Droomcast op dreef in knappe komedie van Goos

Wat is een cloaca? A. De mantel van een Romeinse veldheer? B. Een riool? C. De kont van vogels, vissen en reptielen waaruit zowel de poep als de eieren komen? Cloaca is in ieder geval de nieuwe komedie die Maria Goos (Pleidooi, Oud Geld, Familie) voor Het Toneel Speelt schreef. En het is de herkenningsgroet van de vriendenclub die ze daarin opvoert.

Als vingeroefening schreef Goos vorig seizoen de lunchvoorstelling Nu even niet, met hetzelfde thema: vier oude studievrienden in midlifecrisis. De vrienden in Cloaca zijn eigenlijk al jaren uit elkaar gedreven, maar komen weer bijeen omdat drie van hen in crisis zitten. Gemeente-ambtenaar Pieter (Pierre Bokma) in wiens luxe-appartement het stuk zich afspeelt, heeft van zijn collega's jarenlang wederrechtelijk schilderijen uit het BKR-depot gekregen. Nu zijn ze opeens miljoenen waard en moet hij ze teruggeven. Politicus Joep (Gijs Scholten van Aschat) zit in een huwelijkscrisis. Tom (Peter Blok) is een coke-snuivende advocaat die net uit een inrichting komt.

Wat volgt is een intrige waaruit blijkt dat de levens van de mannen op een mislukking zijn uitgedraaid, dat ze zichzelf en elkaar verraden hebben. Ze zijn gecorrumpeerd door macht en geld, en hebben daarbij uit het oog verloren waarom het ging; vriendschap, liefde, een gezin (,,qua knus''), de kunst. Daarnaast is Cloaca ook een zedenschets van de culturele en politieke elite. De leegheid en kleingeestigheid in de schilderkunst, de ambtenarij, het theater en de politiek worden kundig te kijk gezet. Zoals Karst Woudstra in Een zwarte Pool begin jaren negentig de tijdsgeest ving, zo doet Goos dat nu met Cloaca.

Goos weeft de verhaallijnen prachtig door elkaar, en zorgt voor verrassende wendingen en een spervuur aan grappen. Bij een stuk van Goos besef je ineens hoe zelden je in het theater een avond lang zo intens kan genieten. Haar personages zijn stuk voor stuk knap uitgewerkt, exponenten voor bepaalde mensentypes, maar ook complete, échte mensen; zeer herkenbaar. Ze spreken het jargon van hun beroepsgroep, maar hebben ook een duidelijke eigen stem.

De droomcast die Goos bijeen kreeg is geweldig op dreef. Vooral Pierre Bokma en Gijs Scholten van Aschat halen als volleerde komedianten de grootst mogelijke lach uit iedere grap. Bokma heeft de mooiste rol, als de verkrampte, tragische homo, de `artiste manqué', zoals hij zelf zegt. Samen met Peter Blok, de dommige advocaat, vormt hij de zachte, zwakke helft van de club. Scholten van Aschat heeft de rol met de meeste kanten. Hij is de kleinburgerlijke, wat sullige zeur, maar ook de keiharde politicus; lafheid en ambitie komen in hem mooi samen. Zijn natuurlijke zwier botst mooi met Bokma's sombere kramp. Jaap Spijkers, als de toneelregisseur, is een lekkere slechterik. Hij heeft zijn mond vol van artistieke pretenties, maar is vooral een impotente vrouwenjager. Cloaca is evenwichtiger en scherper dan Familie. De scènes zijn rustiger opgebouwd, niet meer zo tv-achtig kortademig. Goos durfde dit keer zelfs wat langere monologen in te bouwen. Het is wat zeurderig om bij zo'n prachtig stuk kritiek te hebben, maar Goos wekt nu eenmaal hoge verwachtingen, en dan raak ik sneller teleurgesteld. Je zou haar bijvoorbeeld een wat avontuurlijker regisseur wensen dan Willem van de Sande Bakhuyzen. Ook zijn enkele grappen van Goos wat te gewild leuk. Verder laat ze zich naar het einde toe te veel meeslepen door het plot. De karakterschetsen raken op de achtergrond, de scènes worden te kort, en het einde is te abrupt en niet fraai afgewerkt. Maar dat zijn kleine bezwaren die ik snel weer ga vergeten.

Voorstelling: Cloaca van Maria Goos door Het Toneel Speelt. Gezien 14/10 Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar en op tournee t/m 18/1. Inl. 020-523 7767 of www.hettoneelspeelt.nl

    • Wilfred Takken