Een supersnelle kampioenskoers voor de fijnproevers

Met een gemiddelde van ruim 46 kilometer per uur raasde het wielerpeloton gisteren over het autocircuit in Zolder. Het WK bij de profs was binnen vijfenhalf uur afgelopen. Een wielerkoers voor fijnproevers.

Drie grote wielernamen op het erepodium en een winnaar om van te houden. Cipollini, McEwen en Zabel bevestigden hun status van sprintspecialist. Ze ontsnapten aan een valpartij die meer dan honderd man in een klap kansloos maakte. Boze coureurs keerden met bebloede lijven in het rennerskwartier terug. Wat een finale!

Het wereldkampioenschap bij de profs werd gered door een enerverende laatste ronde. Het Belgische publiek had uren in de file gestaan om een glimp van de helden op te vangen. Ze kwamen voor de nationale favorieten Steels, Museeuw en Van Petegem. Ze kregen hen nauwelijks te zien. Onder gefluit en boegeroep keerden ze aan het eind van de middag huiswaarts. Hun teleurstelling was niet alleen van chauvinistische aard. Ze hadden spektakel gemist, riepen ze bij de uitgang in beschonken toestand.

Het veredelde catenaccio van elf plichtsgetrouwe Italiaanse knechten getuigde van een knap staaltje ploegentactiek die zijn weerga niet kent, uitgedokter door de bondscoach Ballerini. Alle Italianen reden voor Cipollini, de snelste sprinter van het peloton. Hun overmacht was zo groot, dat elke demarrage van een buitenlander tot mislukken was gedoemd. Met een patstelling tot gevolg. Alsof de autocoureurs van Ferrari voor even waren teruggekeerd op het circuit van Zolder.

De bochten moesten als scherprechter dienen, zo vlak was het parcours. Het WK was gemaakt voor sprinters, die de afgelopen twintig jaar zo veel reden tot klagen hadden. Ze wisten zich altijd kansloos op de steile hellingen en namen vaak niet eens de moeite aan de start te verschijnen. Dit keer had de internationale wielrenunie (UCI) voor een eenvoudige omloop gekozen. Het goede weer speelde de favorieten in de kaart.

De Nederlandse bestuurder Verbruggen, voorzitter van de UCI, wilde weinig weten van een saai koersverloop. ,,Ik ben geen voorstander van een vlak parcours, maar eens in de tien jaar moet je de sprinters dienen. Akkoord, de heroïek in onze sport zit hem in het onmenselijk zware, zoals we laatst in de Vuelta hebben kunnen zien. Alleen in Spanje keken zes miljoen mensen. Dit WK was meer voor de fijnproevers. Ik heb genoten van de Italianen die met negen man op kop reden. Ze hebben laten zien dat de landenformule nog steeds werkt. Eens in de zoveel jaar heb ik een bevestiging van mijn gelijk nodig'', pareerde Verbruggen de roep om een WK met commerciële ploegen.

Verbruggen had langs de kant geen boegeroep gehoord en sprak over ,,een geweldige ambiance''. Het autocircuit was volgens hem niet sfeerverpestend. ,,Veel volk, geen rotzooi, een groot feest.'' In het voorspelbare karakter van de afgelopen vijf WK's, waarbij de aanvallers veruit in de minderheid waren, zag hij ,,geen bevestiging van een nieuwe trend''. Hij refereerde aan de jaren vijftig, toen de Belgen het peloton in een ijzeren greep hielden.

De Nederlandse bondscoach Knetemann erkende dat het WK de afgelopen jaren weinig spektakel heeft opgeleverd. Hij noemde de technologische snufjes als belangrijkste oorzaak. ,,Er is door die oordopjes te weinig chaos in het peloton. Vroeger wist de ene renner niet dat de andere renner was ontsnapt. Nu wordt iedereen door de ploegleider meteen op de hoogte gesteld. Het verrassingseffect wordt kleiner.''

Knetemann had met zijn ploeg, die gespeend was van goede sprinters, weinig te zoeken in Zolder. Door de afwezigheid van de moegestreden Erik Dekker was Michael Boogerd de bekendste renner in een oranje trui. De Haagse lichtgewicht wist zich bij voorbaat kansloos. Licht gehavend kwam hij uit de valpartij te voorschijn. Hij sprak na afloop zijn bewondering over de Italiaanse suprematie uit. ,,Ze hebben heel hard moeten rijden om de koers te controleren. Dat is ook een kunst. En ze leveren natuurlijk een prachtige kampioen af.''

Knetemann baalde zichtbaar van de valpartij, waarbij elf van zijn twaalf renners betrokken waren. Hadden ze niet meer van voren moeten zitten om een val te voorkomen? ,,Daar zaten dus al die Italianen al'', sprak Knetemann in de geest van het kuikentje Calimero uit de gelijknamige televisie-serie. ,,Zij zijn groot en wij zijn klein.''

De Nederlanders waren gebaat bij een chaotisch koersverloop, met een vroege ontsnapping en een eendrachtige samenwerking tussen de landenploegen zonder kanshebbers in de sprint. De outsiders waren kansloos tegen de overmacht aan Italianen, die bij hun controlerende taak werden geholpen door Duitsers, Spanjaarden en Australiërs. Zij gokten tevergeefs op de sprintkracht van respectievelijk Zabel, Freire en McEwen.

Het stroperige asfalt vormde geen belemmering voor de goed getrainde profs. Waar de vrouwen en de amateurs nog klaagden over de taaie ondergrond, reden de mannen met een gemiddelde snelheid van ruim 46 kilometer per uur. Nooit eerder was er zo hard gereden op een WK. Na amper vijfenhalf uur kon Cipollini de armen in de lucht steken. De kleurrijke Toscaan zal de regenboogtrui volgend seizoen extra glans geven.

In 2003 wordt het WK in Canada verreden. Het parcours in Hamilton is zo zwaar, dat de Amerikaan Armstrong zijn kans schoon ziet en zijn winterslaap (die de laatste jaren in september begint) met een maand uitstelt. Na vijf magere jaren zou het WK eindelijk weer eens voor spanning en sensatie moeten zorgen, hopen de critici. Boogerd, die goed gedijt onder zware omstandigheden, twijfelde even aan zijn topografische kennis. ,,Hamilton ligt toch in de buurt van Antartica?''

    • Jaap Bloembergen