Column

Prénatalcross

Sportcolumnist in een voetballoos weekend. Dan heb je het zwaar. Zag toevallig vannacht een mooi stukje Studio Spaan. Zoon Happel bij het graf van zijn beroemde vader. Een man over wie ik wel twintig smakelijke anekdotes ken. Stuk voor stuk houdbare verhalen. Goed gekruid dus. Ernst en humor, een gouden combinatie.

Sportcolumnist in een voetballoos weekend. Niet te doen. Natuurlijk is er gehandbald, gebiljart, gedart en ik zag in Studio Sport de hockeytopper Amsterdam-Den Bosch voor schrijnend lege tribunes. Maar wat moet je er over schrijven? Een hockeytopper met drie verzopen ouders, een telefonerende bondscoach en twee voorzitters langs de kant.

De sportcolumnist met het voetballoze weekend ijsbeert door zijn werkkamer en wordt vlak voor de deadline gered door de deurbel. Er komt een meneer wat klussen. We drinken eerst koffie en praten over voetbal. De klusmeneer voetbalt niet meer. En zijn zoon ook niet. De zoon motorcrosst. De zoon is vijftien.

`Mag je dan al motorcrossen?', blaas ik verbaasd in mijn koffie. Ik word in een klap bijgepraat. Hij crosst al jaren. Ze zijn er al van zes! Sterker nog: je hebt al kinderen van vier. Die zitten op hele kleine crossmotorfietsjes, het terrein is vlak met een paar flauwe heuveltjes. Bloedfanatieke ouders langs de lijn. De peuters kunnen alleen gas geven, niet remmen. Hoeft ook nog niet. Ik vraag honderduit en krijg op alle vragen antwoord. Opeens zie ik nieuwbouwbeelden. In schuurtjes sleutelende vaders, moeders die de overall verstellen. Kinderen met Pampers op hun buik en Olvarit op hun helm. Een transfer van Bart Smit naar Intertoys. En als je bij Prénatal rijdt, dan hoor je bij de hele kleintjes. Ik zie een bemodderd coureurtje na een titanenstrijd naar huis gaan. Het motorfietsje op een trailertje, de van het schreeuwen hese vader rijdt de coureur naar huis. De coureur slaapt met twee vingers in zijn mond in het kinderstoeltje achterin.