Identiteit past niet in het morele debat

Het debat over normen en waarden in het multiculturele Nederland van nu scherpt het denken over individu en samenleving. Volgens Simone van der Burg moet deze morele discussie niet gaan over identiteit, maar over de inhoud van waarden. Anders zullen we nooit een gemeenschappelijk `wij' kunnen vormen. Tweede deel van een serie reacties op eerdere artikelen van Paul Scheffer, Paul de Beer en Jola Jakson en Dorien Pessers.

De huidige discussie over waarden en normen is op een merkwaardige manier met zichzelf in tegenspraak. Paul de Beer en Jola Jakson constateerden in hun recente artikel (Opiniepagina, 28/29 september) terecht dat er sprake is van een herwaardering van gemeenschapswaarden. Maar er is iets vreemds aan de hand met die pleidooien om `onze' moraal duidelijker te laten uitkomen.

Om te beginnen is de moraal die men kenmerkend acht voor `onze' culturele identiteit vaak inhoudelijk in strijd met de gedachte dat moraal voortkomt uit de cultuur. De artikelen van Paul Scheffer zijn wat dat betreft illustratief. Scheffer maakt er geen geheim van dat het hem gaat om de verdediging van een waarde: namelijk, emancipatie. In zijn stuk op de Opiniepagina van 21/22 september werkt hij niet uitgebreid uit wat hij hiermee bedoelt, maar in `Het multiculturele drama' (Opiniepagina, 29 januari 2000) deed hij dat wel. Hij wil voorkomen dat er een tweedeling ontstaat in de samenleving waarbij immigranten onevenredig veel te maken krijgen met werkloosheid, armoede, schooluitval en criminaliteit, terwijl de `oude' Nederlanders alsmaar welvarender worden, hoog zijn opgeleid en hun mening kenbaar maken.

Maar in beide artikelen verdedigt hij deze waarde als kenmerk van `onze' historisch gevormde identiteit. Dat is vreemd, omdat emancipatie juist betekent dat je individuen `vrijmaakt' van een gemeenschap die eisen stelt. Voorstanders van de emancipatie hebben er immers voor gepleit dat een individu zelf het eigen leven moet kunnen invullen, onafhankelijk van de rollen die het door een gemeenschap wordt toebedeeld; en dat zij zelf een mening moet kunnen vormen, onafhankelijk van de dwang van traditionele religieuze of politieke autoriteiten. Het is dan ook opmerkelijk dat Scheffer nu een beroep doet op een soort Nederlandse `traditie' om voor emancipatie te pleiten.

Scheffer is wat dat betreft niet de enige. Waarden die oorspronkelijk in contrast met een opgelegd cultureel verleden werden gedefinieerd, komen in het debat over normen en waarden nu naar voren als kenmerken van `onze' identiteit. Waarden als vrijheid van meningsuiting, vrijheid van religie en levensbeschouwing en gelijkheid van individuen worden de laatste tijd vaak neergezet als 'typisch westers'. Dat is begrijpelijk gezien het feit dat mensen uit andere delen van de wereld ze niet altijd vanzelfsprekend vinden. Maar het is de vraag of het zinvol is om ze op deze manier te verdedigen. Er ontstaat hierdoor namelijk een heel onaangename en ineffectieve polarisatie in de discussie.

Er is al vaker op gewezen dat ieder die zich biologische, uiterlijke, religieuze, culturele of historische kenmerken toeëigent als kenmerken van een `wij-identiteit', ze daarmee tegelijk ontoegankelijk maakt voor anderen. `We' creëren hiermee een grens tussen wie bij `ons' horen en wie niet. Niet iedereen in Nederland heeft immers hetzelfde uiterlijk of dezelfde geschiedenis of religie. Iedere definitie van `onze' culturele identiteit maakt een selectie uit de eigenschappen, die dus per definitie uitsluitend werkt voor anderen. Dit gebeurt ook als men morele eigenschappen identificeert als onderdeel van een culturele identiteit. Dat zet mensen tegenover elkaar, die misschien ook dingen met elkaar gemeen zouden kunnen hebben of krijgen. Een gesprek over moraal gaat dan namelijk vaak niet meer over de juistheid van een oordeel, maar vooral over de vraag wie het zegt en of je daar zelf bij wil horen.

Dat dit een rol speelt onder moslims bleek weer uit de discussie met Ayaan Hirsi Ali in Rondom Tien, en de nasleep daarvan in de kranten. Schrijver en geestelijk verzorger Ali Eddaoudi speelde daarin een centrale rol. Eddaoudi vond Hirsi Ali's kritiek moeilijk te verkroppen, omdat zij onduidelijk was over haar identiteit. Bij Barend & Van Dorp had ze immers gezegd dat ze niet gelovig meer was, terwijl ze zich in Rondom Tien presenteerde als moslima. Haar kritiek op de islam was moeilijk te plaatsen omdat ze zich niet committeerde tot een groep. Het ging dus niet meer om wat ze zei, maar om de vraag bij wie ze hoorde.

