Schilder bewaart lijk zwerver als kunst

In het huis van de in augustus overleden Britse schilder Robert Lenkiewicz (1941-2002) in het Zuid-Engelse Plymouth is het gebalsemde lijk van de zwerver Edward McKenzie, bijgenaamd Diogenes, gevonden.

Lenkiewicz voerde McKenzie ten tonele in verscheidene kunstwerken nadat hij de zwerver had aangetroffen in een betonnen buis in Plymouth en hem daarom Diogenes had genoemd. Toen McKenzie in 1984 op 72-jarige leeftijd overleed, balsemde en verborg Lenkiewicz het lijk van de zwerver. Hij zei dat Diogenes de wens had geuit als kunstwerk voort te bestaan.

De autoriteiten zochten vergeefs naar het lichaam, dat om gezondheidsredenen diende te worden gecremeerd. Van het balsemen maakt Lenkiewicz overigens geen geheim. Het was algemeen bekend, en een certificaat ervan is te zien op zijn website (www.robertlenkiewicz.co.uk).

Vorige week maakte de lijkschouwer in Plymouth bekend dat kort na de dood van de kunstenaar in een verborgen ladekast in diens atelier het stoffelijk overschot eindelijk was gevonden. Sindsdien is het bewaard in een mortuarium. Er is nog geen beslissing genomen over wat er verder mee gebeurt. Er zijn geen nabestaanden bekend en de stichting die de nalatenschap van de schilder beheert heeft tien dagen de tijd gekregen te bewijzen dat het gebalsemde lichaam een kunstwerk is, waar men recht op heeft. Anders wordt het begraven.

Lenkiewicz, een kind van joodse vluchtelingen uit Polen, omringde zich graag met enigszins gestoorde mensen. In Plymouth had hij verschillende ateliers, die hij inrichtte volgens thema's als dood, zelfmoord en poëzie. Zijn werk is vaak sociaal felbewogen en figuratief, met een voorkeur voor macabere onderwerpen. Hij was nooit populair in de kunstwereld, maar wel bij een groot publiek.