`Zie nou verdomme eens wat ik kan'

Ze zou graag een programma als Zomergasten willen presenteren, zegt Inge Diepman. Maar als gast zou ze het niet zo goed doen, erkent de vrouw die nu een van de gezichten is van het televisieprogramma B&W. `Mijn inbreng is niet groot genoeg.'

Wie Inge Diepman (39) op maandagochtend over de redactie van B&W ziet schuifelen zou niet vermoeden dat zij wordt gezien als een van Nederlands bekendste presentatrices. Onopgemaakt en opvallend rustig steekt ze haar hoofd om de keukendeur. Ze schudt wat handen, schenkt koffie in een mok en neemt in het voorbijgaan de ochtendplanning met een van haar zeventien redacteuren door.

Eenmaal in het B&W-café, dat net die ochtend onder handen wordt genomen door een ploeg schoonmakers, komt de VARA-presentatrice langzaam tot leven. ,,Het was een latertje gisteren'', zegt zij half verontschuldigend. ,,Mijn dochter was weer eens aan het spoken.''

Zes weken na haar debuut als vaste presentator van het interviewprogramma B&W, naast Paul Witteman, lijkt Inge Diepman zich al erg op haar plaats te voelen. ,,Een pijlsnelle integratie'', zo vatte Volkskrant-recensent Paul Brill de eerste optredens van Sonja Barends opvolgster samen. Ook Gerrit den Ambtman vond dat Diepman zich geruisloos naar de formule van het programma had geschikt. ,,Inge Diepman is een verademing tussen al die praatjesmakers die praatprogramma's maken'', aldus de AD-recensent.

Toch moet het even wennen zijn geweest voor haar redacteuren, want Inge Diepman verschilt hemelsbreed van haar voorgangster. ,,Ik kan nooit zo populair worden als zij'', merkt ze diplomatiek op. Dat zegt niets over haar vakmanschap – Diepman beschouwt zichzelf inmiddels als een redelijk goede presentator – maar meer over het tijdsgewricht. ,,Sonja is meegegroeid met het medium tv, ze is een vrouw van het volk geworden. Televisie is nu meer een supermarkt, waar je af en toe een product afneemt. Dat is niet te vergelijken.''

Ze groeide op in Zutphen, in een katholiek gezin met drie dochters. Terugkijkend op haar jeugd typeert zij zichzelf als ,,een ondernemende, maar stille puber die vocht met de wereld''. Na het vwo volgde zij drie jaar lang een hboopleiding jeugdwelzijnswerk in Zwolle. Toen Radio Oost een telefoniste voor halve dagen zocht, meldde zij zich aan: ,,Ik was uitgekeken op het schoolse klimaat.'' 's Morgens de telefoon aannemen, 's middags op stap met verslaggevers – ze hield het een half jaar vol. Totdat iemand tijdens een vergadering liet vallen dat Radio Oost op zoek was naar een presentator voor een nieuw kinderprogramma. Zij stak haar vinger op.

Via Radio Oost kwam Diepman medio jaren tachtig bij Omroep Flevoland terecht. Daar zou ze tweeënhalf jaar lang nieuwsprogramma's presenteren. Ferry de Groot, fervent luisteraar en chef sport bij de NOS-radio, was onder de indruk van haar interviewstijl. Hij vroeg Diepman of ze een semi-sportprogramma wilde presenteren, De Samenloop. Toen dat programma flopte, stapte Diepman in 1991 over naar de VARA, als interviewster voor radioprogramma's zoals Vroege vogels, vanaf 1995 als tv-presentator van onder meer Herexamen, Het zwarte schaap en – op invalbasis – B&W.

Met name Het zwarte schaap deed het opvallend goed op Nederland 3. Tussen januari 2001 en augustus 2002 stemden gemiddeld 620.000 kijkers af op het programma waarin Diepman op doortastende wijze gasten aan de tand voelde wier gedrag niet strookt met dat van de kudde. Het zwarte schaap oogstte een gemiddelde waardering van 7,5. Toch noemt Diepman zichzelf ,,geen zondagskind''. Ze heeft moeten knokken voor iedere centimeter.

