Philips kan dipje economie hebben

Operationeel draait Philips beter dan een jaar geleden. Het beursklimaat en de vele reorganisaties zetten het concern echter op verlies. Factoren die in de prognose geen rol spelen.

Van chips tot televisies, van scheerapparaten tot gloeilampen. Philips presteert over de hele linie beter dan het elektronicaconcern een jaar geleden deed. Valt het economisch klimaat eigenlijk best mee, of is Philips nu zo strak georganiseerd dat het ook in barre tijden gemakkelijk overeind blijft?

Natuurlijk valt de vergelijking met vorig jaar enigszins scheef uit. Het derde kwartaal werd vorig jaar ruw verstoord door de aanslagen van 11 september, waardoor de consument enige tijd de hand op de knip hield. Desondanks is de verbetering over de hele linie opvallend: bij de chipdivisie liep het verlies bijvoorbeeld terug van 291 miljoen in 2001 tot een min van 58 miljoen dit jaar.

Een optimistische prognose over de – voor Philips zeer belangrijke – chipmarkt kon financieel directeur J. Hommen vanochtend in een telefonische toelichting op de kwartaalcijfers niet geven. Maar door verder te saneren tracht het concern ondanks de gestokte vraag quitte te draaien, ,,Wij willen volgend jaar bij een bezetting van de fabrieken van 60 tot 65 procent geen verlies meer lijden'', aldus Hommen. In het derde kwartaal werden de kapitaalintensieve fabrieken voor 58 procent gebruikt.

Door de slechte situatie op de markt zijn chipproducenten het initiatief kwijtgeraakt: de klant bepaalt. ,,Omdat de klanten vooral op korte termijn bestellen is het voor ons extra moeilijk om iets over de langere termijn te zeggen.''

Ook de omstandigheden op de financiële markten spelen Philips parten. Het bedrijf ziet zich genoodzaakt om de belangen in andere bedrijven voortdurend af te boeken. In de eerste maanden levert dit, vooral als gevolg van de misère bij het Franse mediaconcern Vivendi, al een boekhoudkundige strop op van ruim 1,8 miljard euro die ten koste gaat van de nettowinst. Ook het belang in automatiseerder Atos Origin (1,4 miljard euro) en de boekwaarde van de LCD-joint venture LG Philips (900 miljoen euro) zullen in het vierde kwartaal waarschijnlijk flink worden afgewaardeerd.

Bij de post pensioenen voelt Philips eveneens de problemen op de beurs. Dit jaar heeft het concern al 480 miljoen euro moeten bijdragen, hetgeen ook in de winstcijfers te voelen is. In het derde kwartaal moest Philips 175 miljoen euro meer storten dan een jaar geleden. ,,Aan het eind van het jaar zullen we bekijken of we nog meer moeten doen.'' De problemen op de beurzen lijken voorbij te gaan aan de consument. Zowel bij de divisie Licht, Huishoudelijke apparatuur als Consumentenelektronica is de recessie (nog) niet in de resultaten geslopen. Licht, traditioneel de meest stabiele winstmaker, ziet het resultaat met 40 procent stijgen tot 141 miljoen. Op elke euro omzet verdient Philips 13 cent.

Ook bij de divisie waar scheer- en koffieapparaten vandaan komen is van een kopersstaking geen sprake. Het resultaat van Huishoudelijke Apparatuur steeg met 18 procent tot 79 miljoen euro. De winstmarge bij deze divisie ligt zelfs boven de 15 procent.

Van zo'n winstgevendheid kunnen ze bij Consumentenelektronica (televisie, dvd) slechts dromen: op een omzet van 2,2 miljard euro is de winst (24 miljoen) marginaal te noemen. Een jaar geleden was dat nog een verlies van 45 miljoen. De omzet daalde met een stevige 16 procent. ,,Vooral een gevolg van lagere verkopen van gsm-telefoons'', aldus Hommen. ,,Met de verkoop van televisies en dvd gaat het goed. Alleen in de Verenigde Staten is de omzet daarvan gedaald.''

Al met al lijkt de consument nog flink uit te geven. Tegelijkertijd is het operationeel gestroomlijnde Philips gemakkelijk in staat om verliezen bij Chips, Componenten en Medische systemen (als gevolg van grote overnames) te dragen. Voorbeeld van die stroomlijning: het laagterecord van de voorraden en de overheadkosten die dit jaar 176 miljoen euro lager liggen.

Philips denkt dit jaar ,,ondanks de zeer moeilijke marktomstandigheden'' in de zwarte cijfers te belanden. Hoewel? Het concern houdt bij deze voorspelling niet alleen de boekhoudkundige correcties (afwaarderingen) buiten de cijfers, maar ook de bijzondere posten zoals reorganisatiekosten. Alleen al voor de saneringen bij Componenten en Semiconductors wordt dit jaar meer dan 400 miljoen euro opzijgelegd. Daardoor verliest de optimistische prognose een deel van zijn kracht.