St...st...stop eens even

De lijkkoets van Wilhelmina reed te snel in 1962. Hoe een stotterende televisieman de Eurovisie-uitzending redde.

Bij de dood van prinses Wilhelmina in 1962 was Nederland nog niet in de greep van de incidentenhonger van de televisie. De openbaarheid in de samenleving was een stuk minder, en daarmee ook de koortsigheid in het publieke domein. Huiskamers werden nog niet gebombardeerd tot redactievertrekken. Alles ging er veel rustiger aan toe.

Op woensdag 28 november 1962 was ik 's ochtends om zes uur al op de redactie van het Haarlems Dagblad waar ik toen werkte. Ik zat er een stukje te tikken over iets van de vorige avond. Ik was er nog de enige. Om tien voor zeven belde de telex: in de afgelopen nacht was prinses Wilhelmina overleden, las ik. Een vooraankondiging was er niet geweest.

Met een krijtje schreef ik het nieuws op het schoolbord dat de krant voor het raam had staan om de voorbijgangers in de Haarlemse binnenstad van informatie te voorzien. Daarna zette ik de radio aan. De zender werd om zeven uur op de gebruikelijke wijze geopend en de radionieuwsdienst die hierop volgde maakte geen melding van Wilhelmina's overlijden, aan de nieuwslezer was niets te merken. Maar na het nieuws liet Hilversum een stilte vallen. Die duurde vrij lang en daarna kondigde een omroeper met plechtige stem een nationaal programma aan. Toen werd het nieuws bekend gemaakt, gevolgd door plechtige muziek.

De begrafenis van Wilhelmina op 8 december was een groot televisie-evenement, maar de technische beperkingen waaraan de televisie toen nog onderhevig was, voorkwamen de doorgeslagen volledigheid die de verslaggeverij van nu kenmerkt en daarmee ook de opgezweepte emotiecultuur. Maar een spraakmakende gebeurtenis was de tv-reportage van de begrafenis wel. Toen ik vijf jaar later zelf bij de NTS ging werken, hoorde ik er binnenskamers nog veel mooie verhalen over.

De tv-reportage begin in Den Haag, maar toen de rouwstoet Den Haag uitreed en op weg ging naar Delft, kwam hij buiten het bereik van de camera's. Het traject tussen Den Haag en Delft kon niet in beeld worden gebracht. Pas als de stoet Delft zou naderen, zou hij weer in beeld komen.

Het moment dat hij binnen het bereik zou komen van de eerste Delftse camera, was voor Hilversum van veel belang. Op dat tijdstip zou namelijk de Eurovisie de reportage overnemen voor uitzending in het buitenland. In de draaiboeken stond dat tijdstip tot op de seconde precies aangegeven.

Onderweg tussen Den Haag en Delft werd het cortège voorafgegaan door een witte Mercedes van de Haagse politie. Op ruime afstand daarachter volgde dan de stoet, met voorop stalmeester baron Bisschoff van Heemskerck op een wit paard. In de Mercedes zat niet alleen een hoge politieofficier, maar ook Frans Marks, chef regie en productie van de NTS. Marks was een joviale man, echt een kerel om mee uit vissen te gaan. Zijn stem vertoonde een lichte stotter, maar daar liet hij zich nooit door uit het veld slaan.

Op weg naar Delft begon Marks met toenemende bezorgdheid op zijn horloge te kijken. De optocht raakte steeds meer vóór op het tijdschema, zag hij. En dat kon hij niet hebben in verband met de Eurovisie-uitzending.

,,St...st...stop eens even'', zei Marks tegen de chauffeur. Die deed verbaasd wat hem gezegd werd. Marks stapte uit en ging tussen de bevroren witte weilanden midden op de weg staan. Toen baron Bisschoff van Heemskerck hem op zijn paard was genaderd, stak Marks gebiedend zijn hand omhoog in een stopteken. De stalmeester trok de teugels aan en bracht zijn schimmel tot stilstand. ,,Wat is er'', vroeg hij verbaasd, uit de hoogte van het zadel neerkijkend op de televisieman. Die wees op zijn horloge en zei: ,,J...j...jullie zijn te vroeg.'' Er volgde enig overleg en toen heeft de hele stoet daar tussen Den Haag en Delft gewoon een tijdje stilgestaan. Tot het tijdschema weer klopte. En niemand die het heeft geweten.