Holland Symfonia zoekt dirigent

De vierde reprise van de derde versie van Rudi van Dantzigs Romeo en Julia bij het Nationale Ballet – met drie nieuwe Julia's en vier nieuwe Romeo's – wordt deze maand begeleid door één nieuw orkest: Holland Symfonia. Maar helemaal nieuw en onbekend in het Amsterdamse Muziektheater is het orkest niet. Holland Symfonia is de samenvoeging van het Nederlands Balletorkest en het Noordhollands Philharmonisch Orkest.

Die fusie was de meest geruisloze daad van Rick van der Ploeg, de vorige staatssecretaris van Cultuur. Beide orkesten uit de marge van het Nederlandse muziekleven waren het uiteindelijk ook van harte eens met de fusie. Als Holland Symfonia hebben ze de ambitie om op het concertpodium èn in de orkestbak bij ballet èn opera een prominentere rol dan voorheen te vervullen.

In 2004 betrekt het orkest het gerenoveerde Concertgebouw in Haarlem. Na het vertrek van Micha Hamel, de jonge chef-dirigent van het Noordhollands Philharmonisch Orkest, zoekt Holland Symfonia nog naar een chef-dirigent en kijkt daarvoor extra belangstellend naar de prestaties van de gastdirigenten.

Holland Symfonia is zó groot, dat het twee niet al te grote orkesten tegelijk kan laten spelen. De afgelopen week gaf een symfonieformatie concerten in Haarlem, Zoetermeer en Alkmaar, terwijl de andere musici begonnen aan de begeleiding van de serie voorstellingen van Romeo en Julia. In het Muziektheater dirigeert Ermanno Florio, een Canadese Italiaan met veel routine op dit gebied. De orkestprestaties zijn, ondanks wat hachelijke momenten in lastige blazerspassages, zeer respectabel. Maar in Florio's dirigeren ontbreekt de aandrift om het scherpe, wringende, ironische en groteske in deze fameuze Prokofjev-muziek ook indringend te markeren.

Op het concertpodium dirigeerde Charles Olivieri-Munroe, van Canadees-Nederlandse afkomst, die al eerder bij het Noordhollands Philharmonisch Orkest optrad. Hij studeerde in Tsjechië en bij Pierre Boulez. Voor de pauze klonk muziek van Vaughan Williams en Dvorák (o.a. de Bijbelse liederen, goed gezongen door Maarten Koningsberger), daarna de Negende symfonie (1945) van Sjostakovitsj.

Oliviero-Munroe (32) toonde zich een duidelijke kandidaat voor een vaste positie: hij dirigeert zeer competent en gezagvol, met elegante, suggestieve, originele en effectieve gebaren. De goed gespeelde afwisselende en dubbelzinnige muziek van Sjostakovitsj klonk zoals het moest: baldadig, spannend en virtuoos, maar ook bezonken en etherisch.

Concert: Holland Symfonia o.l.v. Charles Olivieri-Munroe. Gehoord: 11/10 De Vest Alkmaar.

Voorstelling: Romeo en Julia door het Nationale Ballet en Holland Symfonia o.l.v. Ermanno Florio. Gezien: 12/10 Muziektheater Amsterdam. Herh. t/m 31/10.

    • Kasper Jansen