Somber? Schrijf geen poëzie!

Vrouwelijke dichters zijn relatief vaak depressief. Ellen de Bruin vroeg zich af hoe dat komt.

Wie een beetje somber is, moet vooral geen gedichten gaan schrijven. Uit onderzoek blijkt dat dichters vaker depressief zijn dan mensen in het algemeen, en dat dit vooral geldt voor vrouwelijke dichters. De relatie gaat waarschijnlijk twee kanten op: mensen die van nature aan de depressieve kant zijn, schrijven vaker gedichten, en het schrijven van gedichten kan die somberheid versterken. Dat schrijven onderzoekers onder leiding van James Kaufman van California State University in het laatste nummer van Review of General Psychology.

In de wetenschappelijke literatuur wordt vaak een verband gelegd tussen creativiteit en genialiteit enerzijds, en mentale stoornissen als depressie en schizofrenie anderzijds. De psychologen proberen nu in het bijzonder te verklaren waarom dichters vaker aan een depressie ten prooi vallen dan fictieschrijvers of andere kunstenaars, en waarom met name vrouwen. Ze noemen dit het Sylvia Plath-effect, naar de Amerikaanse dichteres die in 1963 op dertigjarige leeftijd in Londen zelfmoord pleegde.

Om te beginnen blijkt volgens de psychologen dat mensen in een slechte bui abstracter schrijven dan mensen in een goed humeur: die gebruiken meer concrete begrippen en een duidelijker verhaallijn. Poëzie zou dus al een natuurlijker uitingsvorm zijn voor depressieven dan fictie.

Expressief schrijven kan de depressie vervolgens versterken. Er is weliswaar de laatste jaren veel onderzoek gepubliceerd waaruit blijkt dat schrijven over persoonlijke problemen bevorderlijk is voor de geestelijke gezondheid, maar daarbij gaat het om gestructureerd schrijven, liefst onder professionele begeleiding. In het wilde weg over je emoties schrijven, kan juist een schadelijk effect hebben, met name als je al je aandacht richt op negatieve ervaringen en die niet zodanig probeert te ordenen dat ze een plek krijgen in je leven. Poëzietherapie is dus in het algemeen niet aan te raden. In het specifieke geval van Sylvia Plath bijvoorbeeld bleek dat haar depressie verergerde in de tijd dat ze van een traditionele manier van schrijven overschakelde op een expressievere stijl.

Daar komt dan nog bij dat dichters vaak (vaker dan prozaschrijvers) geloven dat ze afhankelijk zijn van een mystiek type inspiratie of van een muze – zaken die ze niet onder controle hebben. Daardoor kunnen ze minder zelfvertrouwen aan hun goede prestaties ontlenen, aldus de psychologen. Voor vrouwen zou dat al helemaal gelden: die zijn van nature al minder geneigd zich verantwoordelijk te voelen voor hun eigen successen dan mannen. Bovendien hebben vrouwelijke dichters te maken met een probleem dat alle vrouwen in traditionele mannenberoepen treft: ze zijn zich gemiddeld meer bewust van wat de omgeving van hen verwacht dan mannen, en dus ook van het feit dat ze niet aan die verwachtingen voldoen. Dat levert nog eens extra ziekmakende stress op.

    • Ellen de Bruin