Nannini

Dankzij Boudewijn Büch leerde ik Gianna Nannini kennen.

Het ging als volgt. Een jaar of zes, zeven geleden viel ik op tv in een van Büchs reisprogramma's. Ik weet niet meer om welk gebied het ging, maar het zag er nogal bar en verlaten uit. De laatste beelden van het programma begonnen en opeens golfde er over het verwaaide landschap een krachtige, schorre vrouwenstem. Ze zong een traag, aangrijpend lied.

Wie was dat? De aftiteling gaf geen uitkomst en daarom belde ik de volgende dag naar de VARA. Het bleek om ene Gianna Nannini te gaan. De naam zei me niets, Italiaanse popmuziek is nooit mijn fort geweest. Ik zocht en kocht cd's van haar en probeerde wat over haar te weten te komen. Veel was er niet te vinden, ik leefde nog in het pre-internet-tijdperk.

Die cd's bevielen me, vooral die ze in de jaren zeventig en tachtig had gemaakt. De meeste nummers bleek ze zelf geschreven te hebben. (Wie een indruk van haar werk uit die tijd wil krijgen: zoek de verzamel-cd Maschi e Altri). Nannini bleek uit te blinken in melodieuze rockmuziek met sterke, bijna extatische refreinen. Maar het was haar stem die de muziek zo bijzonder maakte.

In de popmuziek ben ik altijd op zoek geweest naar stemmen. Ze moeten niet glad en gepolijst zijn, maar rauw en doorleefd. Die heeft de muziekslager bepaald niet elke dag in de aanbieding. Bij de mannen gaat het nog wel (Otis Redding blijft het beste voorbeeld), bij de vrouwen ben je met Aretha Franklin en nog een paar mindere godinnen al snel uitgepraat. Er is te veel Emmylou Harris in de popmuziek: mooi, maar saai.

Nannini kwam aan al mijn wensen tegemoet. Ze klinkt als een kraai die weliswaar een poosje zangles heeft gehad, maar daar net op tijd mee is opgehouden. Ze schreeuwt haar emoties uit, zonder het op een krijsen te zetten, zoals bij Janis Joplin met wie ze heel in de verte te vergelijken is nogal eens het geval is.

Waar haar teksten over gaan, heb ik nooit zeker geweten. Over brandende en uitdovende liefdes, neem ik aan, want daar gaat het meestal over. Maar mijn Italiaans is non-existent, en ik heb altijd gevonden dat teksten er in de muziek eigenlijk niet toe doen.

Geleidelijk ontdekte ik wie er achter die stem schuil ging. Een inmiddels 46-jarige vrouw, geboren te Siena in een streng-katholiek middenstandsmilieu. Ze studeerde muziek en filosofie, en verwekte als jonge artieste in het puriteinse Italië van 25 jaar geleden enig schandaal met nogal vrijmoedige optredens, waarbij ze soms haar borsten ontblootte en, zoals in het liedje America, over zelfbevrediging zong. (Op de cover van de cd California zien we het Amerikaanse vrijheidsbeeld met een vibrator in de hand). Ze maakte er al spoedig geen geheim van dat ze biseksueel is.

Gisteravond, in het Amsterdamse Paradiso, zag ik Nannini voor het eerst live optreden. Ze zong zoals ik het verwacht had: met een, voor een gearriveerde artieste, verbluffende overgave. En ze bewoog over het podium als een Mick Jagger in zijn beste jaren. Zó zag ze er ook een beetje uit. Ze kon alleen niet verbloemen dat haar beste muziek van meer dan vijftien jaar geleden dateert. Maar dat is het droevige lot van zoveel ouder wordende artiesten.