Supergrass - Life On Other Planets (Parlophone)

Eigenlijk is het Engelse Supergrass een typische singlesband. Hun rocksongs zijn beknopt, melodieus en pakkend, precies zoals The Small Faces of Creedence Clearwater Revival ze in hun gloriedagen konden maken.

Probleem voor Supergrass is dat de single als artistiek medium aan betekenis heeft ingeboet en dat alle aandacht uitgaat naar het zaligmakende album. De tegenstrijdige situatie doet zich voor dat hun vierde cd Life On Other Planets uit louter hits bestaat, terwijl de kans bijna nihil is om er iets van op de Nederlandse hitradio te horen. Een vergelijkbaar fenomeen deed zich eerder voor toen de briljante gitaarpopgroepen Buzzcocks en The Undertones tussen de wal en het schip van underground en poppubliek vielen, waarop ze zich verloren in gekunstelde experimenten. Supergrass is niet in die val getrapt en verdiept op Life On Other Planets het muzikaal vakmanschap dat ze hebben opgebouwd met fraaie singles als `Alright', `In for the money' en `Moving'. De triobezetting van gitaar, bas en drums werd uitgebreid met toetsenman Robert Coombes, de broer van zanger/gitarist Gaz Coombes, die zich nadrukkelijk roert met vloeiend pianospel en vrolijke kermis- en spacegeluiden uit de synthesizer. Openingsnummer `Za' roept meteen al echo's op van The Beatles, Mott The Hoople en Echo & The Bunnymen, zoals alles bij Supergrass voort lijkt te komen uit een optelsom van de `klassieke' rockmuziek die eraan vooraf ging. De folksong `Evening of the day' (met een knipoog naar `As tears go by' van de Rolling Stones) biedt een luchtig moment tussen een aaneenschakeling van pittige uptempo rocknummers, die uitblinken in meerstemmige samenzang en functionele lalala-koortjes. De sfeer varieert van soulvol in `See the light' tot prettig-banaal in de meezinger `Grace', om met het gedragen `Run' naar een verheffende climax à la kant twee van The Beatles' Abbey Road te voeren. Bij elkaar tekenen zich de contouren af van een tijdloos pop-album, met liedjes die op het eerste gehoor pretentieloos en ambachtelijk klinken maar die bij nadere beluistering groeien tot een veelkleurig en diepgaand geheel.

    • Jan Vollaard