Op uw zeventiende had u uw eerste talkshow.

,,Ik? Hoe bedoelt u?''

In de kerk. Daar leidde u discussiebijeenkomsten.

Ze grinnikt. ,,O, dát. Ja, klopt. Aanvankelijk wilde ik in het kerkkoor, maar daar werd mij al snel duidelijk gemaakt dat ik niet kon zingen. In diezelfde periode hoorde ik dat er ook eens per maand jongerenmissen werden gehouden. Geen saaie bijeenkomsten over het oude, vertrouwde godsbeeld. Maar – heel modern – discussies over de doffe ellende in de wereld.''

Wat vond u daar zo leuk aan?

,,Het gaf me een kick, samen met de pastor een kerkgemeenschap toespreken. Op het toneel krijg je veel aandacht – dat beviel mij wel. Wat ik precies verkondigde? Dat kan ik mij niet herinneren. Maar ik had wel het gevoel dat ik buitengewoon diepzinnig bezig was.''

Ziet u overeenkomsten met het werk dat u nu doet?

,,Ik zou er zelf niet zo snel op gekomen zijn, maar nu u het zegt... Bij zo'n mis moet je ook een onderwerp bij de kop pakken. Je stoeit er wat mee, probeert er een lijn in te brengen. En net als bij tv moet je een verhaal leuk verpakken om een grote groep mensen te bereiken.''

Ooit het ambt van pastoor geambieerd?

,,Nee, het was altijd óf kinder- óf dierenarts. Later kreeg ik interesse voor de hulpverlening. Toen heb ik mij ook aangemeld voor een studie jeugdwelzijnswerk.''

Waar komt die sociale bevlogenheid vandaan?

,,Dat heb ik van huis uit meegekregen; ik kom uit een typisch KRO-nest. Mijn ouders hebben mij opgevoed met het idee dat iedere medaille twee kanten heeft. Zo ook de mens. Iemands gedrag zegt niet alles over zijn persoonlijkheid. Zelfs de kwaadaardigste mensen hebben hun eigen geschiedenis.''

Zoals een goede katholiek betaamt: vergevingsgezind.

,,Ja, maar vooral: betrókken. Mijn vader had allerlei bestuursfuncties – in de kerk, op school. Zijn gemeenschapszin was oneindig groot. Mijn ouders hebben ook allebei een lintje gekregen. Niet omdat het beroemdheden waren, maar omdat zij veel over hadden voor hun medemens. Dat zie je nu trouwens minder, vooral bij mijn generatiegenoten.''

Toen u wat ouder was, merkte u dat u op vrouwen viel. Leidde dat tot problemen in uw kerkelijke gezin?

,,Nee, mijn ouders reageerden tamelijk laconiek: als jíj maar gelukkig bent. Zelf maakte ik er ook weinig fuss over. Hooguit ervoer ik het als een complicatie – je leven wordt er niet gemakkelijker op. Er waren tijden dat ik dacht: gadverdamme, waarom ben ik niet op een leuke vent gevallen?''

Inmiddels ben u getrouwd met een vrouw en heeft u een dochter. Je zou haast concluderen dat Inge Diepman een burgerlijk bestaan leidt.

,,Dat heb ik nou juist altijd aangevoerd als bewijs dat ik niet burgerlijk ben. Want ik geef toe: dat imago van keurige tuttenmeid kleeft een beetje aan mij. Vroeger ervoer ik dat als negatief; ik associeerde het met kleurloosheid. Tegenwoordig vertaal ik burgerlijkheid naar: het prettig hebben met jezelf. Een goede thuisbasis. Daar valt goed mee te leven.''

