Bordeelbaas verstrikt in woud van regels

Sinds de opheffing van het bordeelverbod moeten seksclubs een vergunning aanvragen. Maar wie dat niet doet, krijgt ook geen lastige controles.

In het historische pand van de Amsterdamse seksclub Elégance kijken eeuwenoude geschilderde engelen vanaf het plafond neer op de bezoekers en de meisjes aan de bar. Het tweehonderd jaar oude pand is een rijksmonument en nog vrijwel geheel in originele staat. Maar of de engelen nog een lang leven is beschoren, is de vraag, zegt J. Segeth, van de Van der Meergroep, die onroerend goed bezit en verscheidene nachtclubs exploiteert, waaronder Elégance. Want voor het verlenen van een vergunning aan een seksclub stelt elke gemeente haar eigen eisen, die soms ook nog tegenstrijdig zijn.

Als Segeth de regels van bouw- en woningtoezicht volgt, voldoet hij niet aan de eisen van een nachtclub en vice versa. ,,Het is een zooitje'', zegt Segeth. ,,Ze doen allemaal wat anders.'' Zo moeten in Amsterdam de plafonds van bordelen een bepaalde hoogte hebben, moet de receptie naar beneden worden verplaatst, dienen de kamers door een deur met elkaar verbonden te zijn, en moet elke kamer een eigen uitgang naar buiten hebben. ,,Als ze dat ook voor het Hilton zouden eisen'', zegt hij cynisch, ,,dan zou Herman Brood heel wat navolging krijgen.''

Juist de regels en de vergunningen hadden van de seksbranche een reguliere bedrijfstak moeten maken. Maar het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) constateerde in een vorige week verschenen rapport dat de legalisering van de prostitutie is mislukt. Veel vrouwen die voorheen werden gedoogd in clubs, zijn sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 het illegale of zwarte circuit ingedoken. En er is nog steeds onduidelijkheid over de vraag of bordeelhouders worden aangemerkt als werkgever of als verhuurder van kamers in een zogeheten facilitair bedrijf. Is de exploitant een baas in de traditionele zin van het woord, dan moet hij premies en belasting afdragen voor de prostituee. Is de exploitant alleen kamerverhuurder, dan is de prostituee zelfstandig onderneemster. Daarbij draait het om de vraag of er sprake is van een gezagsverhouding tussen de nachtclubhouder en de prostituee.

Bij veel bedrijven is hierover paniek uitgebroken. Volgens voorzitter A. van Dorst van de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven is het bij 75 procent van de bedrijven niet goed geregeld. Dat wil zeggen dat er te veel regels of omstandigheden zijn die wijzen op een gezagsverhouding. Veel exploitanten wachten in spanning op het oordeel van de belastingdienst en het UWV (uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen), die met een rondgang langs de bedrijven bezig zijn. Of er sprake is van een gezagsverhouding, wordt bepaald aan de hand van vragen als: mag het meisje haar eigen werktijden bepalen? Zijn er kledingvoorschriften? Mag ze haar eigen tarief vaststellen? Segeth vindt al die vragen ,,gezocht''.

Hij heeft huisregels vastgesteld waarin staat dat meisjes niet dronken mogen zijn, geen drugs mogen gebruiken en er netjes uit moeten zien. De prijs is ook geen probleem. De klant betaalt een minimumtarief van 275 euro voor een uur, waarvan het meisje 100 euro krijgt. Wat die twee daarbovenop afspreken voor extra diensten, is voor het meisje, zegt Segeth. Hij biedt hun behalve de kamers een arts, kinderopvang en een boekhouder aan.

Toch is dat alles geen garantie dat de belastingdienst en het UWV de meisjes eensgezind als zelfstandige beoordelen. Segeth laat een brief zien uit december 2001 van het Gak, onderdeel van het UWV, waarin staat dat de prostituees in zijn bedrijf geen werknemers zijn omdat er ,,geen gezagsverhouding'' bestaat tussen de exploitant en de meisjes. Maar de belastingdienst denkt daar anders over. Twee jaar geleden kreeg Segeth een aanslag van 2,3 miljoen gulden voor achterstallige premies en belasting, omdat hij als werkgever werd aangemerkt. Een proces hierover heeft hij gewonnen in hoger beroep, vertelt hij, maar de belastingdienst is hiertegen onlangs in cassatie gegaan.

De opheffing van het bordeelverbod heeft de exploitanten vooralsnog weinig opgeleverd. De omzet van de Van der Meergroep is zo ongeveer gehalveerd doordat vier nachtclubs in Rotterdam zijn gesloten nadat de politie er een inval deed en er Poolse en Roemeense meisjes aantrof. Die werden jarenlang gedoogd. Werknemers uit zogeheten associatielanden mogen zich hier als zelfstandig ondernemer vestigen als er geen ander personeel te krijgen is. Maar hoewel het Europese Hof heeft bepaald dat prostituees hierop geen uitzondering vormen, houdt Nederland ze door aanvullende regels toch buiten de deur. Segeth heeft een procedure aangespannen tegen de gemeente Rotterdam en zal als hij die wint een schadeclaim indienen voor gederfde inkomsten. Het wrange vindt hij dat bedrijven die de bordeelvergunning niet hebben aangevraagd, ook geen controle krijgen. De politie pakt het illegale circuit nauwelijks aan, zo blijkt ook uit het WODC-rapport. De gemeente Amsterdam heeft nog geen enkele vergunning afgegeven, maar gedoogt de clubs voorlopig.

,,Er is een tweedeling in de branche ontstaan'', bevestigt exploitant en voorzitter A. van Dorst van de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven, ,,tussen de bedrijven die zich aan de regels houden, en illegale bedrijven. Het kaf is van het koren gescheiden.'' Maar als legaal bedrijf kan Van Dorst toch nauwelijks faciliteiten bij een bank krijgen. Inmiddels kan hij er wel zijn geld stallen, maar niet rood staan en geen verzekering afsluiten, vertelt hij. Bovendien is in de legale bedrijven het aantal vrouwen én klanten teruggelopen. Zoals alle nachtclubs, heeft ook Van Dorst te kampen met 50 procent leegstand van de kamers doordat er te weinig vrouwen zijn. Daarnaast ziet hij de klandizie teruglopen. Deels door alle invallen door politie en belastingdienst, denkt hij. Maar ook omdat klanten voor de spanning komen. Iets doen wat niet mag, is deel van de pret. Een legale club biedt minder spanning. Van Dorst: ,,In legale bedrijven wordt het nu zo keurig en normaal dat ze denken: daar kan ik mijn moeder nog naar toe sturen.''

Dit is het vierde deel van een serie over de gevolgen van de opheffing van het bordeelverbod. Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl.

    • Mariël Croon