Trance

Mario Cipollini is een leugenaar. Hoe zeg je leugenaar in het Italiaans? Precies: mentitore. Allereerst heeft Mario Cipollini, bello Mario voor de dames, zijn hele leven tegen vrouwen moeten liegen om er zoveel mogelijk in zijn bed te krijgen. En dat is hem altijd gelukt. Ti amo, sai? De stem van Mario de mentitore is diep en vibreert. Vrouwelijke tranen prijken als een constellatie van donkere kringetjes op zijn rechterschouder. Parels van onschuld en van zout. Het lijf van Mario is verzot op zout. Voor en na de inspanning. En terwijl hij met die Cocciante-stem zijn liefde aan alweer een nieuwe Margherita verklaart, volgt zijn blik, dwars door het raam van de slaapkamer, het strakke kontje dat schommelt aan de overkant van de straat.

Mario kan er niets aan doen: hij is geboren voor het succes en de leugens. Eerder dit jaar loog hij dat hij het cyclisme vaarwel ging zeggen. Dat dit een leugen was, wist iedereen – vooral het legertje van zijn afgedankte exen. Mario heeft dit jaar wellicht het mooiste seizoen van zijn hele profcarrière gereden. Mario had helemaal geen zin om te stoppen. De koning der sprinters was gewoon verbolgen omdat die arrogante ambtenaar van een Leblanc, de directeur van de Tour de France, hem de toegang tot 's werelds grootste wielerwedstrijd had ontzegd.

Gisteren loog Mario opnieuw. Hij nam plaats achter een microfoon, veegde het schuim van zijn mondhoeken en loog glashard dat hij nog niet wist of deze wereldtitel een droom of werkelijkheid was. Dat hij de hele koers in trance had gereden.

Lieve Mario, mentitore uit mijn hart. Alsof het wereldkampioenschap in België niet tot op de millimeter was voorbereid, maanden geleden al, door de hele Italiaanse wielerindustrie die er meer dan overtuigd van was dat de overwinning van Mario alvast in de boeken kon worden bijgeschreven. ,,Ik kom hier om te winnen en dat zal ik doen ook'', voor een keer sprak Mario de waarheid.

Het is de schuld van die gekke Belgen. Op het circuit van Zolder hadden ze een van de meest voorspelbare, dodelijk saaie parkoersen uitgezet die men kan bedenken – zo plat als een eurocent. Toen Cipollini kennis van deze hypervlakke aberratie nam, zei hij verveeld: ,,De organisatoren hebben blijkbaar graag dat ik hier win.''

Tussen droom en werkelijkheid. Ik ben waarschijnlijk een van de weinigen die het van A tot Z hebben volgehouden. Vanaf het startschot aan het einde van de ochtend tot een uur of vier in de middag. Ik kon ook niets anders en lag ziek op de bank, niet echt meer wetend of het erger worden van de krampen in mijn buik aan het griepvirus te danken was of aan die twintig bloedeloze ronden waarin niets gebeurde. Af en toe begon ik in te dommelen en het was alsof de commentaarstemmen van Smeets, Breukink en Nelissen uit mijn eigen ingewanden kwamen. Parasieten tussen de parasieten. Droom of werkelijkheid? Drie mannen naar België sturen om vanuit hun sardineblikje het `Grote Niets' van commentaar te voorzien? Drie mannen! En dat wordt allemaal van onze centjes betaald!

Maar terug naar de mentitore. Hij had, zei Mario na aankomst, de hele koers in trance gereden. In trance? Probeer eens in trance te raken bij elke van de vijfduizend bladzijden van Het Bureau. Dit WK moest door Voskuil zijn bedacht. Mario heeft 256 kilometer min 250 meter in de wielen van zijn ploeggenoten gefietst. In deze doffe werkelijkheid zonder enige opwinding had hij natuurlijk alle tijd om te dromen. Van mooie vrouwen. Maar toen hij de finish passeerde, waren geen belle ragazze te bekennen. Alleen die onbekende snol van middelbare leeftijd met kort blond haar die hem een kus vol trappistenadem op de rechter wang wou plakken.

De kersverse wereldkampioen realiseerde zich plots dat hij nog in Vlaanderen vertoefde, sprong als een geit opzij alsof hij door een giftige spin dreigde te worden gebeten en even dacht ik dat hij het verjaarde domme blondje met zijn vuist ging bewerken.

Dit was het enige moment dat Mario daadwerkelijk de trance van dichtbij benaderde.

    • Sylvain Ephimenco