Djindjic blij met fiasco verkiezingen

Groeiende ontevredenheid, een oproep tot een boycot en fikse regenbuien; de Servische kiezer ging gisteren niet stemmen. Het land krijgt vooralsnog geen nieuwe president.

Is het de regen? ,,Met zulk weer krijgt Servië zeker geen nieuwe president'', somberde een diplomaat gisterochtend, haar ogen op de loodgrijze hemel gericht. Dagen had het geregend, in de hoofdstad Belgrado stonden sommige straten blank, en ook gisteren regende het.

Slecht weer had ook de eerste ronde van de Servische presidentsverkiezingen, twee weken geleden, parten gespeeld. Toen trok slechts vijfenvijftig procent van de kiezers in de stromende regen naar de stemlokalen. Maar kunnen buien de Servische kiezer weghouden?

Vijfenveertig procent van de 6,8 miljoen stemgerechtigde Serviërs ging gisteren naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. Het was niet genoeg. De kieswet schrijft voor dat meer dan de helft van de kiezers moet stemmen. De strijd tussen de twee overgebleven kandidaten, Vojislav Koštunica en Miroljub Labus, is dus ongeldig verklaard. Servië krijgt vooralsnog geen nieuwe president.

In de uren na de sluiting van de stembussen zocht iedereen naarstig naar een reden. Is het Vojislav Šešelj? De ultra-nationalistische politicus had opgeroepen de tweede ronde te boycotten. Šešelj had in de eerste ronde verrassend veel stemmen getrokken, 22 procent, en was op een derde plaats geëindigd. De eerste ronde was volgens de radicaal echter `oneerlijk' verlopen en hij riep zijn aanhangers dan ook op niet naar de stembus te gaan. Zij gaven gisteren gehoor aan die oproep tot groot genoegen van Šešelj. Na het debacle van gisteren moet Servië immers nieuwe verkiezingen organiseren, waaraan Šešelj opnieuw mee kan doen. Wellicht trekt hij dan meer stemmen.

Maar fikse buien en een extremist die zijn lijfwachten nog twee jaar geleden liet vuren over de hoofden van een nieuwsgierige menigte buiten het parlement, verklaren de lage opkomst onvoldoende. Is het de ontevredenheid? Zelfs in intellectuele kringen in Belgrado, onder de aanhang van de gematigde kandidaat Miroljub Labus, zei men steeds vaker niet te gaan stemmen.

Die groeiende ontevredenheid geldt de regering met name premier Zoran Djindjic. Hij leidt de Democratische Oppositie van Servie (DOS), een coalitie van achttien partijen die Slobodan Miloševic ten val bracht. Djindjic heeft zich sindsdien ontpopt als een machtsmonopolist. Veel Serviërs verdenken hem bovendien van corruptie. Ze vinden ook dat hij te veel naar de pijpen van internationale instellingen met hun strenge, economische beleid danst.

Dat leidde al tot een flinke ruzie met presidentskandidaat en aarstrivaal Vojislav Koštunica en het vertrek van diens partij uit de coalitie. Koštunica is een steile jurist die hecht aan gedegen wetgeving. Hij gruwt van snelle privatisering en ruwe bedrijfssaneringen. Ook andere politici houden hun ongenoegen over de premier niet langer binnen de muren van het parlement; de Servische vice-premier bijvoorbeeld sprak enkele weken geleden in een televisiespot zijn steun aan Koštunica uit. Hij is niet de enige: nog twee leiders van partijen in DOS zijn de afgelopen weken naar het kamp van Koštunica overgelopen.

Presidentskandidaat Labus maakte de fout zich te veel te binden aan premier Djindjic. Labus staat weliswaar te boek als onafhankelijk kandidaat, maar het volk wist beter: de hervormingsgezinde econoom is afkomstig uit het kamp van de premier en zijn `kliek'. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Labus heeft tijdens de verkiezingscampagne wel afstand genomen tot Djindjic, maar te laat om veel indruk te maken.

De ironie is dat premier Djindjic gebaat is bij deze mislukte presidentsverkiezingen. Was de opkomst hoger geweest, dan had Koštunica de verkiezingen gewonnen. Hij kreeg gisteren 67 procent van de stemmen, een ruime eerste plaats. Als hij daadwerkelijk zou hebben gewonnen zou Koštunica aandringen op de val van de regering-Djindjic (hij had dat ook openlijk aangekondigd) en op vervroegde parlementsverkiezingen. En met de hulp van ontevreden politici binnen de troebele regeringscoalitie had hij hoogstwaarschijnlijk zijn zin gekregen.

Djindjic daarentegen doet er alles aan om vervroegde verkiezingen te vermijden. Zijn populariteit is onder het vriespunt gedaald; hij kan verkiezingen alleen verliezen. Het debacle van gisteren toonde dat nog eens aan. Datzelfde fiasco heeft echter ook de kans op vervroegde verkiezingen verkleind. Dat komt de premier goed uit, want hij kan de tijd goed gebruiken. Zo moet hij de werkloosheid omlaag brengen, de salarissen omhoog krijgen, de beloofde internationale hulpgelden lospeuteren en buitenlandse investeerders werven. Djindjic heeft gisteren kostbare tijd gewonnen.

    • Yaël Vinckx