De toevallige rustplaats der Oranjes

Eigenlijk was het uit nood dat Willem van Oranje in 1584 in Delft werd begraven. Inmiddels koestert de Nieuwe Kerk een eeuwenlange traditie – verborgen voor het publiek.

De leden van het koninklijk huis komen er nooit. En dat de Oranjes er begraven worden, is het gevolg van een historisch toeval. In de moeilijkste jaren van de Opstand koos Willem van Oranje het ommuurde Delft als zijn residentie. Daar, in de Prinsenhof, werd hij in 1584 doodgeschoten door Balthazar Gerards. Normaal gesproken werden de Nassaus bijgezet in Breda, maar dat was in handen van de Spanjaarden. Vandaar dat de Vader des Vaderlands werd begraven in de Nieuwe Kerk in Delft. Toen Willems jongste zoon Frederik Hendrik in 1647 (Breda was inmiddels veroverd), in zijn testament voor Delft koos, werd wat uit nood was geboren, een traditie.

Over de oorsprong van de Nieuwe Kerk bestaat een legende. De kerk zou gebouwd zijn nadat een bedelaar, broeder Symon, in 1351 een visioen kreeg. Hij zou boven de Markt in Delft een `goude Kerkck' hebben waargenomen, met daarin Maria op een troon. De bedelaar stierf kort daarop, maar een zekere Jan Col zou nog dertig jaar lang op dezelfde plek een `schoon licht ende klareheydt' hebben gezien. Met steun van twee Begijnen haalde hij het stadsbestuur over er een kerk te bouwen.

De oorspronkelijke kerk was een houten noodgebouw met een rieten dak. Daaromheen werd later de stenen basiliek gebouwd. De Nieuwe Kerk is verscheidene malen gedeeltelijk verwoest geweest. In 1536 legde een blikseminslag de toren (en een groot deel van Delft) in de as, bij de beeldenstorm in 1566 werd het (katholieke) interieur verwoest, in 1654 raakte de kerk beschadigd toen de Delftse `Kruyttoorn' ontplofte en in 1872 sloeg opnieuw de bliksem in de toren. De kerk moest zo veel opknapbeurten ondergaan.

De Nieuwe Kerk trekt jaarlijks 150.000 bezoekers. Grootste attractie is het praalgraf van Willem van Oranje. Het monument, dat bestaat uit bijna vierduizend stukjes, is tussen 1996 en 2001 volledig gedemonteerd, gereinigd en gerestaureerd. Dat was vooral nodig omdat de grote, poreuze marmeren gedeelten van het monument aan het afbrokkelen waren, doordat zich in de loop van de eeuwen zoutkristallen in het sponsachtige gesteente hadden gevormd. De aangetaste marmeren gedeelten werden schoongespoeld en daarna in Duitsland in speciale kunstharsbaden `geplastificeerd', om te voorkomen dat ze verder aangetast zouden worden.

Tijdens de restauratie werd een opmerkelijke ontdekking gedaan. Toen het beeld van Willem van Oranje van de tombe werd gehaald, trof men een houten kistje aan. Vermoed wordt dat dit het kistje is dat zijn laatste echtgenote Louise de Coligny altijd bij zich droeg en dat het hart en de ingewanden van haar vermoorde echtgenoot bevatte. Koningin Beatrix heeft geen toestemming willen geven om het kistje te openen en de inhoud te onderzoeken.

Overigens lagen tijdens de restauratie maar liefst veertien verschillende draaiboeken klaar voor eventuele koninklijke begrafenissen. Zo zou het onttakelde graf aan het oog worden onttrokken door zwarte doeken.

Ten tijde van de begrafenis van Willem van Oranje was van een praalgraf nog geen sprake. Er stond toen alleen een sober grafteken van gemetselde steen, zwart geverfd om het op marmer te laten lijken. Buitenlandse bezoekers beschreven dit destijds als ,,een monumentje van niks' en ,,het lelijkste ooit gezien, een staatsman onwaardig'. Louise de Coligny deed herhaalde oproepen aan de Staten-Generaal om een waardig gedenkteken te bouwen. In 1614 gaven die daar gehoor aan en kreeg de Amsterdamse meester-beeldhouwer Hendrick de Keyser opdracht een grafmonument te maken voor de `vader des vaderlands'.

