Ouwe lullen en excuusstudenten

In gemeenteraden duiken steeds vaker jonge bestuurders op. Weten zij, beter dan hun oudere collega's, de jonge kiezer te interesseren?

Als maatschappelijke tegenstellingen ergens uitvergroot worden en als men ergens compromissen moet sluiten, dan is het in de politieke arena. Relatief nieuw in de politiek, is de noodzaak generatiekloven te overbruggen. De tijd dat oude, grijze heren de lakens uitdeelden, is voorbij, de roep om politieke verjonging wordt luider. Niet in de laatste plaats door het enorme kiezerspotentieel dat jongeren vormen. Jongeren en ouderen kunnen elkaar in de politiek niet langer negeren. Dat geldt zowel voor de relatie kiezer-bestuurder, als voor die tussen oudere bestuurders en het toenemend aantal jonge politici.

,,Shit, komen die studenten hier opeens even binnen. Wat is dat allemaal, wat hebben wij daarvan te verwachten?'' Edwin Bouma (25), raadslid en fractievoorzitter van de Groningse studentenpartij `Student en Stad', beschrijft de reactie van de andere politieke partijen op de zetelwinst van zijn partij in '94. Jan Pedro Vis (23), raadslid en fractievoorzitter van `Stip', de Delftse evenknie van Student en Stad, heeft dezelfde ervaring: ,,Niemand verwachtte dat wij kandidaat zouden worden voor een collegeplek en toen wij dat wel werden, waren er dus een aantal partijen die opeens met lege handen stonden en die schreeuwden ook het hardst over wat een schande dit was.''

Deze afwerende houding van oudere bestuurders is typerend voor de beginjaren van de studentenpartijen, die beide sinds '94 met een of meerdere zetels zitting hebben in de gemeenteraad. Bouma: ,,En toen bleek dat studenten het eigenlijk toch nog heel goed doen, heel serieuze meningen hebben en serieus bezig zijn. Dus langzaam maakten de schok en ophef plaats voor waardering en acceptatie.''

,,Ik zei ook laatst tegen de oprichter van Stip: `De grap is eraf, het is niet meer gewoon iets leuks, het is een serieuze zaak geworden'', verhaalt Vis, terwijl hij daar met een ongemakkelijk lachje aan toevoegt: ,,Wij behoren inmiddels tot het establishment.''

Volgens de studentenpartijen Stip en Student en Stad, die bij de afgelopen gemeenteraadverkiezingen respectievelijk drie en twee zetels hebben behaald, spelen generatieconflicten binnen de politiek dan ook nauwelijks meer een rol. ,,Ik denk dat de generatiekloof, zoals die vaak in de samenleving wordt beschreven, bij ons in de raad inmiddels een aardig eind gedicht is'', zegt Stip-raadslid Jonathan Vondeling (23). Bouma, van Student en Stad: ,,Als er conflicten zijn, komt dat meer door verschillen in politieke overtuiging, dan door een generatiekloof. Uiteindelijk gaat het erom dat de stad goed bestuurd wordt en zolang wij daarvoor zorgen, is er eigenlijk niets aan de hand.'' Bouma spreekt eerder van een kloof tussen de politiek en de buitenwereld, waarin vooroordelen een grote rol spelen.

Jarig Sipma (24), raadslid bij Student en Stad, geeft hier een illustratie van: ,,Ik heb tegen mijn vrienden gezegd: `Jongens, ik ga in de gemeenteraad proberen te komen.' Ze zeiden: `Waarom, daar zitten toch ouwe lullen?' Ook hebben ze het idee dat politici eigenlijk helemaal niets doen en alleen maar in de raad zitten voor hun eigen agenda.'' Politici zouden bovendien te veel vanaf de zijlijn regeren. Sipma: ,,Dat is er wel ingeslopen, dat denken vóór en niet mét jongeren. Dan staat er wel heel leuk een strofe in het verkiezingsbeleid: `Wij vinden jongeren heel belangrijk', maar als je niet eens weet waar die jongeren zitten...''

