Zacht-monotoon en altijd zeer beleefd

Tien nieuwe landen komen, als alles goed gaat, in 2004 de Europese Unie binnen. Wie zijn de nieuwkomers eigenlijk? Deel een van een serie van tien portretjes: de Hongaren.

Veel Hongaren zullen er nauwelijks iets van merken dat het land lid wordt van de Europese Unie. Ze reizen al jaren zonder visa in Europa rond en zijn allang gewend om hun afwas met Dreft te doen en hun hemden te wassen met OMO. Ze kijken op commerciële televisiezenders naar `Big Brother' en de `Zwakste Schakel' en lezen in de Story over de liefdesavonturen van de Hongaarse nationale helden: Koko de bokser en de Whisky-dief. Hongarije moet nog lid worden van de EU maar de pulpmarkt is er al.

In het buurtwinkeltje trekken de oudere bewoners zich daar weinig van aan. ,,Doet u mij maar vijftien deka salami'', zegt een oudere vrouw. De winkelbediende legt een velletje vetvrij papier open, snijdt keurig 150 gram (15 dekagram!) salami af, en vouwt op onnavolgbare wijze het pakketje dicht met de hoekjes naar binnen, zodat alles goed stevig vastzit.

Het ziet eruit als vroeger en het ruikt naar vroeger. Er worden ook ouderwets praatjes gemaakt: over het weer, over de gezondheid en vooral ook over de politiek. Hongaren praten graag en veel met elkaar in een taal die in Europa verder niemand begrijpt.

's Ochtends om zes uur staan de buren al geanimeerd met elkaar over de schutting heen te praten. Op zachte monotone toon en altijd zeer beleefd. Beleefdheidsvormen zijn in het Hongaars nog belangrijker dan in het Frans of Duits. Het wordt jonge kinderen vanaf het eerste schooljaar bijgebracht.

Tegenover de niet-Hongaar komt het gesprek vroeger of later altijd uit op het onrecht van Trianon. De Hongaar voelt zich niet begrepen in zijn verdriet over het feit dat de grootmachten aan het einde van de Eerste Wereldoorlog bepaalden dat Hongarije tweederde van zijn grondgebied en eenderde van zijn bevolking af moest staan aan de buurlanden.

Het verdrag van Trianon is meer dan tachtig jaar oud, maar het doet nog altijd pijn. Dat de rest van Europa allang vergeten is wat Trianon ook weer was, maakt het alleen maar erger.

Toch is Hongarije geen openluchtmuseum van het verleden. De decibellen op de House Parade door de straten van Boedapest doen niet onder voor die in Rotterdam. Net zo min als de uitdagend ontklede dansers. En het jaarlijkse Pepsi-Sziget popfestival op een eiland in de Donau is één van de grootste in Europa. House, techno, etno, alles komt naar Boedapest om honderdduizenden Hongaren – en buitenlanders – uit hun dak te helpen.

Maar honderd kilometer ten oosten van Boedapest houdt het geglobaliseerde, moderne Europa al op. Een simpele T-kruising maakt resoluut een einde aan het netwerk van comfortabele Europese autosnelwegen. Vanaf hier hobbelt het verder over gevaarlijke tweebaanswegen steeds dieper het achterland in. De eerste stop is een ouderwetse herberg die bonensoep serveert voor de helft van de prijs die ze er in de hoofdstad voor vragen. Het is een vaste pleisterplaats voor Roemeense minibusjes op weg naar de arbeidsmarkt in Duitsland, Oostenrijk of Nederland, voor Oekraïense vrachtwagenchauffeurs in tweedehands trucks, onderweg van niets naar nergens, en voor Servische en Bosnische families die volgepakt voor een paar dagen uit Duitsland naar huis komen. Bij de herberg kun je betalen in alle geldsoorten van de regio en de dikke waard in zijn Hongaarse boerenkleed spreekt alle talen. De bezoeker wordt warm onthaald en snel bediend. De Oekraïense hoertjes die buiten langs de weg staan te kleumen mogen binnen even opwarmen.

Niemand vraagt er naar je papieren, maar je moet ook niet zeuren over de vliegen in je soep of de houdbaarheidsdatum van de koffiemelk. `Brussel' is een verre abstractie. Hier gelden nog de regels van het oude, multi-etnische Midden-Europa.