Duizend zeehonden in een loods

De helft van de Nederlandse zeehondenpopulatie is gestorven. Om hun conditie vast te stellen wordt op duizend dieren sectie verricht.

Twee dagen geleden leefde zeehond Karel (14) nog. Nu ligt hij zielloos met honderden andere soortgenoten op een snijtafel in een grote loods op het Groninger industrieterrein Winschoterdiep.

Het meterslange dier heeft een dikke speklaag. Ziek ziet hij er niet uit. ,,Het is net of hij slaapt'', zegt directeur Lenie 't Hart van de zeehondencrèche Pieterburen. ,,Dit is vreselijk. Ik vind het zo'n aanklacht.''

In de loods lopen 25 wetenschappers uit Engeland, Schotland, Spanje, Japan en Nederland in witte overalls rond. De komende tien dagen voeren zij een grote sectieoperatie uit op duizend dode zeehonden, een kwart van de Nederlandse zeehondenpopulatie. De dode ingevroren dieren zijn op de Waddeneilanden verzameld.

In de hal, waar een doordringende geur hangt, liggen 400 dode zeehonden. Het doel van het unieke onderzoek nooit eerder werd er op zoveel zeehonden sectie verricht is te achterhalen wat de exacte oorzaak is van het zeehondenvirus dat in mei dit jaar uitbrak. Allerlei gegevens, zoals de leeftijd, geslacht, borstomvang, dikte van de vetlaag, maaginhoud en conditie van organen van de dode zeehonden worden in computers vastgelegd.

In 1988 brak de virusepidemie, net als deze zomer, uit op het Deense eiland Anholt. Toen stierven in Noordwest-Europa in totaal 18.000 zeehonden, de helft van de populatie. Nu zijn er inmiddels 17.000 dode dieren in Noord-Europa geborgen (in Nederland 2.000).

,,Het is hetzelfde virus als in 1988 en slaat net zo hard toe als toen'', zei viroloog prof. Ab Osterhaus van het Erasmus Medisch Centrum zaterdag tijdens een persconferentie. Hij stelt dat een slecht afweersysteem toen mede debet was aan de uitbraak van het virus. Osterhaus verklaarde dat hij destijds niet geloofde dat de sterfte van de zeehonden het gevolg was van verontreiniging. ,,Totdat uit onderzoek in 1995 bleek dat zeehonden die een jaar lang met vis uit Waddenzee werden gevoerd, een slechter immuunsysteem hadden dan soortgenoten die schone vis uit de Oostzee kregen.''

Hij sluit niet uit dat een verzwakte afweer door vervuiling nu opnieuw ten grondslag ligt aan de massale sterfte van de dieren, die in mei bij het Deense Anholt begon. ,,We claimen dit niet, maar we vragen ons af of het weer zo is en onderzoeken het.''

Hoewel de Waddenzee sindsdien schoner geworden is, is er volgens hem sinds de eerste epidemie een hoeveelheid nieuwe dioxines, pcb's en broomhoudende verbindingen van onder meer vlamvertragers bijgekomen.

Inmiddels zijn in Groningen de organen van 100 dieren onderzocht; meer dan de helft ervan bleek het virus te hebben. Tevens wordt onderzocht of, naast verontreiniging, overbevissing en het broeikaseffect een rol spelen bij de verzwakking van het afweersysteem. Door het broeikaseffect kunnen zeestromen veranderen, waardoor zeehonden elkaars gebied binnenzwemmen. In 1988 bleken zadelrobben bij Groenland door overbevissing te zijn uitgeweken naar Scandinavië, aldus Osterhaus, die het virus overbrachten naar het Deense Anholt.

Verder zal onderzoek worden gedaan naar eventueel gevaar voor andere dieren en de mens. Voor het onderzoek is een vast protocol ontworpen. De hele operatie kost 100.000 euro, waarvan de helft door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij wordt betaald. Pas over een jaar zullen de definitieve uitkomsten bekend zijn.

    • Karin de Mik