In de kranten werd daarover nogal schamper gedaan. Maar in feite gedragen de oude `Nederlanders' – de sympathisanten met Hirsi Ali – zich niet zoveel anders. Ook `wij' verdedigen waarden als deel van een culturele identiteit die de `onze' is. Scheffers pleidooi is daarvan een voorbeeld. We moeten volgens hem immers `ons' culturele erfgoed herontdekken, om de waarden te leren kennen die voor ons belangrijk zijn. Dit gemeenschappelijke verleden is in zijn recente artikel – net als in `Het multiculturele drama' – de geschiedenis van de Verlichting, van de bevrijding uit de jaren zestig die te ver is doorgeschoten, de geschiedenis van Jan en Annie Romein. Maar deze keuze uit het culturele erfgoed is niet ieders evidente culturele bagage. Dit wekt de indruk dat de mensen die mee willen praten over de toekomst van `onze' samenleving zich eerst committeren tot `onze' groep. Dat is geen andere eis dan die van Eddaoudi.

Laten we ons emanciperen uit onze culturele identiteit. Individualisten zoals bijvoorbeeld de filosoof Immanuel Kant gaven een goede visie op hoe dat moet, wat behulpzaam is voor het huidige gesprek over normen en waarden. Kant maakte namelijk een onderscheid tussen twee betekenissen van het woord `reden' die in een debat kunnen worden gebruikt. Een `reden' is enerzijds een verklaring van een fenomeen; het is de `reden waarom' iets gebeurde, wat Kant ook wel een `oorzaak' noemde. Naar mijn mening spreken we in het huidige morele debat vaak over oorzaken. We verklaren onze morele opvattingen op grond van onze gemeenschappelijke geschiedenis, net alsof het psychologische eigenaardigheden zijn waarmee we door ons verleden zijn opgescheept.

Maar we kunnen hierover ook op een andere manier praten. De andere betekenis van `reden' is namelijk een inhoudelijk moreel argument. In dit geval leggen we onze opvattingen niet uit op grond van hun achtergrond, maar bevelen we ze positief aan of raden we ze af. Kant had een methode ontworpen om dit soort morele argumenten te vormen, maar ook zonder die methode zegt hij iets belangrijks over wát evalueren is en hoe het verschilt van verklaren. Hoewel onze geschiedenis – wiens geschiedenis dan ook – ons opzadelt met cultureel erfgoed, zijn wij zelf in staat om onze verhouding daartoe te bepalen. We kunnen zelf normen en waarden die we kennen uit het verleden positief bevestigen of besluiten dat ze beter in de vergetelheid kunnen geraken. Een gesprek over normen en waarden hoort daarop gericht te zijn: het hoort te laten zien waarom iets nastrevenswaardig is of niet, niet waar het vandaan komt.

Het is goed om deze les van Kant te leren. Hoewel de geschiedenis waardevol is als bron van woorden waarmee waarden kunnen worden uitgedrukt, mag zij nooit als argument voor die waarden worden gebruikt. Ieder moet starten met de cultuur die nu eenmaal zijn startpunt is, maar tijdens een moreel gesprek moet je argumenteren óf en in hoeverre het nastrevenswaardige waarden zijn. Het is niet voldoende om te zeggen dat een waarde goed is omdat ze onze waarde is. Scheffer suggereert dat hij het hiermee eens zou kunnen zijn, doordat hij aangeeft dat er een gesprek mogelijk is dat leidt van het verleden naar de toekomst. Maar we moeten niet te veel grenzen opleggen aan het soort verleden, en vooral nadenken over de wijze waarop dit gesprek moet worden gevoerd.

Als we werkelijk een gemeenschappelijk `wij' willen vormen, moeten we naar mijn mening stoppen met spreken over identiteiten. Een gesprek over normen en waarden heeft dan namelijk sterk de neiging om te veranderen in een gesprek over integratie. De waarde van emancipatie of vrijheid van meningsuiting verdwijnt dan buiten beeld, want onder de woorden door speelt steeds iets heel anders; namelijk, een stem die erop uit is je te laten kiezen bij wie je hoort (en als het niet bij ons is vlieg je eruit!). Als we een goede discussie willen tussen wie dan ook, bijvoorbeeld tussen moslims en niet-moslims, dan moet het over de inhoud van waarden gaan, niet over identiteit. Laten we het op die manier dan maar eens hebben over emancipatie.

Simone van der Burg is docent ethiek aan de Technische Universiteit Eindhoven en onderzoeker aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.