Pragmatische dromers

Tien nieuwe landen komen, als alles goed blijft gaan, in 2004 de EU binnen. Wie zijn de nieuwkomers? Deel twee van een serie van tien portretjes: de Letten.

De Letten hebben de reputatie de twijfelaars van het Balticum te zijn: een Let, zegt men, denkt op een tweesprong lang na en gaat dan beide kanten uit. Hij vindt het ene, maar hij vindt óók het tegenovergestelde. Hij is passief en geduldig, maar kan ook gewelddadig zijn. De Esten en de Litouwers vinden de Letten onhandig, een beetje klungelig. Vlees noch vis. Zelf vinden ze zich emotioneler dan de kille Esten maar voorzichtiger dan de opgewonden Litouwers, zien ze zich ,,als dromers met een pragmatische inslag of als pragmatici met het vermogen te dromen'', zoals Anatol Lieven het in zijn boek The Baltic Revolution formuleert.

Dromende pragmatici. Veel is tweeslachtig in dit land, de Let is het, zijn hervormingen waren het in de jaren negentig bij tijd en wijle, en zijn verleden is het, want eeuwenlang bestond in de hoofdstad Riga een krachtig Duits gezag, maar werd het oosten gedomineerd door Polen. De `Duitse' skyline van de prachtige oude Hanzestad Riga met Jakobikerk en Dom en Petrikerk en al die andere prachtige gebouwen uit de dertiende tot de twintigste eeuw – Riga is de Jugendstil-hoofdstad van de wereld – wordt `aangevuld' met de stalinistische suikertaart van de Academie van Wetenschappen.

Duitsers, Zweden, Russen, joden – de geschiedenis van Letland wemelt ervan. Bij het nationaal monument, de hoge bronzen vrouwengestalte (`Milda' in de volksmond) met de drie gouden sterren namens de historische regio's Lijfland, Letgallen en Koerland, begint de Vrijheidsboulevard. Die heette honderd jaar geleden Alexanderstraat, naar een van de Russische tsaren met die naam, heette in het interbellum Vrijheidsboulevard, in de oorlog Hitlerstraat en na de oorlog Leninstraat. Net als de Esten lijken de Letse hoofdbewoners van dit land pas midden negentiende eeuw, de eeuw van hun culturele emancipatie, toen ze zich voor het eerst niet Lijflander of Koerlander maar Let gingen noemen en toen hun honderdduizenden volksliederen, de daina's, te boek werden gesteld, hun eigen geschiedenis binnen te komen – Baltisch gezichtsbedrog.

In de anderhalf miljoen daina's schuilt de ziel van de Let, zijn geschiedenis, zijn taal, zijn ethiek, zijn liefde voor zijn land en de natuur. De daina's zijn Letlands rijkdom. Hun enige rijkdom: bodemschatten ontbreken.

Een beetje een eenzaam volk, die Letten. De Esten zijn tenminste nog verwant aan de Finnen. Het Lets is verwant aan het Litouws, maar de Litouwers hebben hun geschiedenis niet met de Letten maar met de Polen gedeeld. De Letten deelden hun geschiedenis eerder met de Esten – die ze niet verstaan. Wie hebben de Letten? Niemand: wie naar Letland kwam kwam al te vaak als bezetter of bezitter. Erger: vaak nestelden die buitenlanders zich er voorgoed, in hun eigen hoofdstad zijn de Letten door de Sovjet-bezetting en de toevloed van niet-Letten nog altijd in de minderheid. Geen wonder dat zij er problemen mee hebben: keer op keer zijn ze de afgelopen tien jaar op hun vingers getikt, door de OVSE en de Europese Unie en allerlei internationale gremia, over kieswetten en taalwetten en staatsburgerschapswetten die niet zouden deugen. De Letten verdedigen zich met het argument dat ze met zo weinigen zijn, hun taal loopt gevaar, het aantal Letstaligen is nog altijd lager dan in 1935 – en die niet-Letten, die Russen en Oekraïeners en Wit-Russen, zijn dat niet doodgewoon de bezetters van gisteren, de bezetters die 243.000 Letten hebben gedeporteerd of vermoord en nog eens 115.000 op de vlucht hebben gedreven? En waarom mag je van een staatsburger niet verlangen dat hij de taal van het land spreekt?

De vermaningen uit het Westen hebben de Letten wat sceptisch gemaakt, over die EU. Na een lang en zeer onvrijwillig verblijf in die andere Unie is men in Letland sowieso niet voor unies. Al de vermaningen vergroten de scepsis nog. Waarom zouden ze zich – eindelijk vrij – weer moeten aansluiten bij een of ander groot verband? Geen wonder dat bij peilingen het aantal voor- en tegenstanders van het EU-lidmaatschap nogal schommelt. Geen wonder ook dat bij de recente Letse parlementsverkiezingen liefst zes van de twintig deelnemende partijen tegen het lidmaatschap van de EU waren. Ze haalden de kiesdrempel niet – maar toch, het verlangen in Brussel aan te schuiven is niet onverdeeld. Voor een deel ligt de scepsis aan het succes van de Letse economie: het gaat best goed nu, we kunnen het zelf wel. Verder is de scepsis te wijten aan politici, die zich bij impopulaire maatregelen graag verscholen achter het smoesje dat het om een eis van Brussel ging. Weliswaar vertrouwt bijna 80 procent van Letten de eigen politici niet, maar hun hart moet de EU nog veroveren.

Deel 1 is terug te lezen op www.nrc.nl