Neef Norbert vermoord door het `internationale terrorisme'

Mijn achterneef Norbert Freriks (34), politicoloog en verkoper van internetsites, maakte gemiddeld twee keer per jaar een verre reis. India, Peru, Belize, Thailand, Vietnam, Laos, Cambodja, Egypte, Nepal, Tibet. Ook zijn vriendin kon hem er niet van weerhouden.

Toeristenoorden meed hij doorgaans. Maar het eiland Bali had als laatste stop van vier weken Indonesië meer te bieden dan prullariawinkels en discovertier. Dolfijnen kijken, met een mountainbike de bergen in, regenwouden bezoeken en duiken. Duiken was één van Norberts jongste passies sinds hij in november vorig jaar zijn duikbrevet had gehaald. Eén van zijn grote wensen, zo had hij zijn zuster Olette verteld, was van dichtbij een zeeschildpad zien.

Norbert had ik al lang niet meer ontmoet. Maar ik herinner me hem nog van verjaardagen bij een tante op de Korte Kade in Rotterdam-Kralingen, waar wij samen in de achterkamer onder tafel speelden. Een gezonde, vrolijke en goedlachse jongen, zo staat me voor de geest. ,,Een fors, bol gezicht met donkerblond krullend haar'', zegt zijn zuster Olette.

Ze beschrijft een levensgenieter, die motor reed en net een verbouwing van zijn flat in Leiden met een aannemer had afgesproken, en vooral een trouwe broer. Ze vertelt hoe hij haar, als hij op reis was, van waar ook ter wereld emailde. En hoe hij als afzwaaiend VN-sergeant in Bosnië haar zijn militaire aandenken, een tinnen roosje, op een vol exercitieplein overhandigde, als dank voor haar steun tijdens de oorlog.

Vorige week dinsdag, 8 oktober, zond hij haar zijn vierde en uitvoerige, laatste email van zijn Indonesië-reis: Norbert vertelt hoe hij met zijn vriend en reisgenoot Wybrand werd belaagd door apen, die het gemunt hadden op zijn bananen en hem in zijn hand en arm beten. Hij besluit: ,,Morgen gaan we wildwater-raften en later in de week naar Kuta.'' Overmorgen zou hij thuiskomen.

Het leed van Bali komt plotseling dichtbij, als Olette zachtjes door de telefoon begint te snikken. Elders in haar Ridderkerkse woning zijn leden van het Rampen- Identificatieteam, namens het Ministerie van Buitenlandse Zaken, met haar moeder in gesprek.

Norbert en Wybrand liepen zaterdagavond bij de discotheek Sari Club in Kuta, vertelt Olette. Op dat moment ontploften kort na elkaar twee bommen. De eerste liet hen ongedeerd, de tweede, een autobom, niet. Wybrand werd weggeblazen door de kracht maar overleefde het. ,,Norbert was gelijk dood, nemen we aan'', zegt Olette.

Andere Nederlanders hebben Norbert, in aanwezigheid van de consul op Bali, inmiddels ter plekke geïdentificeerd. Buitenlandse Zaken zoekt nog naar extra zekerheid om hem formeel tot overledene te verklaren.

Onwillekeurig moet ik terugdenken aan de NAVO- en VN-bijeenkomsten die ik sinds 11 september beroepshalve heb bijgewoond. Daar hamerden Amerikaanse leiders als Bush, Powell en Rumsfeld op de `oorlog tegen het terrorisme' en de `nieuwe dreigingen'. Bij enkele van die gelegenheden verbaasde ik me over het gebrek aan urgentie bij sommige Europese leiders, die zeiden dat ze sinds 11 september de strijd tegen het wereldwijde terrorisme ook heel serieus namen maar dat niet in daden lieten blijken. Zij straalden uit dat zij niet in oorlog waren en dat het Amerikaanse onheil niet direct hun probleem was. Veel Europese leiders lieten dat bijvoorbeeld blijken door te blijven bezuinigen op Defensie.

Nu mijn achterneef is vermoord, door het `internationale terrorisme', Al-Qaeda of een ander internationaal georiënteerd netwerk, vraag ik me af: zouden zij de oorlogsverklaring van `Bali' wel begrijpen? Zouden Nederlandse leiders het begrijpen, nu de bom van Bali tot in Ridderkerk, Leiden, Alblasserdam en Oosterland een krater heeft geslagen?

Norbert overleefde de oorlog in Bosnië, maar de oorlog op Bali niet.

Het schiet door mijn hoofd terwijl Olette nog steeds snikt. Hoe troost je iemand met de moord op haar broer? Heeft Norbert nog kunnen duiken en zeeschildpadden gezien?, vraag ik. ,,Ja, en zelfs geaaid'', zegt Olette terwijl een lachje haar geween doorbreekt. Het is maar een korte opleving. ,,Ik was zeven en enig kind toen Norbert geboren werd'', zegt ze. ,,Ik weet nog hoe blij ik was en hem in mijn poppenwagen legde. Nu ben ik 41 en weer enig kind...''

    • Robert van de Roer