Zolang de Afghaanse vlag maar wappert

Afghanistans terugkeer in de internationale sport bleef zonder succes. Toch verlaat de Afghaanse delegatie de maandag af te sluiten Aziatische Spelen met opgeheven hoofd.

Het was verwacht, maar daarom niet minder pijnlijk: drie monsternederlagen op rij en de Afghaanse voetballers konden hun koffers al weer pakken bij de Aziatische Spelen in Zuid-Korea. Nadat eerst titelverdediger Iran met 10-0 te sterk was, maakten achtereenvolgens Quatar (11-0) en Libanon (11-0) een einde aan de illusies van de herintredende sporters uit het door oorlog en anarchie verwoeste land.

Geen van de spelers of begeleiders die echter ontredderd was na de vernedering tegen buurland Iran, op één man na: bondscoach Mir Ali Asgar. ,,Wij zijn naar Korea gekomen in de hoop een wedstrijd te winnen, dus moet ik wel ontevreden zijn met het resultaat'', mopperde de oud-international van het land dat negentien jaar geleden voor het laatst een officiële voetbalinterland speelde.

Blijmoedig incasseerden de overige leden van de piepjonge selectie (allen jonger dan 24 jaar) de ene na de andere monsternederlaag, in de wetenschap dat de nationale voetbalploeg net als het na 23 jaar oorlog aan puin geschoten land zelf weer vanaf de onderste steen moet worden opgebouwd. ,,Geef ons drie à vier jaar en we komen, al dan niet met behulp van een buitenlandse trainer, sterker voor de dag'', beloofde international Basher Ahmad Saadat.

Pas een maand voor de aftrap kreeg Afghanistan, kort na de afmelding van Mongolië, het verzoek een selectie bijeen te scharrelen. Met veel pijn en moeite lukte dat, want 's lands beste voetballers waren onder het vorig jaar verdreven streng-islamitische en sportvijandige Talibaan-regime vermoord of gevlucht, vertelde de voorzitter van de heropgerichte Afghaanse voetbalbond, Abdul Alim Kohistani, bij aankomst in Busan.

Maar daar wachtte bondscoach Ali Asgar een onaangename verrassing. Waarom had niemand hem verteld dat hij bevoegd was om drie spelers ouder dan 23 jaar te selecteren, net al alle andere deelnemende landen? Niet dat hij de nederlagen een voor een wenste op te hangen aan de onervarenheid van zijn selectie, maar toch: ,,Onze beste spelers zijn ouder dan 23, maar die zitten nu dus thuis.''

Dat de negentien man sterke selectie in de Zuid-Koreaanse havenstad was aangekomen, was al een klein wonder. Geld voor de reis naar Busan bleek niet voorhanden. Maar dankzij een financiële toezegging (40.000 dollar) van de wereldvoetbalbond FIFA begon de ploeg alsnog aan de reis, die begon met een busreis van Kabul naar Islamabad (Pakistan) en uiteindelijk maar liefst vijf dagen in beslag nam.

Bij aankomst waren vele ogen gericht op de speler die door zijn trotse landgenoten al is vergeleken met de Engelse stervoetballer David Beckham: Sayed Tahir Shah. Naam maakte de in een Iraans vluchtelingenkamp opgegroeide spits dit voorjaar met een verbluffend doelpunt in het duel tegen een team van de in zijn vaderland gelegerde veiligheidstroepen. Tegen Iran, Quatar en Libanon kwam hij niet of nauwelijks aan de bal.

Ook Afghanistans grootste hoop op een medaille, bokser Mohammad Daoud, wist de hooggespannen verwachtingen niet waar te maken. Maar het vlieggewicht temperde vooraf reeds de verwachtingen met de opmerking dat ,,het me niets kan schelen of ik win of verlies, zolang onze vlag hier maar wappert''. Hetzelfde riepen de overige leden van de Afghaanse ploeg: acht taekwondoka's (onder wie drie vrouwen), acht worstelaars, zes boksers, twee wielrenners en één karateka.

Twee opvallende sporten deden het zonder Afghaanse inbreng, ook al behoren die tot de meubelstukken van de Aziatische Spelen: kabbadi en seprak takraw. De eerste is een van origine Indiase teamsport waarbij één speler het vijandelijke territorium met ingehouden adem want ondertussen `kabbadi, kabbadi' roepend moet betreden, in een poging een speler van de tegenpartij met de hand `uit te tikken'. De tweede is een acrobatische kruising tussen volleybal en voetvolley, die vooral in Zuidoost-Azië grote populariteit geniet.

Een andere `sport' die opzien baarde was bodybuilding, de discipline die claimt de schoonheid van het menselijk lichaam te accentueren en in Zuid-Korea haar debuut maakte bij de `Olympische Spelen van Azië'. Veel bekijks trokken de 94 atleten afkomstig uit 21 landen niet, al gingen de foto's van de schaars geklede spierbonken de hele wereld over.

Maar de door liefhebbers als kunstzinnig omschreven jurysport is vermoedelijk geen lang leven beschoren. Het islamitische Qatar, in 2006 gastheer van de volgende Aziatische Spelen, heeft al laten weten niets te voelen voor een exhibitionistische parade van opgepompte mannen en erger nog vrouwen. Liever voegt woestijnstaat een discipline aan het programma toe dat strookt met de sobere volksaard: schaken.

Wellicht dat Afghanistan over vier jaar een kansrijk denksporter afvaardigt naar de golfstaat.

    • Mark Hoogstad