Premier Balkenende moet een daad stellen

De LPF-vetes ondermijnen de politieke en bestuurlijke daadkracht. Voor premier Balkenende blijft eigenlijk maar één weg over: de Tweede Kamer ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven, vinden Menno de Bruyne en B.J. van der Vlies.

Zo kan het niet langer. Zelfs toen prins Claus nog niet was bijgezet, konden sommige LPF'ers het niet laten om hun verbeten machtsstrijd voort te zetten. Gevoegd bij de beschamende taferelen die eerder werden vertoond, is maar één conclusie mogelijk: zo kan het niet langer. De minister-president moet snel orde op zaken stellen door schoon schip te maken. Premier Balkenende moet de Tweede Kamer ontbinden.

Twee christen-democratische politici schreven parlementaire geschiedenis door op het goede moment precies de juiste verzuchting te slaken. De eerste was CHU-fractievoorzitter Tilanus, die in 1958 bij de breuk in het (laatste) kabinet-Drees zei: ,,Moet dit nu zo?'' Zijn partijgenote jonkvrouw Wttewaal van Stoetwegen wist twaalf jaar later ieders gevoelens treffend te verwoorden door tijdens een nachtelijk debat over het ingewikkelde belastingstelsel een eind aan de beraadslagingen te maken met de opmerking: ,,Dit is gekkenwerk.''

Deze one-liners avant-la-lettre zijn anno 2002 meer dan memorabel naar aanleiding van de voor het front van de natie uitgevochten twisten in de Lijst Pim Fortuyn. Nu is het bepaald niet voor het eerst dat partijgenoten ruziënd over de straat rollen. Bijzonder is echter wél dat de LPF op dit moment de op één na grootste partij van het land is, en dat deze formatie een van de dragende pijlers is van het kabinet. Nieuw is ook de onbeschaamdheid waarmee het spel om de macht wordt uitgevochten.

Natuurlijk was deze heisa, gelet op de turbulente ontstaansgeschiedenis van deze nieuwe groepering, te verwachten. Dat doet aan de ernst en schadelijkheid van de Binnenhofse LPF-vetes niets af. Integendeel, het is reden temeer voor zorg. De ruim anderhalf miljoen kiezers die hun stem toevertrouwden aan de LPF, voelen zich misleid. En terecht, want ze zijn bedrogen uitgekomen. Aan te nemen valt dat juist deze kiezers, van wie velen sowieso al geen fiducie hadden in `Den Haag', definitief het vertrouwen hebben verloren in de werking van ons parlementaire stelsel. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling, waarvan de kwalijke gevolgen, zeker op de langere termijn, gevreesd moeten worden.

De houding van de andere partijen, inclusief de coalitiepartners, is tot op heden die van ongeruste (CDA en VVD) dan wel geamuseerde toeschouwers (oppositie). De vraag is hoe lang wij ons deze houding kunnen permitteren. Het `gedoe' woekert namelijk door. Nota bene zelfs toen in verband met het overlijden van prins Claus politiek Den Haag een pas op de plaats maakte, ontzagen LPF'ers zich niet om de onderlinge ruzies verder uit te vechten. En waar allang voor gevreesd werd, is bewaarheid. De vlam is inmiddels overgeslagen van de Tweede Kamer naar de Trêveszaal, waar bewindslieden van LPF-huize naar het schijnt niet meer door één deur kunnen.

Voor de politiek en voor het bestuur van ons land is dat een funeste ontwikkeling. Het kabinet heeft als motto `duidelijkheid en daadkracht'. Nu de situatie is zoals ze is, is het zaak dat de premier dit motto in daden omzet. Daadkracht is nodig om duidelijkheid te scheppen. Concreet: minister-president Balkenende moet de Tweede Kamer ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven.

De premier heeft die mogelijkheid op basis van artikel 64 van de Grondwet: ,,Elk der Kamers kan bij Koninklijk Besluit worden ontbonden.'' Deze ontbindingsbevoegdheid is direct gekoppeld aan snelle nieuwe verkiezingen. De nieuwgekozen Kamer moet binnen drie maanden samenkomen. Het ontbindingsrecht heeft sinds de invoering in 1848 een hele ontwikkeling doorgemaakt. Aanvankelijk was het een middel om een conflict of patstelling tussen Kamer en kabinet te doorbreken. In de twintigste eeuw evolueerde het onder de vigeur van de vertrouwensregel tot een instrument om na een crisis via een kiezersuitspraak helderheid te scheppen over de politieke (krachts)verhoudingen.

De bron van de huidige rumor in casa is de LPF-fractie in de Tweede Kamer. Als stabiele factor, en daarmee als betrouwbare coalitiepartner, is deze fractie volledig afgeschreven. Op de achtergrond speelt mee de ordinaire machtsstrijd in de LPF-partijorganisatie, met, zoals gezegd, vertakkingen tot in het kabinet.

Op zichzelf genomen is dat niets nieuws. In het verleden zijn wel meer (coalitie-)partijen ten prooi gevallen aan interne tegenstellingen (VVD in 1989, CDA in 1977), maar niet eerder was de machtsstrijd van dien aard, dat een Kamervoorzitter zich genoodzaakt voelde om publiekelijk zijn zorgen uit te spreken over het aanzien van het parlement. Veelzeggend is verder dat Nederland door de LPF-perikelen elders in de wereld geldt als `een voorwerp van aanhoudende zorg' van buitenlandse regeringen.

Gezien deze beschamende feiten, gevoegd bij de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de LPF, gelet op haar karakter, ontstaansgeschiedenis en de aard van de conflicten, een bron van voortdurende tweespalt zal zijn, ligt het nu op de weg van de minister-president om een daad te stellen. Wachten tot de LPF zichzelf nog verder ruïneert, en de coalitie daardoor alsnog breekt, is geen oplossing.

Die optie is zachtjesaan onverantwoord, mede omdat het aanzien van de politiek met de dag meer schade lijdt, en daarmee het vertrouwen in ons parlementaire stelsel. De zorg daarover gaat iedereen aan. Minister-president Balkenende zou het land dan ook de beste dienst bewijzen door nu te concluderen: zo kan het niet langer. Met deze one-liner zou ook híj zich een eervolle plaats kunnen verwerven in de geschiedenisboekjes. ,,Moet dit nu zo?'' Ja, want ,,dit is gekkenwerk.''

Menno de Bruyne is voorlichter van de Tweede-Kamerfractie van de SGP en ir. B.J. van der Vlies is voorzitter van deze fractie.