Te veel scènes en te weinig drama in Sinatra-musical

Het eerste licht is het lichtje van een aansteker. Met zijn rug naar ons toe steekt een man in een slank afkledende smoking een sigaret op. Dan loopt hij naar de microfoon en begint Angel eyes te zingen. Hij is geen Frank Sinatra, maar in de lagere regionen benadert hij wel diens geluid. ,,Excuse me, while I disappear'', luiden zijn laatste woorden. Het applaus klinkt niet alleen van de geluidsband en uit de zaal, maar ook van zeven anderen die model blijken te staan voor allerlei personages uit Sinatra's leven. De zanger heeft afscheid genomen, gaat naar huis en overpeinst zijn verleden.

Sinatra, That's Life! is een productie van de in Broadway-repertoire gespecialiseerde Cor Franc, die eerder voorstellingen maakte over Cole Porter, Larry Hart, Irving Berlin en andere grote tekstdichters en componisten in dat genre. Nu presenteert hij voor het eerst een musical over een uitvoerend artiest – en nog wel de grootste van allemaal. Terwijl er natuurlijk niemand is die Sinatra kan evenaren, ook hoofdrolspeler Hein van der Heijden niet. Maar hij zingt met flair, heeft een aangenaam klinkend timbre, wekt de indruk zijn teksten te begrijpen, neemt een passende houding aan en lijkt zelfs een beetje op de jonge Sinatra: ook zo'n scherpe kaaklijn. Dominant is hij echter niet.

Het is duidelijk dat Van der Heijden de rol als acteur benadert, zoals ook Frans Weisz zich in zijn gedistingeerde regie met vleugjes film noir (veel kringelende sigarettenrook in het zwart) meer op de tekstinterpretatie heeft gericht dan op het ensceneren van een show. Met acht man op het toneel zou het immers onzin zijn een spektakel te maken. En trouwens: het gaat hier over een man die teksten interpreteerde en zong als een muzikant. Dat past goed bij deze stijlvolle soberheid.

Het probleem is alleen dat het script nauwelijks ruimte biedt voor acteurs. Edward Montie heeft losse feitjes in losse scènetjes verwerkt. De personages komen een voor een uit de lucht vallen, als schimmen uit Sinatra's verleden, en blijven ook schimmig. Van enige dramatische samenhang is geen sprake. Sinatra reageert op wat zij hem te zeggen hebben, maar doet zelf zelden van zich spreken. Hij is een vage hoofdpersoon temidden van vage anderen. Waarom hij afscheid neemt, is onduidelijk. En waarom hij uiteindelijk toch weer een comeback maakt, eveneens.

Vaak lijken de dialogen hooguit bedoeld om de volgende song een biografisch excuus te geven. Soms is dat vindingrijk bedacht, zoals wanneer de vier belangrijkste vrouwen uit zijn leven The song is you zingen, of als de moeder (Heddy Lester als een vitale Italiaanse memme) een Italiaanse versie van My way vertolkt. Maar er zijn ook nummers die alleen maar lijken te dienen om alle spelers minstens één solo te geven.

Het is, denk ik, vooral dat gebrek aan drama – aan spanning, kortom – en aan een rake karakterschets, waardoor Sinatra, That's Life! me tenslotte zo weinig deed. Alles blijft op afstand. En terwijl Van der Heijden zijn nummers nog aannemelijk weet te zingen, staan enkele anderen, bijvoorbeeld in de gedaante van Liza Minnelli, Dean Martin en Sammy Davis jr, hoorbaar boven hun macht te grijpen. De lelijkste scène is die met hen: een optreden van de Rat Pack in Las Vegas, waarin alle kwajongenskwinkslagen in het Nederlands een nagemaakte indruk wekken. Net als de blazers uit de keyboards van het vijfkoppige orkestje.

Voorstelling: Sinatra, That's Life! door American Songbook/IMM. Concept: Cor Franc. Script: Edward Montie. Muziek o.l.v. Ruud Bos. Regie: Frans Weisz. Gezien: 12/10 in 't Spant, Bussum. Tournee t/m 1/3. Inl. (030) 2802330, www.immgroep.com

    • Henk van Gelder