De Republiek was een jonge, protestantse, soevereine staat en wilde daarom wel een glorieus monument, maar niet in de traditie van de rooms-katholieke vorstengraven. Wel overgenomen werd de dubbele weergave, met een beeld van de dode en levende vorst. Maar anders dan bij katholieke vorstengraven zit de levende vorst niet in biddende pose. Willem van Oranje, gegoten in brons, troont in zijn staatsieharnas als veldheer vooraan het praalgraf. De dode Willem is uitgebeeld in marmer, liggend in zijn alledaagse kleding, met aan zijn voeten een hondje, symbool van trouw.

Op de hoeken van het graf zijn vier bronzen vrouwenbeelden geplaatst, personificaties van deugden. Rechts staat Libertas, de Vrijheid, verwijzend naar de vrijheidsstrijd tegen Spanje. Links Justitia, de Gerechtigheid, een traditionele vorstendeugd. Verder nog Religio, verwijzend naar de ware, protestantse godsdienst, en dan is er ook nog de deugd Fortitudo, Kracht of Moed. Aan het voeteneinde van de prins staat Fama, de Faam, die de loftrompet steekt over Oranje als veldheer.

Tijdgenoten hadden grote waardering voor De Keyser, die rond 1600 als stadsbeeldhouwer van Amsterdam ook nieuwbouwprojecten ontwierp als de Westertoren en -kerk. Zijn ontwerp voor het Oranje-praalgraf werd in zijn tijd al alom geprezen. Zo dichtte Vondel over het grafmonument dat De Keyser de man was `die leven gaf aen marmer, aen metaal, yvoor, albast en klay'.

Onder het grafmonument bevindt zich de zogenoemde oude grafkelder. Na Willem van Oranje werden daar zijn laatste echtgenote en zijn nazaten bijgezet. De grafkelder werd in 1752 uitgebreid en de houten kisten die waren aangetast, kregen loden hulsels. In 1820 werd een nieuwe, grote grafkelder gebouwd, omdat de oude vol was. Deze kreeg een smalle toegang, waardoor de kisten niet naar beneden gedragen maar getakeld moesten worden. Later werd de toegang verbreed tot circa drie meter. De opening is afgedekt met een kolossale sluitsteen van 3.500 kilo, die aan vier ringen omhoog getakeld kan worden. Op deze zerk zijn het wapen van Oranje-Nassau uitgehouwen en de Latijnse tekst `Resurrectionem expectat Guilhelmus Primus Pater Patriae' (Hier verwacht Willem de Eerste, Vader des vaderlands, de wederopstanding).

Voorzover bekend, bezoekt de koninklijke familie de grafkelders nooit. Alleen prinses Juliana zou er na de dood van haar vader, prins Hendrik, enige malen zijn afgedaald. De kelders worden eenmaal per jaar gecontroleerd door een vaste groep mensen, die bestaat uit onder anderen vertegenwoordigers van de Rijksgebouwendienst, de burgemeester van Delft en het hoofd van het archief van het koninklijk huis. Zij gebruiken een werkingang naast het praalgraf. Enkele jaren geleden is de jaarlijkse inspectie aangegrepen om te oefenen met het wegtakelen van de sluitsteen.

Als morgen prins Claus wordt bijgezet, zal alleen de naaste familie de kist volgen bij de afdaling. Bij de vorige uitvaart van prinses Wilhelmina in 1962, nam dat zo'n zeven minuten in beslag.

Het stoffelijk overschot van prins Claus is volgens de Rijksvoorlichtingsdienst het 44ste dat in de koninklijke grafkelder wordt bijgezet. Hij krijgt een rustplaats in het gedeelte waar ook Wilhelmina, Hendrik, Willem III en Emma liggen. Daarna zou er in de grafkelder nog ruimte zijn voor vijf kisten.