Het gebrek aan contact tussen jongeren en politici wordt dan ook vaak aangewezen als de voornaamste oorzaak van de verwijdering tussen beide groepen. Maar de schuld ligt niet alleen bij de politiek, meent Sipma van Student en Stad. ,,Als jongeren een bepaald probleem hebben in de stad, kunnen ze dit heel gemakkelijk aan mij vertellen, want ik zit ook gewoon in de kroeg. Maar de gang naar de andere politieke bestuurders is kennelijk hoogdrempeliger.'' Vondeling van het Delftse Stip: ,,Iemand van vijftig blijft toch iemand van vijftig. Er is automatisch meer respect, je kijkt tegen zo iemand op. Wij, jonge bestuurders, slaan wat dat betreft een brug over die kloof.''

Niet iedereen is het eens met de constatering dat jongeren drempelvrees hebben als ze een oudere politicus willen aanspreken. ,,Dat is grote onzin, als ik kijk naar de hoeveelheid mailtjes en telefoontjes die wij dagelijks binnenkrijgen. Nooit gemerkt dat de drempel hoog is'', reageert Jan Rijpstra (47), lid van de Tweede-Kamerfractie van de VVD en onder meer belast met de portefeuille jeugdbeleid. Dat er toch te weinig contact is tussen politici en jongeren, sprekt hij niet tegen: ,,Ik merk dat de meeste partijen wel aandacht hebben voor jongeren, maar voornamelijk als de verkiezingen in aantocht zijn. De politiek is onvoldoende zichtbaar. Het is goed als je als Kamerlid weet wat er leeft en speelt, en niet alleen gesprekken voert met vertegenwoordigers, maar ook met mensen in het veld. Maar het moet wel van twee kanten komen.'' Rijpstra gelooft dan ook eerder in politieke desinteresse onder jongeren: ,,Als je tegen jongeren zegt: `Kom eens naar de gemeenteraad of naar een vergadering', dan zie je ze niet.''

Peter Rehwinkel (38), die zich voor de Tweede-Kamerfractie van de PvdA onder andere bezighoudt met studiefinanciering, heeft een soortgelijke mening: ,,We weten heel redelijk wat er bij jongeren speelt, maar niet genoeg. Soms realiseer je je dat weer. En de neiging van politici om voor anderen te denken is er wel, ook voor jongeren. Maar ze moeten zelf hun stem laten horen.'' Rehwinkel bespeurt de laatste tijd wel veranderingen binnen de politiek: ,,Ik heb het gevoel dat partijen zich meer voor jongeren zijn gaan openstellen. Zo kom ik bij de PvdA veel meer jongeren tegen.''

Raadslid Vondeling van het Delftse Stip nuanceert de uitspraken van Rehwinkel: ,,Ik weet nog heel goed dat wij met flyers in de binnenstad stonden en dat de PvdA met grote bussen langsreed en riep: `Wij hebben ook studenten!' En dan denk ik ja, zij hebben dan toevallig studenten op de lijst staan, maar op plaats 17, 27 en 28.'' Partijgenoot Vis: ,,Excuusstudenten. Dat zijn mensen die op de lijst staan, maar onverkiesbaar zijn.''

VVD-Kamerlid Rijpstra wijst er echter op dat leeftijd geen doorslaggevend criterium is voor het verkrijgen van een verkiesbare plaats op de lijst: ,,Er wordt gekeken naar de kwaliteit. Als er jongeren tussen zitten die goed zijn, dan komen ze door de selectie. Maar ze moeten er wel zijn.'' Rehwinkel vult aan: ,,Je moet jezelf wel eerst waarmaken, bewijzen. Het is niet alleen een kwestie van `jong en dus exclusief'.''

Dat toenadering tussen jongeren en ouderen in de politieke arena gewenst is, daar zijn alle partijen het in elk geval over eens. De vraag is in welk tempo deze toenadering zal plaatsvinden. Schept het huidige politieke klimaat, dat aan vele veranderingen onderhevig is en waar vernieuwing het modewoord is, ruimte voor een spoedige beslechting? Of is het een proces van jaren, is de kloof pas gedicht als natuurlijk verloop heeft plaatsgevonden en als de jongere generatie alweer de oudere is? De studentenpartijen Stip en Student en Stad trekken hun eigen conclusies uit de ruim acht jaar raadservaring die zij hebben opgedaan. Bouma: ,,Wij zijn eigenlijk toch een partij die overbodig zou moeten zijn.'' Vondeling: ,,Maar het feit dat wij nog steeds bestaan zegt genoeg.''

    • Brita van Oostvoorn