Rol van parlementen bij EU-uitbreiding

In de procedure voor de uitbreiding van de Europese Unie is niet voorzien dat nationale parlementen na afloop van de onderhandelingen nog eens apart kandidaat-lidstaten beoordelen. De EU wil de parlementen volgend jaar één verdrag voorleggen waarin de overeenkomsten met alle nieuwe lidstaten zijn opgenomen. Deze methode heeft de EU ook bij eerdere uitbreidingen toegepast.

Volgens de gebruikelijke procedure kunnen de nationale parlementen op grond van de rapporten die de Europese Commissie vorige week publiceerde, de geschiktheid van kandidaten beoordelen. Daarom is dit ook het moment bij uitstek voor nationale parlementen om nog eventuele kanttekeningen te plaatsen.

Eind volgende week besluiten de Europese regeringsleiders tijdens een top in Brussel welke landen de eindronde van de onderhandelingen over toetreding kunnen ingaan. Ze willen die onderhandelingen in december op de top van Kopenhagen afsluiten.

Als dat lukt kan het verdrag in maart volgend jaar door de regeringsleiders worden ondertekend. Pas dan hebben juristen de definitieve verdragstekst gereed. Dit verdrag zal bestaan uit een algemene tekst over de EU-uitbreiding en per kandidaat-land een apart zogenoemd besluit van toetreding. Dit verdrag met de besluiten van toetreding wordt vervolgens als één pakket aan de nationale parlementen en aan het Europees Parlement ter ratificatie voorgelegd. De parlementen hebben dan de keus om de hele uitbreiding te aanvaarden of af te wijzen. Ze kunnen dan niet meer een van de kandidaten uit het totaalpakket weigeren.

Het Europees Parlement debatteert begin volgend jaar, voordat de definitieve verdragstekst op tafel ligt, wel alvast over de resultaten van de top van Kopenhagen. Dat debat zal wel gaan over de afzonderlijke kandidaten. Bij dit debat kan het Europarlement een kandidaat die door de regeringsleiders in Kopenhagen is aanvaard, alsnog afwijzen. Juridisch is zo'n afwijzing van geen betekenis, maar zo'n stap van het Europees Parlement zou wel politieke gevolgen kunnen hebben die niet te overzien zijn.

Net zoals het Europarlement kunnen nationale parlementen, ook de Nederlandse Tweede Kamer, besluiten tot een debat over de resultaten van de top van Kopenhagen. Daarbij kan een door de regeringsleiders aanvaarde kandidaat worden afgewezen. Zo'n afwijzing zal flinke politieke gevolgen hebben. Maar als een nationaal parlement eenmaal het verdrag over de EU-uitbreiding moet beoordelen, kunnen er geen individuele kandidaten meer afgewezen worden. Dan is het een kwestie van alle – waarschijnlijk tien – kandidaten aanvaarden of geen enkele.