Indeling van de koninklijke grafkelders in de Nieuwe Kerk te Delft

Lijst van vorsten en vorstinnen van Oranje-Nassau die zijn bijgezet in

de grafkelder

Oude grafkelder

1 Prins Willem I (1533-1584)

2 Louise de Coligny, vrouw van prins Willem I (1555-1620)

3 Prins Maurits (1667-1625)

4 Elisabeth, dochter van prins Frederik Hendrik (1630)

5 Isabella Charlotte, dochter van prins Frederik Hendrik (1632-1642)

6 Prins Frederik Hendrik (1584-1647)

7 Catharina Belgica, dochter van prins Willem I (1578-1648)

8 Amalia van Solms, vrouw van prins Frederik Hendrik (1602-1675)

Nieuwe grafkelder:

9 Prins Willem II (1626-1650)

10 Eerstgeboren levenloze dochter van prins Willem IV (1736)

11 Prins Willem IV (1711-1751)

12 Anna van Hannover, vrouw van prins Willem IV (1709-1759)

13 George Willem Belgicus, zoon van Carolina, dochter van Willem IV (1760-1762)

14 Een doodgeboren kind van Carolina (1767)

15 Eerstgeboren levenloze zoon van prins Willem V (1769)

16 Willem George Frederik, zoon van prins Willem V (1774-1799)

17 Wilhelmina Frederika Louisa Pauline, dochter van koning Willem I, (1800-1806)

18 Prins Willem V (1748-1806)

19 Louisa Frederika Wilhelmina, dochter van prins Willem V. (1770-1819)

20 Frederika Sophia Wilhelmina van Pruisen, vrouw van prins Willem V (1751-1820)

21 Willem Alexander Ernst Casimir, zoon van koning Willem II, (1822)

22 Willem Frederik Nicolaas Karel, zoon van prins Willem Frederik Karel (1833-1834)

23 Wilhelmina van Pruisen, eerste vrouw van koning Willem I, (1774-1837)

24 Koning Willem I (1772-1843)

25 Willem Frederik Nicolaas Albert, zoon van prins Willem Frederik Karel (1836-1846)

26 Willem Alexander Frederik Constantijn Nicolaas Michiel, zoon van koning Willem II (1818-1848)

27 Koning Willem II (1792-1849)

28 Willem Frederik Maurits Alexander Hendrik Karel, zoon van koning Willem III (1843-1850)

29 Anna Pawlowna, vrouw van koning Willem II (1795-1865)

30 Louise van Pruisen, vrouw van prins Willem Frederik Karel (1808-1870)

31 Amalia van Saksen-Eisenach, vrouw van prins Willem Frederik Hendrik (1830-1872)

32 Sophie van Wurtemberg, vrouw van koning Willem IIl (1818-1877)

33 Willem Frederik Hendrik, zoon van koning Willem II (1820-1879)

34 Willem Nicolaas Alexander Frederik Karel Hendrik, zoon van koning

Willem III (1840-1879)

35 Willem Frederik Karel, zoon van koning Willem I (1797-1881)

36 Willem Alexander Karel Hendrik Frederik, zoon van koning Willem III (1851-1884)

37 Koning Willem III (1817-1890)

38 Emma van Waldeck-Pyrmont, tweede vrouw van koning Willem III, (1858-1934)

39 Hendrik Wladimir Albrecht Ernst, man van koningin Wilhelmina (1876-1934)

40 Koningin Wilhelmina (1880-1962)

41 Prins Claus van Amsberg, man van koningin Beatrix, (1926-2002)

In de oude kelder staan drie kistjes waarvan twee waarschijnlijk behoren aan:

42 Henriëtte Amalia, dochter van Frederik Hendrik (1628)

43 Hendrik Lodewijk, zoon van Frederik Hendrik (1639)

44 Onbekend

NRC Handelsblad 1410021 Bron: RVD / Graphics F. Gerritsma / Foto: Leo van Velzen

    • Claudia Kammer