Het wordt geen vakantie

,,Mevrouw Van der Veer, u heeft geboekt voor een vakantie naar Bali. Gaat u daar nog heen?''

Deze vraag in B&W vat de nieuwe vertwijfeling samen waar sommige Nederlanders in verkeren. De zwarte wolk van de nieuwe tijd komt langzaam aandrijven. Balinese disco's zijn opgeblazen, stukken van het wereldwijde speelterrein voor westerse toeristen worden weggevaagd. Eerst New York, nu Kuta, waar de vrolijke shots van vakantieprogramma's plaatsmaakten voor een gruwelijke ravage. Daar kunnen Consumentenbond en ANWB niet tegenop.

Het buitenland wordt interessanter als human interest. Volle ziekenhuizen, waxinelichtjes aan het strand, verdwaasd zoekende mensen. Toeristen die zich met bagagekarretjes haasten over het vliegveld van Bali. Veel toeristen blijven er gewoon, zei een B&W-gast die net uit het vliegtuig van Bali was gestapt. Worden onze vakanties bedreigd door Al-Qaeda, de internationale Bende van de Zwarte Hand?

Volgens Journaal-correspondent Step Vaessen is dat nog niet zeker. President Bush weet van wel. Hij doet zijn best als invaller van John Wayne, maar er schort nog het een en ander aan de uitbeelding. Ik bespeur lichte wanhoop als hij moet improviseren. Hij beheerst de tekst nog niet. Nooit een echte oorlog meegemaakt. Zijn vader, ooit als oorlogspiloot neergestort in de Tweede Wereldoorlog, zag er overtuigender uit. In diens gezicht tekende zich innerlijke worsteling af toen hij sprak over Irak, omdat hij bekend was met het drama dat ons te wachten stond. Bij Bush junior zie ik een glad, dromerig gezicht, sprekend in verhalende Wild-West-metaforen die niet helemaal slaan op de situatie: We're gonna stop them. ,,De vijand is weliswaar op de vlucht, maar heeft ons weer eens schrik aangejaagd door vrijheidslievende mensen te vermoorden en we moeten erop af en het is een lang gevecht'', zei hij gisteren. Al die nabestaanden van overleden vakantiegangers en de honderden gewonden in Bali kunnen niet denken dat de vijand op de vlucht is, tenminste niet in Indonesië.

Komt er ook een einde aan de terreur in Bali door de verovering van Irak? Er zijn steeds minder Amerikanen die hem geloven, blijkt uit peilingen. Er ontstaat daar een heus debat, zelfs demonstraties. Ik zou er alles van willen weten maar je merkt er weinig van. Nova doet er soms wat aan. Het Journaal heeft verreweg het beste correspondentennet van de Nederlandse omroep, maar is al meer dan een week bezet met sprookjesachtige koninklijke rouw. Het debat in het Amerikaanse Congres is overstemd door Claus-herhalingen. Als dat er niet was, hadden we nog het vermaak van de LPF. Een jaar na de aanslag op de Twin Towers weet ik nog steeds niet wat ik over de komende oorlog in Irak moet denken. Ik weet er te weinig van. Zodra er aandacht aan wordt besteed, is het te laat. De sterrollen voor de oorlog zelf zijn al verdeeld onder de verslaggevers van het Journaal, maar hoe zit het met de aanloop? De onnodige schade die Bush heeft toegebracht aan het bondgenootschap?

Gelukkig is er het documentaireprogramma Tegenlicht, met Villa Achterwerk en Buitenhof vrijwel het enige VPRO-programma dat na de reorganisatie overeind staat. Zomaar zondagavond één uur buitenland op prime time, dat zie je niet vaak meer. Terwijl het toch steeds belangrijker voor ons wordt.

Tegenlicht had het eerste deel van een tweeluik dat is geregisseerd door Scott Ritter, voormalig wapeninspecteur voor de Verenigde Naties in Irak. Hij is duidelijk partij, fel tegenstander van de oorlogsplannen. Zijn tweeluik is een aanklacht tegen de wijze waarop de Amerikaanse regering de inspecties indertijd zou hebben gedwarsboomd door steeds hogere eisen te stellen. Ritter is vaak aan het woord. Volgens hem en de voormalig directeur van de VN-wapeninspectie Rolf Ekeus was de inspectie een succes: 90 procent van alle wapens was vernietigd. Je vraagt je af hoe hij dat wist. De CIA aanvaardde Ritters conclusies niet, overlopers meldden nieuwe plekken met wapens en de VN-inspectie werd steeds meer speelbal van de Amerikaanse regering met nieuwe publieke confrontaties. We weten weinig van de komende oorlog, maar een vakantie wordt het zeker niet.