Een tripje naar Bounty-eiland

Inderdaad, het is opeens veel kouder aan het worden en dat zal de reden zijn geweest waarom ik in één week twee yup-achtigen hoorde zeggen dat ze zin zouden hebben in een tripje naar een Bounty-eiland. Nu is het in theorie mogelijk om de Bounty-eilanden te bezoeken, maar in de praktijk doet niemand dat, want het is een groepje van dertien onbewoonde rotseilanden voor de oostkust van Nieuw Zeeland.

Des te meer mensen boeken jaarlijks een reisje naar een Bounty-eiland of naar een land met een Bounty-strand. Het is voor iedereen meteen duidelijk wat hiermee wordt bedoeld: een zonovergoten tropisch eiland, of een dito strand, met hagelwit zand, kristalhelder water, een koel briesje, wapperende palmbomen en zo weinig mogelijk westerse toeristen.

Het zal de meeste mensen ook wel bekend zijn waarom een dergelijk paradijselijk oord een Bounty-eiland wordt genoemd. Naar de reclamefilmpjes voor de Bounty-reep natuurlijk, een chocoladereep gevuld met kokos.

De Bounty-reep werd in 1962 door de Amerikaanse snoepgigant Mars in Nederland op de markt gebracht. Op televisie en in de bioscoop werden verschillende filmpjes vertoond, waarin aanvankelijk steeds een idyllisch tropisch eiland te zien was, plus een kokosnoot die – op het moment dat hij werd opengehakt – transformeerde in een Bounty-reep. Tussen 1979 en 1986 werd die veranderlijke noot gevonden door een groepje mannen en vrouwen in duikuitrusting, terwijl een zwoele vrouwenstem zong: ,,The Bounty hunters are here. They are searching for paradise.'' Van 1987 tot 1991 ging het om een verliefd stelletje op een tropisch strand, op de muziek van `Try a little tenderness'. En tussen 1996 en 2001 vertoonden de filmpjes een vrouw in een museum of in een boekwinkel (saai!), die – als ze een hap van een Bounty-reep neemt – wegdroomt naar een tropisch eiland. (Terzijde: in een van die filmpjes ontmoet ze een stoere bink met een bijzondere tatoeage, die nog steeds bij de fabrikant wordt opgevraagd.)

Kort samengevat: Mars heeft altijd een stevige relatie gelegd tussen de kokos in de Bounty-reep en het tropische eiland. Dat is niet zonder gevolgen gebleven, want hoewel het nog niet door de woordenboeken is opgepikt, zijn Bounty-eiland en Bounty-strand gevleugelde begrippen geworden. Een vroeg voorbeeld is te vinden in Meer Modernismen uit 1987 van Kees van Kooten: ,,We zouden drie weken op Bonaire blijven. Wanneer we niet in het water dreven, lagen we op een van de verlaten Bounty-strandjes of in ons Airco-bed.''

Maar er is meer. De Bounty-repen werden tevens aan de man gebracht met een slogan die z'n sporen in de Nederlandse taal heeft nagelaten. Het gaat hier niet om ,,Bounty. Een stukje paradijs op aarde'', maar om ,,Bounty: een tropische verrassing in Hollandse melkchocolade''. Hoewel die slogan al lang niet meer wordt gebruikt, komt hij in kranten en op internet nog volop voor, in verschillende variaties. Enkele voorbeelden: ,,Kalev Tallinn heet de tropische verrassing in Afrikaanse melkchocolade'', ,,Aruba is een tropische verrassing met Nederlandse trekjes'' en ,,zij is een erotische verrassing in tropische melkchocolade'' (over een Antilliaans animeermeisje).

Mars had natuurlijk graag gezien dat de associatie met de Bounty-reep beperkt was gebleven tot tropische eilanden en paradijselijke stranden. Maar zo is het niet gelopen. Want Bounty wordt ook gebruikt als minachtende benaming voor `zwarte man of vrouw die met blanken samenwerkt of sympathiseert'. Hier speelt een heel andere associatie een rol, die van de bruine buitenkant (de chocolade) met de witte binnenkant (de kokosvulling). Wij hebben deze betekenis uit het Engelse slang overgenomen, waar Bounty bar op deze manier wordt gebruikt.

Zoals gezegd zijn het Bounty-eiland en het Bounty-strand nog niet door de woordenboeken ontdekt, maar Bounty als scheldnaam voor `witte neger' staat sinds 1999 in de Grote Van Dale. Hoewel Mars daar niet blij mee zal zijn, is dit toch een begin van de verdiende erkenning voor een – in taalkundig opzicht – uitzonderlijk succesvolle reclamecampagne.

(reacties en aanvullingen naar sanders@nrc.nl. Zie ook WoordHoek op vrijdag op www.nrc.nl)