Bouwbeleid in Oost-Duitsland `krimpgericht'

In delen van Leipzig bedraagt de leegstand dertig procent. In sommige steden in voormalig Oost-Duitsland staat door de leegstand het drinkwater zo lang in de leidingen stil dat het ongeschikt wordt voor consumptie.

In die steden in oostelijk Duitsland is het bouwbeleid vooral een sloopbeleid, en schrijft de overheid prijsvragen uit voor vernieuwende `krimpconcepten'. Dat zei prof.dr. Michael Krautzberger van het Duitse ministerie van Verkeer, Bouw- en Woningzaken gisteren in Keulen op de Nederlands-Duitse bijeenkomst Panorama Europa NL<>D.

Dit was het eerste in een serie uitwisselingen tussen Nederland en andere Europese landen over architectuurbeleid en cultureel opdrachtgeverschap, een idee dat voortkomt uit de huidige, derde Architectuurnota die tot meer internationale samenwerking oproept.

Het onderwerp is voor de Duitse politiek actueel: volgende week behandelt de Bondsdag de eerste aanzet tot een landelijk bouwbeleid. Anders dan in Nederland, waar de inbreng van de cultuur in het architectuurbeleid groot is, valt dit in Duitsland onder het ministerie van Verkeer en Bouwzaken. Gaat de discussie in Nederland vooral over de ruimte, in Duitsland gaat het over het bouwen, zegt Ton Idsinga, voormalig hoofd bouwkunst bij OCW en nu verbonden aan Architectuur Lokaal die het initiatief tot Panorama Europa heeft genomen.

Nederland kan wat van Duitsland leren, bleek gisteren. Zo heeft Duitsland een veel langere en dieper gewortelde traditie van bouwen door particulieren, iets wat hier net begint. Bovendien is de kwaliteit van de gebouwen er beter. De grote demografische verschuivingen die zich sinds de hereniging hebben voorgedaan, hebben Duitsland flexibiliteit geleerd: in Brandenburg bijvoorbeeld worden pas windmolens gebouwd als er ook geld apart wordt gezet om ze weer af te kunnen breken en verplaatsen.

Dat de Nederlandse architectuur experimenteler is dan de Duitse, schrijft Idsinga toe aan het feit dat de architect in Duitsland aansprakelijk is voor zowel het ontwerp als de uitvoering. In Nederland draagt de aannemer de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en kan de architect zich meer (geestelijke) vrijheid permitteren.

Een opvallend verschil tussen de twee landen is ook de rol van de opdrachtgever: in Duitsland wordt zeventig procent van de bouwopdrachten door gemeenten gegeven, in Nederland zeer weinig. Gezien de autonomie van de zestien deelstaten zal de rol van de federale overheid in het Duitse bouwbeleid altijd een andere zijn dan die van het rijk in Nederland.

    • Tracy Metz