U reageerde ooit wat stekelig op een column van ex-VARA-collega Paul de Leeuw waarin u getypeerd werd als `grijze muis'.

,,Die kwalificatie zit mij dwars, ja. Niet alleen omdat ik er een hekel aan heb als collega's elkaar in het openbaar afvallen – er wordt veel gekissebist in Hilversum. Maar vooral omdat ik het niet met hem eens ben. Als ik een grijze muis zou zijn, was ik nooit komen bovendrijven.

,,Anderzijds kan ik me voorstellen dat mijn stijl minder opvalt in het grillige tv-landschap. Ik heb geen rappe tong, ben niet cabaretesk of populistisch, en hanteer in interviews zelden het fileermes. De emoties van mijn gasten zal ik ook nooit uitbuiten. Ik respecteer mijn gasten, en lange tijd heb ik gedacht dat dat niet mocht.''

Kunnen de omroepbazen wel waardering opbrengen voor zo'n houding? Je krijgt soms het idee dat het neersabelen van gasten – vooral in de informatieve sector – een sport is geworden.

,,Je kunt gasten ook heel fijn fileren zonder als interviewer op de stoel van God te gaan zitten. Als je ze maar in hun waarde laat. De kijker kan dat volgens mij wel waarderen. En Vera Keur (VARA-voorzitter, red.) kennelijk ook. Anders had zij mij nooit de ruimte gegeven.''

Journalistieker dan Sonja, vriendelijker dan Paul Witteman – zo wordt u door recensenten getypeerd.

,,Ik ben misschien wat minder uitgesproken dan Paul en Sonja. Je zult mij bijvoorbeeld nooit een sterke mening horen verkondigen, al spreekt mijn gezicht soms boekdelen. Wie weet is het die oude hang naar de hulpverlening, maar ik vind het prettig als een gast na een felle discussie zegt: u gaf mij wél de ruimte. In het programma Het zwarte schaap voelde ik een aantal omstreden gasten aan de tand: Janmaat, Fortuyn, Menno Buch, de weduwe van Rost van Tonningen. Al die mensen trad ik op een waardige manier tegemoet. En toch waren de uitzendingen nooit kleurloos, naar mijn gevoel.''

Toch liet u in dat programma nu en dan uw mening doorschemeren. Zo confronteerde u de weduwe Rost van Tonningen met gaskamerbeelden uit Auschwitz om vervolgens te concluderen dat zij bij het zien van de beelden `niet ineenkromp'. U kijkt niet!, riep u verontwaardigd.

,,Dat moment kan ik mij goed herinneren. Ik wás ook verbaasd dat ze haar hoofd afwendde. En benoemde wat ik zag. Dat werkt soms beter dan het stellen van de volgende vraag. Achteraf werd mij trouwens verweten dat ik haar niet hard genoeg had aangepakt. Zo zie je maar.''

U bent inmiddels ruim tien jaar in dienst van de VARA. Al die tijd werd u als opvolgster van Sonja aangemerkt. Heeft u dat als een druk ervaren?

Na een lange pauze: ,,Ik heb mij wel eens gestoord aan de vergelijking Barend-Diepman. Had het gevoel dat ik mij er tegen moest wapenen. En hoe langer mijn doorbraak uitbleef, des te meer gaat zo'n vergelijking wringen. Als een puber die voor vol wil worden aangezien – zo heb ik mij lange tijd gevoeld. Ik had een enorme zucht naar erkenning. Zíe nou verdomme eens wat ik kan – hoe vaak ik dát niet in gedachten heb uitgeschreeuwd.''

Waarom heeft het zo lang geduurd?

,,Ik had de pech dat er al veel goede presentatoren rondliepen bij de VARA. Een nieuw gezicht lanceren als de vertrouwde gezichten het prima doen – het ligt niet echt voor de hand.

,,En als je eenmaal op de reservebank zit, is het moeilijk om voet aan de grond te krijgen. Ik had veel vlieguren nodig voordat de kijkers een beetje aan mij gewend raakten. Voordat ze dachten: oh, dát is Diepman.''

