Vlaamse gaai

Het koperen herfstbos is een mand van overvloed, zeker in het gulle, levensgenietende Pallieterland, de streek ten zuidoosten van Antwerpen die door Felix Timmermans is beschreven.

Vlaamse gaaien schetteren luidruchtig langs het rood en goudgeel van de bomen, een eikel in de stevige snavel geklemd. Eén gaai verzamelt al gauw zo'n tienduizend eikels, verbergt die op herkenbare plaatsen en graaft ze in de winter weer op. Soms vergeet de gaai zijn geheime rantsoen. Dan groeit daar vanzelf een nieuwe boom. Met zijn rozebruin verenkleed, witte stuit, zwarte staart en vooral de iriserend blauwe vleugeldekveren onderscheidt de Vlaamse gaai zich van welke Nederlandse vogel dan ook. Ook heet hij Spaanse ekster of Schreeuwaakster. In een vogelboek uit 1911 staat hij bekend als een `lelijke roover'. In de lente vormen eieren en jonge vogels zijn prooi. Hij heeft lichtblauwe, waakzame ogen. In het najaar is hij de boswachter van het woud en ook van stadstuinen.

freriks@nrc.nl