Geknoei bij verkiezingen in Pakistan

Waarnemers van de Europese Unie hebben dit weekeinde scherpe kritiek geuit op de parlementsverkiezingen van afgelopen donderdag in Pakistan.

Volgens de Europese waarnemers is met name in de aanloop naar de verkiezingen geknoeid waarbij sommige aan president Musharraf gelieerde partijen sterk werden bevoordeeld.

De beschuldigingen, die zaterdag in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad werden verwoord door de Ierse voorzitter van het Europese waarnemingsteam, het Europees Parlementslid John Cushnahan, sluiten aan op kritiek die eerder werd geuit door mensenrechtenorganisaties en internationale analisten. De kritiek betreft onder andere de constitutionele maatregelen die generaal Musharraf in augustus heeft genomen om zijn machtspositie als president in de komende vijf jaar te consolideren. Achter de schermen zou steun zijn gegeven aan met name een factie van de Moslimliga, de PML-Q, die zich tot bondgenoot van Musharraf heeft verklaard.

De parlementsverkiezingen van donderdag waren de eerste sinds de coup die generaal Musharraf drie jaar geleden pleegde. Musharraf zelf verwierp de Europese kritiek en zei dat de stembusgang zonder problemen en transparant was verlopen. Hij zei ook te rekenen ,,op een zeer gezonde regering in Pakistan''. Waarschijnlijk zal de PML-Q, in de wandelgangen aangeduid als de `King's Party', de nieuwe premier leveren. De partij werd met 77 zetels de grootste in het parlement, maar is aangewezen op een of meer coalitiegenoten om een regering te vormen. Op de tweede plaats eindigde met 62 zetels de Pakistaanse Volkspartij (PPP) van ex-premier Benazir Bhutto, die zelf niet mee mocht doen.

De leiders van de grote politieke partijen zijn afgelopen weekeinde naar de hoofdstad Islamabad gekomen, waar nu de mogelijkheden worden afgetast van regeringssamenwerking. Daarbij wordt vooral gekeken naar het blok van zes fundamentalistische partijen, verenigd in een gezamenlijke lijst, die verrassend hoog hebben gescoord. De enorme winst van de fundamentalistische partijen, met name in het grensgebied met Afghanistan, heeft ertoe geleid dat zij nu in sterkte de derde politieke speler zijn op nationaal vlak. In de twee westelijke provincies zijn ze verreweg de grootste geworden. De religieuze partijen, waaronder bondgenoten van de Talibaan, hebben het afgelopen jaar vooral van zich doen spreken door hun felle protesten tegen de Amerikaanse bombardamenten in buurland Afghanistan.

Uit uitlatingen van de leiders van de verschillende partijen, ook die uit fundamentalistische hoek, valt op te maken dat niemand samenwerking met een ander bij voorbaat uitsluit. Een voorman van een van de fundamentalistische partijen zei voorstander te zijn van een `islamitische' samenleving, maar niet zijn wil te willen opleggen.