Nieuw talent krijgt geen kans bij de VARA?

,,De omroep heeft de afgelopen jaren wel een paar nieuwelingen gelanceerd. Zoals Isa Hoes (die vorig seizoen het tv-programma De horzel presenteerde, red.) en Maud Hawinkels (die onder meer filmpjes maakte voor het mediaprogramma De Gids van Matthijs van Nieuwkerk). Maar in het algemeen kun je, denk ik, wel stellen dat het – ook op het informatieve vlak – een poos heeft stilgelegen.''

U brak in 1999 door met Het zwarte schaap. Voelt u zich sindsdien zekerder van uw zaak?

,,Zonder meer. Ik toon meer gedurfde nieuwsgierigheid. Voel me een stuk vrijer. Ik zou bijvoorbeeld heel graag een programma als Zomergasten willen presenteren. Maar als gast zou ik het niet zo goed doen. Mijn inbreng is niet groot genoeg. Dat had ik als jong meisje al: ik ging fotograferen omdat ik zelf niet op de foto wilde, ik ging interviewen omdat ik geïnteresseerd was in de ander. In die rol voelde ik mij prettig.

,,Een gast kan zich ook nooit zo gedegen voorbereiden als een presentator. Iemand zei ooit over mijn ouders: ze maken eerst een rapport voordat ze een fiets kopen. Dat klopt. Het zijn geen impulsieve mensen. Die houding is ook mij niet vreemd. Ik zal nooit iets roepen voordat ik de feiten ken.''

Maar is dat niet juist de kurk waar een programma als B&W op drijft: het ventileren van een mening, ook als de feiten ontbreken?

,,Vorig seizoen hadden wij veel politici en columnisten te gast. De betrokkenheid ontbrak een beetje. En dat is nu juist waar het programma groot mee is geworden. Als het aan mij ligt, schuiven er vaker verplegers, artsen en patiënten aan tafel om – liefst samen met de minister – te debatteren over de wachtlijstproblematiek. Laatst vertelde een overlevende van de aanslag op de Twin Towers zijn verhaal: heel aangrijpend. Ik ben vóór menselijke verhalen. Gasten die over de hoofden van de kijkers heen praten spreken mij minder aan. We moeten dichter bij de mensen op straat zien te komen.''

In de geest van Pim, zullen we maar zeggen.

,,Niet als je daarmee bedoelt dat mensen te pas en te onpas hun mening mogen verkondigen. Kretologie als vorm van diepzinnigheid: ik heb daar een grote hekel aan. Sociale bewogenheid – want daar heb ik het over – associeer ik meer met links dan met rechts. Het zal dan ook niet verbazen dat ik de laatste maanden steeds linkser ben geworden.''

Dat geldt niet voor uw werkgever. Als we de insiders mogen geloven heeft de VARA zich – net als de PvdA – vervreemd van haar trouwe linkse achterban. De omroep zou te highbrow zijn geworden.

,,Daar ben ik het maar ten dele mee eens. Wie goed naar een programma als Het zwarte schaap kijkt moet ook concluderen dat die highbrow-mentaliteit vaak op de korrel werd genomen. Terwijl zwarte schapen als Menno Buch, Pim Fortuyn en Paul Ruijs zich vol overgave in de strijd wierpen, gaven de witte schapen vaak hun tekortkomingen bloot. De man of vrouw van het volk kwam niet zelden als winnaar uit de strijd.''

Inge Diepman was nog maar net ,,gearriveerd'' of er brak een moeilijke periode in haar leven aan. Ruim een jaar geleden overleed haar zoontje David. Zij had het kind zelf gedragen. ,,We hadden al een dochter, Dagmar, zij was toen drieënhalf. Mijn vriendin had haar gedragen. Ze zou ook ons tweede kind dragen, maar tijdens haar zwangerschap kreeg zij een zwangerschapsvergiftiging. Te gevaarlijk, vonden de artsen. Ook mijn zwangerschap ging niet zonder slag of stoot; ik was continu ziek. Toch vond ik het fantastisch: het gevoel dat er leven in je ontstaat.''

