Plastic bloemen voor de bruid

Een Palestijnse bruiloft betekent groot feest. Maar door de uitgaansverboden in de door Israël herbezette stad Nablus moet de trouwpartij weer snel afgelopen zijn.

Een huwelijk is bij de Palestijnen in Nablus een gebeurtenis die heel de dag en de nacht duurt, maar vandaag moet alles hier gebeuren als in een versnelde film: zodra de avond valt gaat het Israëlische uitgaansverbod in en daarom kan het feest maar van 's middag 3 tot 5 uur duren. Als de belangrijkste genodigden zijn aangekomen, klinkt buiten opwindend tablagetrommel. Vrouwen jujuleren als de bruid aan vaders arm en met heel de familie de feestzaal in het centrum van Nablus binnenstapt. De gasten klappen ritmisch in de handen. Alia Hammad is mooi en gelukkig. Vandaag is de dag van haar leven.

Voor alle gasten goed en wel binnen zijn is het officiële gedeelte – de ringen en de trouwfoto's – al afgewerkt. De huwelijkstaart wordt uitgedeeld. De prachtig uitgedoste vrouwen dansen voor de mannen die wat toekijken en dan in een lange rij aanschuiven en het bruidspaar gezeten op hun met plastic bloemen versierde troon komen gelukwensen en geld toestoppen. Het is al bijna 4 uur als het echte feest begint.

Het organiseren van een familiefeest is dezer dagen haast onbegonnen werk. Je weet nooit wat de volgende dag brengen zal: in principe mogen de bewoners sinds kort weer van 6 tot 6 de straat op maar de tanks zijn gebleven en als een schot valt, is het uitgaansverbod meteen hersteld. Dus van een vaste dag of trouwkaart was geen sprake. Iedereen is gisteren telefonisch opgetrommeld. Alia had al op 8 augustus willen trouwen, maar steeds moest het feest wegens het uitgaansverbod worden uitgesteld.

Bij koffie en chocolade vertelt Alia hoe haar beste vriendin haar opbelde om te vragen hoe ze zich voelde: ,,Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik ben bang en opgewonden, blij en verdrietig tegelijk. Het is mijn feest maar mijn beste vrienden kunnen niet komen.''

Vader Azmi Hammad is erg geliefd maar hij heeft niet veel verstand van zaken, zegt moeder Afnan. ,,Je zal zien, er zullen niet veel mensen komen, ze zijn te bang'', zegt ze. Maar als haar dochter even naar de keuken gaat, zegt ze dat ze echt hoopt dat het een prachtfeest wordt, en dat Alia niet te erg teleurgesteld zal zijn als de opkomst wat mager uitvalt.

Alia werkte als ingenieur, maar ze is drie dagen geleden wegens gebrek aan werk ontslagen. Ze sturen me voor onbeperkte duur met vakantie, zegt ze dapper. Bruidegom Ghassan werkt in een bank en hij wordt de enige kostwinner.

De vraag voor de gasten was: kunnen we het feest wel bereiken? In de omgeving van het vluchtelingenkamp Balata in het zuidoosten van Nablus waren heel de vorige nacht salvo's te horen. Op straat reden tanks, er werd overal geschoten. Onder die omstandigheden was het onmogelijk in de stad te komen. Het was veiliger in het kamp te blijven slapen.

Maar ook na zonsopkomst blijft in het oostelijke deel van de stad het uitgaansverbod van kracht. Alleen vier dappere schoolmeisjes in blauw schooluniform wagen zich langs de tank die de weg blokkeert, ze stappen verder in de richting van het centrum. Het kanon blijft hen als een schaduw volgen. Als ook een groepje jongens, de boekentas op de rug, zich in de richting van de tank begeeft, klinkt er een salvo als waarschuwing. Ze proberen het niet nog eens.

Een paar kilometer verder, bij de ruïnes van het gebombardeerde provinciale hoofdkwartier van het Palestijnse Gezag, is de straat helemaal versperd. Vanuit de richting van Balata weerklinken nu zware salvo's. Je kunt alleen over de wegversperring klimmen en dan te voet verder, onder het toeziend oog van scherpschutters.

Voorbij de versperring kom je in een andere wereld. Op de markt in het centrum heerst een drukte van belang, en terwijl het leven ogenschijnlijk normaal zijn gang gaat valt nog meer op hoe groot de verwoesting wel is die in Nablus door de Israëlische tanks wordt aangericht. Overal kapotgeschoten en uitgebrande huizen, de straatverlichting ligt over de weg.

Een bloemetje voor de bruid is niet te vinden. De beste bloemenzaak van Nablus is volledig overgeschakeld op plastic. ,,Koop maar plastic rozen'', zegt de bloemist. ,,De bruid begrijpt het wel. Waar wil je dat wij bloemen vandaan halen, na meer dan drie maanden uitgaansverbod? We zijn al helemaal gewend aan plastic. Kijk, deze plastic krans is al besteld voor bij de begrafenis van mevrouw Hasleh die gisteren in de tuin voor haar deur door Israëlische soldaten is doodgeschoten.''

Mevrouw Hasleh, 63, was de vrouw van dokter Jamah Abu Hasleh die een eigen praktijk had en in aanzien stond, zegt de gouverneur van Nablus, Mahmoud Aloul. ,,Ze zaten samen in hun voortuintje. Om zes uur 's avonds is een patrouillevoertuig vlakbij het huis gestopt. De soldaten zijn uitgestapt en hebben het vuur geopend. Zij was op slag dood, de dokter is zwaar gewond.'' Maar de gouverneur vindt het een goede zaak dat Alia heeft besloten vandaag in het huwelijk te treden. ,,Wij vragen de mensen gewoon verder te gaan met hun leven en zoveel mogelijk te genieten, zodat deze tragedie ons niet op de knieën krijgt.''

Het feest is nu goed bezig, maar al snel is de tijd op. Er wordt tot de laatste seconde gedanst, tot het bruidspaar naar buiten stapt terwijl de gasten klappen. Op de terugweg is de straat ter hoogte van Balata in een slagveld veranderd. Van hoog op een richel in de rotswand gooien Palestijnse jongens enorme rotsblokken naar beneden. De soldaten zoeken bescherming tegen de huizen of staan achter een tank verschanst, wapen in de aanslag. Het is nog 15 kilometer tot aan de controlepost van Huwara en overal staan groepjes jongeren gewapend met stenen de Israëlische soldaten op te wachten.

Halverwege Nablus en Ramallah staan honderden olijfbomen in brand, aangestoken door joodse kolonisten in de strijd om het land. Olijfbomen zijn een zeer sterk symbool, voor beide partijen. Olijven oogsten betekent dat je kan leven van het land. In het donker vormen de brandende bomen een schokkend schouwspel: in de avondwind worden ze enorme toortsen die overal op de glooiende zwarte heuvelflanken en in de valleien oplichten, zover het oog reikt, als een vurige wake.

    • Wilfried Bossier