De marine wil nu ook het land veroveren

Wat kan de Nederlandse marine nog bijdragen aan internationale militaire operaties? De toekomst van de marine ligt, paradoxaal genoeg, op land, is de nieuwe opvatting.

Een `schoenendoos' noemen de opvarenden haar liefkozend. Maar binnenin lijkt de Hr. Ms. Rotterdam met haar twaalf dekken nog het meest op een flatgebouw zonder ramen. 's Avonds brandt er rood licht in de eindeloze trappenhuizen en gangen, waar de flauwe deining van de Middelandse Zee zorgt voor een licht gevoel in het hoofd. De lucht is warm en benauwd. Kortgeschoren mariniers schuifelen op slippers naar de douches. Pas na elven stopt het `praaien', de oproepen over de intercom die overal in het schip te horen zijn.

De Rotterdam, het amfibische transportschip van de Koninklijke Marine (KM), maakt onderdeel uit van de omvangrijke NAVO-vloot die zich dezer dagen voor de kust van Italië heeft verzameld voor de oefening `Destined Glory': 21.000 militairen, 170 vliegtuigen en 70 schepen, waaronder het Amerikaanse vliegdekschip USS George Washington.

`Landing forces to stations', klinkt er 's ochtends uit de speakers. De gangen onderdeks lopen scheef. Door waterreservoirs vol te laten lopen is de achtersteven van de Rotterdam dieper in zee komen te liggen, waardoor in het ruim van het schip een drijvend dok is ontstaan. Landingsvoertuigen manoeuvreren voorzichtig de Rotterdam uit, waarna ze koers zetten naar de Italiaanse kust. Deze nacht hebben helikopters de zwaarbepakte mariniers al van de Rotterdam overgebracht naar het Italiaanse vasteland. Van een bestorming à la D-day is geen sprake: bij een moderne amfibische landing veegt de luchtmacht het strand schoon, voordat de zeesoldaten landen.

Bij de marine is het besef doorgedrongen dat de toekomst van de KM – parodoxaal genoeg – op land ligt. Op zee is steeds minder te doen voor de marine sinds het einde van de Koude Oorlog. De afgelopen maanden voeren Nederlandse fregatten bijvoorbeeld in de Arabische Zee en in de Perzische Golf, op zoek naar terroristen. Maar veel verdachts namen ze niet waar. Bovendien hadden de fregatten niet de bevoegdheid om verdachte dhows staande te houden. Het leidde tot Kamervragen en tot vrolijke commentaren in de vaderlandse pers: wat zou de Philips van Almonde doen als het Bin Laden in een roeiboot tegen kwam?

Geen wonder dus dat marine-officieren tegenwoordig vooral spreken over het `beïnvloeden' van landoperaties. Met de Rotterdam kunnen ze dat. Het schip kan een compleet bataljon mariniers met uitrusting, jeeps en vrachtwagens, aan wal zetten. Het schip werd in 1998 slechts enkele weken nadat het in de vaart was genomen ingezet in Albanië. In 2000 vervoerde de Rotterdam honderden mariniers naar Eritrea.

De marine gaat door op deze weg. Vanaf 2007 beschikt de KM over een tweede transportschip, de Johan de Witt. Dit schip zal nog een tikje groter zijn dan de Rotterdam, en bovendien worden ingericht als een hoofdkwartier dat een complete divisie kan aansturen. Maar het verlanglijstje van vice-admiraal Duyvendijk is nog langer. Met tactical landmissiles kruisraketten zou de KM operaties op land nóg sterker kunnen beïnvloeden. Tot nu toe beschikken alleen de VS en het Verenigd Koninkrijk over deze wapens. De marine bestudeert of de VS bereid zijn de raketten ook aan Nederland te verkopen.

Destined Glory `2001' werd vorig jaar na de aanslagen van 11 september voortijdig afgebroken, toen verschillende schepen naar het oosten van de Middelandse Zee werden gedirigeerd om te laten zien dat het de NAVO `menens' was met de steun aan de VS. Nu een aanval op Irak aanstaande lijkt, roept de samengebalde NAVO-macht de vraag op welke van de schepen op doortocht zijn naar de Perzische Golf.

De oefening heeft ,,niets'' met Irak te maken, zegt de commandant van de Rotterdam, kapitein ter zee Hank Ort. Toch is Destined Glory ook dit jaar ingehaald door de politieke actualiteit. Wat is begonnen als een operatie van de NAVO, eindigt straks voor de kust van Frankrijk als een militaire exercitie van de Europese Unie met Frankrijk in de hoofdrol, zónder de VS. Dat de oefening door plotselinge tegenwerking van de Grieken niet kan eindigen met landingen op de Egeïsche kust, is toeval. Maar dat Frankrijk vervolgens voorstelt de oefening voort te zetten met de vijf Europese initiatiefnemers van de zogeheten European Amphibious Force, is méér dan toeval alleen. Frankrijk is een warm pleitbezorger van het opbouwen van een Eu-defensie, onafhankelijk van de NAVO. ,,Het is een Europese oefening, maar past precies in de Franse ambities, ja'', analyseert Ort.

De European Amphibious Force is een onderdeel van het zogeheten European Maritime Initiative, de maritieme tegenhanger van de Europese snelle reactiemacht die volgend jaar paraat moet zijn. Initiatiefnemers zijn Nederland en het Verenigd Koninkrijk, van wie de mariniers al langer geïntegreerd waren in een gezamenlijke amfibische strijdmacht, de UK/NL Amphibious Landing Force. De bedoeling is dat Frankrijk, Italië en Spanje ook gaan meedoen, waardoor de EU straks bijna 7.000 zeesoldaten aan land kan zetten voor vredesoperaties of militaire interventie.

Op een akker vol koeienvlaaien hebben de mariniers een commandopost opgezet. Overste Dick Zwijgman, commandant van het eerste mariniersbataljon, legt uit hoe de mariniers hebben geopereerd. Het scenario van de oefening, militaire interventie vanaf zee, is beslist niet ondenkbeeldig, vertelt hij. Bovendien kunnen de mariniers ook ingezet worden voor andere operaties, zoals het evacueren van burgers. Ivoorkust is een recent voorbeeld. En tijdens de onlusten rond het aftreden van de Indonesische president Soeharto in 1998 lag het draaiboek op de Nederlandse ambassade al klaar, zegt Zwijgman.

Kapitein ter zee Ort geeft het graag toe. Natuurlijk spelen `crisisbeheersingsoperaties' zich af op land. Maar, zo zegt hij, ,,Je moet er eerst komen. Soms gaat dat het beste vanaf zee.''

    • Steven Derix