U heeft al die maanden gewoon doorgewerkt?

,,Ja. Ik presenteerde in die tijd Het zwarte schaap en ik kan me herinneren dat ik er soms totaal niet bij was met mijn hoofd. Tijdens een van die opnames voelde ik voor het eerst mijn zoon. De discussie ging gewoon door en pas in de montagekamer zag ik wat ik had gemist.''

,,David werd te vroeg geboren; hij was pas 26 weken. Ik werd met hevige bloedingen in het ziekenhuis opgenomen, heb het grootste deel van de bevalling aan weeënremmers gelegen. Maar toen onze zoon er eenmaal was, bleek hij goed op gewicht. David gaf buitengewoon veel geluid, zijn longen deden het fantastisch. Volgens de artsen hadden we geluk; hij behoorde tot `de goede groep'.

,,Vier weken heeft hij het ontzettend goed gedaan. Het was een krachtig mannetje, David. Een hele persoonlijkheid al, geen zielig vogeltje. Maar aan het begin van de vijfde week bleek dat het niet helemaal goed zat. Precies vijf weken na zijn geboorte is hij komen te overlijden.''

Hoe heeft zijn dood uw leven beïnvloed?

,,Het jaar na zijn dood was een klotejaar; we hebben alledrie erg onder Davids dood geleden. Ik ben opgegroeid met het idee dat je leven maakbaar is. Dat je alles kunt bereiken, zolang je er maar hard voor werkt.

,,De dood van David heeft mij geconfronteerd met mijn eigen kwetsbaarheid. Het was onomkeerbaar, dat vond ik een hard gelag.

,,Rond elf september vorig jaar kreeg ik ook nog een miskraam. Die twee gebeurtenissen – mijn miskraam en het instorten van de Twin Towers – kwamen op een rare manier samen. In een jaar tijd verloren eerst ik en daarna de wereld een zekere onschuld.

,,De aanslagen waren een verschrikking. Maar de échte slag had zich in mijn leven al voltrokken.''

Heeft uw relatie Davids dood overleefd?

,,De dood van een kind drijft veel geliefden uit elkaar. Ik weet nog dat we David na zijn overlijden mee naar huis namen. Bij het afscheid kwamen we een verpleegkundige tegen, die ons indringend aankeek en zei: `Maar jullie gaan niet uit elkaar, hoor. Pas op!'

,,Je verwerkt je verdriet op je eigen manier. Dat moet je van elkaar ook respecteren. Als je er maar voor zorgt dat je elkaar daarbij vasthoudt. Dat is in ons geval gelukkig gelukt.

,,En het leven gaat natuurlijk ook door met een kind. Als je enige kind sterft, blijf je je leven lang met een leeg gevoel achter. Maar als je nog een ander kind hebt, word je gedwongen de draad weer op te pakken. Dagmar heeft haar broertjes dood heel bewust meegemaakt. Ze had – en heeft – er veel verdriet van.''

Is het moederschap goed te combineren met uw optredens bij B&W?

,,Ik presenteer het komende jaar maar één programma. Mijn radiowerk en Het zwarte schaap staan voorlopig even in de ijskast. Maar zelfs over die drie avonden per week heb ik lang moeten nadenken. Mijn vriendin werkt ook een avond per week. Dat betekent dat ik vier keer in de week niet samen eet met vrouw en kind – ik zag daar tegenop.''

Dat gaat in tegen uw huisje-boompje-beestjenatuur.

,,Nee, dat gaat in tegen mijn hang naar gezelligheid. Trut!''

Ik respecteer mijn gasten,

en lange tijd heb ik gedacht dat dat niet mocht

    • Danielle Pinedo