegemaakt wat `de eeuw van het geweld' te bieden had gehad: de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en het communisme. Het interbellum was haar glorietijd. Tsjechoslowakije was vrij en onafhankelijk. Miluša was jong en mooi en haar man was ingenieur en verdiende goed. Ze lieten een villa bouwen in een dorp vlak buiten de hoofdstad. In 1938 was het goeds plotseling op. Hitlers troepen marcheerden Tsjechoslowakije binnen. De buitenwereld verroerde geen vinger. De man van Miluša werd gevangen genomen. Hij overleefde het concentratiekamp maar werd nooit meer de oude. In 1948 kwamen de communisten. Stukje bij beetje lieten de nieuwe machthebbers beslag leggen op de villa. In Miluša's laatste jaren had ze alleen nog maar recht op een zolderkamer waar ze via een gammele buitentrap naar toe moest klimmen. Ze deed het want ze gunde `die volgevreten communisten' hun overwinning niet.

Veel dingen zijn onherkenbaar veranderd sinds haar dood. De Tsjechen en Slowaken zijn massaal maar vreedzaam in opstand gekomen. Ze hebben de communisten naar huis gestuurd zonder iemand een haar te krenken of een takje te breken. Slowakije heeft zich losgemaakt van Tsjechië: Bratislava en de Tatra zijn buitenland. De communisten hebben hun buit moeten teruggeven. Nieuwe schurken hebben zich weten te verrijken. Om de vier jaar zijn er democratische verkiezingen en je moet met een vergrootglas kijken om te zien waar de wetgeving van Tsjechië nog verschilt van die van de rest van de EU.

Maar er is ook veel hetzelfde gebleven. Tegen twaalven 's middags trekt het hele land zich terug in kleine kroegjes waar voor een paar euro vlees met knedlik en rode kool wordt geserveerd. De ober turft zonder commentaar de hoeveelheid biertjes. Aan vierkante tafeltjes met geruite kleedjes wordt het laatste nieuws doorgenomen, over enge Duitsers en Oostenrijkers die de Beneš-decreten willen terugdraaien, ja, zelfs de toetreding van Tsjechië tot de Europese Unie willen blokkeren. In de Tsjechische café's komen Duitsers en Oostenrijkers er zelden goed af. Evenmin trouwens als Hongaren of Slowaken. Of de veelbesproken EU zelf. Van de buitenwereld valt weinig goeds te verwachten. Als de kroegjes het voor het zeggen hadden zou Tsjechië nooit lid worden van de EU. Buiten de kroeg is de Tsjech iets nuchterder: als alles meezit is een kleine meerderheid vóór.

Eerdere delen op www.nrc.nl

    • Renée Postma